Wat is gelijk?

Delen:

Ik heb mij altijd verbaasd over het aplomb waarmee in artikel 1 van onze Grondwet het gelijkheidsbeginsel is vastgelegd. Wij worden in Nederland allemaal in gelijke gevallen gelijk behandeld en discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan. Volgens mij is dit óf een open deur óf nietszeggend óf allebei.

De regel dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld is een meta-regel, een onontkoombare voorwaarde voor het bestaan van alle regels: als die meta-regel niet geldt, zijn er geen regels. En wat voor regels geldt, geldt ook voor rechtsregels. Wat ‘discriminatie’ betreft, dit wordt niet gedefinieerd in de Grondwet. Algemeen wordt discriminatie verstaan als een verboden onderscheid tussen mensen. Dan staat er dus dat het verboden is een verboden onderscheid te maken. Wat schieten we hiermee op?

Toch is een bepaling als artikel 1 natuurlijk niet zinloos. Niet vanwege haar juridische kracht, want die heeft zij als containerbepaling ternauwernood, maar vanwege de geest die eruit spreekt. Die geest had wat mij betreft wel wat beter verwoord kunnen worden, minder pleonastisch (hopelijk doet de Staatscommissie voor de Grondwetsherziening hier wat aan). Maar ik kan er ook wel begrip voor opbrengen dat de grondwetgever van 1983 vooral een geldende grondwet wilde verwoorden, één die niet uit holle frasen en beginselen bestaat maar uit daadwerkelijk geldende regels. En dan is het moeilijk om het gelijkheidsbeginsel alomvattend vast te leggen. Want het antwoord op de vraag of een geval gelijk is aan een ander geval en de vraag of een onderscheid tussen personen op grond van een bepaalde persoonlijke omstandigheid gerechtvaardigd is of niet, wordt toch in zeer grote mate bepaald door plaats en tijd.

Waardenrelativisme

Wat gelijk is en wat niet gelijk is, wordt uiteindelijk niet door de Grondwet voorgeschreven maar door de mensen die van tijd tot tijd en plaats tot plaats daarover te oordelen hebben. Wat in de breinen van die mensen zit, bepaalt wat gelijk is en wat niet. Maar wat bepaalt wat van tijd tot tijd in die breinen zit?

Of het nu tijdgeest of mode of waan van de dag of sociale structuur of public opinion of wat dan ook is, de opvattingen in die breinen zijn in de tijd aan verandering onderhevig door interne verwerking en invloeden van buitenaf. Individueel en collectief veranderen opvattingen in een constante wisselwerking. Is dit waardenrelativisme? Is dit nihilisme? Ik denk het niet. Ik zie het als niet meer dan de basis voor een goed gesprek. Het besef dat opvattingen veranderlijk zijn zelfs tot op de zo basale vraag wat gelijk en ongelijk is, stemt tot terughoudendheid bij het verkondigen van mijn eigen gelijk.

Velen denken dat mensen die er rekening mee houden dat hun eigen waarden zouden kunnen veranderen, zwak of wankelmoedig zijn. Dat is een misverstand. Een oordeel wordt namelijk niet gevormd door argumentaties: deze zorgen alleen voor de – niet onbelangrijke – rechtvaardiging achteraf. Het oordeel zelf wordt uiteindelijk bepaald door wat het geweten kan hebben. Niet de waarden of beginselen of geloofsartikelen, maar ons geweten bepaalt de sterkte van onze ruggengraat, van tijd tot tijd en van plaats tot plaats.

Mr. dr. C.B. Schutte is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven