Moeten we u feliciteren met het honderdste taallesje of is het ook een beetje triest dat zoveel taallesjes voor juristen kennelijk nodig zijn?
“Weliswaar is de honderdste aflevering een feestelijke jubileumaflevering die extra lang is. Maar de noodzaak van mijn taalrubriek en het blijven voortbestaan ervan stemt me tot droefheid. Een dubbel gevoel dus.”
Waarom bent u eigenlijk met deze taallesjes begonnen?
“Ik werd somber van de vele taalfouten, waaronder slordigheden, die door juristen zowel schriftelijk als mondeling gemaakt werden. Denk aan een rechtbank die in ‘zijn’ vonnis iets geoordeeld heeft of het gerechtshof ‘die’ arrest gaat wijzen.”
Wanneer verscheen het eerste taallesje op uw website, en waarover ging dat?
“Dat was ruim dertien jaar geleden, namelijk op 5 maart 2013. Voor waar het over ging zij verwezen naar mijn antwoord op de eerste vraag.”
Veel taalfouten vindt u in uitspraken. Welk gerecht moet nog echt veel leren en waar doen ze het heel netjes?
“Rechters schrijven, in het algemeen, heel behoorlijk. Jammer genoeg gaat het bij geen enkel gerecht steeds ‘heel netjes’. Wie mijn taallesjes leest, bemerkt dat het zelfs op het niveau van de Hoge Raad niet zelden verkeerd gaat. Omdat ik vooral de uitspraken van de civiele kamer van het cassatiecollege en de civiele conclusies van zijn Procureur-Generaal lees, besteed ik daar navenant veel aandacht aan in deze lesjes. Ik heb overigens geen enkele aanwijzing dat het op het niveau van de Afdeling bestuursrechtspraak beter zou gaan. En reken er maar op dat het bij rechtbanken en hoven veel vaker misgaat dan op het niveau van de Hoge Raad.”
Wat zijn steeds terugkerende taalfouten?
“Jammer genoeg zijn er dermate veel terugkerende taalfouten, dat ik moet verwijzen naar mijn taallesjes, hetgeen ik hierbij doe.”
Welke taalfout is uw grootste ergernis?
“Ik erger me enorm aan het verkeerd gebruiken van de term kwalificeren. Zo wijs ik in het honderdste taallesje op de ergerlijke fout van ’s Hogen Raads civiele kamer in een recente prejudiciële beslissing: een bepaalde schuld van een failliet ‘kwalificeert als boedelschuld’. Fout. Zo’n schuld kwalificeert zich als een zodanige schuld. De Hoge Raad had gewoon moeten schrijven dat die betreffende schuld een boedelschuld is respectievelijk als zodanig aan te merken of te kwalificeren is. Maar pijn aan het oog doet het om te lezen dat ‘die schuld als boedelschuld kwalificeert’.”
Heeft u de indruk dat juristen ook daadwerkelijk iets leren van uw taallesjes en vergelijkbare fouten vermijden?
“Ja, want de Taallesjes voor juristen worden door velen gelezen en geliket op LinkedIn. En ik krijg van veel juristen terug dat de taallesjes door hen gelezen en gewaardeerd worden. Het woordje ‘scherp’ valt daarbij vaak.”
Wie of wat is uw bron van inspiratie?
“Er zijn vele mensen die me geïnspireerd hebben en ook nu inspireren. In zoverre is er niet iemand die ‘mijn (enige) bron’ zou zijn. Als ik toch iemand of wat moet noemen, dan gaat het om de Amerikaanse bluesmuzikant Kevin Moore, wiens artiestennaam ‘Keb Mo’ is, en dan zijn albums ‘Keb Mo’ en ‘Just like you’.”
Wat is niet over u bekend wat wel interessant is?
“Dat ik een muziekliefhebber ben. Dit uit zich, onder veel meer, in het verzamelen van bijzondere, vaak oude akoestische gitaren. Iedere ochtend, voordat ik naar kantoor ga, speel ik al gauw even op drie verschillende gitaren. Dat is een geweldig begin van de dag.”
Wat is uw guilty pleasure?
“Ik heb er meerdere en houd ze, uiteraard, voor mezelf.”
Wat staat op uw bucketlist?
“Ik heb geen bucketlist.”
Welk boek las u als laatst?
“De Wisselwachter van Geert Mak. Een dikke pil die de tijdsinvestering ten volle waard is.”
Als u het voor het zeggen had, dan…
“… leidt op iedere rechtenfaculteit en in iedere fase van de rechtenstudie het maken van taalfouten in de beantwoording van tentamenvragen tot een significante puntenaftrek. Want dan hebben rechtenstudenten een stevige prikkel om de taal, het wapen van de jurist, serieus te nemen.”
Hier kunt u de taallesjes nog eens lezen.
Lees hier een eerder interview met Sjef van Swaaij.
