Advies RvS: versterk positie verdachte in nieuw Wetboek van Strafvordering

Het nieuwe Wetboek van Strafvordering, dat in concept klaar is, verdient nog enkele aanpassingen. Dat schrijft de Afdeling advisering van de Raad van State. Zo moet meer aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het wetboek, en aan de positie van de verdachte. Verder worden de 'hooggespannen verwachtingen' van het nieuwe wetboek getemperd.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Advies RvS: versterk positie verdachte in nieuw Wetboek van Strafvordering - Mr. online
Beeld: Depositphotos

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 16 mei 2022 haar advies openbaar gemaakt over het voorstel van de regering dat het Wetboek van Strafvordering moderniseert. Met dit nieuwe wetboek wil de regering onder meer de regels over de opsporingsbevoegdheden vereenvoudigen, procedures stroomlijnen en doorlooptijden in strafzaken verkorten. Die modernisering was nodig, aldus de Afdeling advisering, maar een aanpassing van het wetsvoorstel ook: de afdeling komt met adviezen over uitvoerbaarheid en digitalisering, de positie van procesdeelnemers, opsporing, ‘beweging naar voren’ en de rol van de rechter.

Verwachtingen

In haar advies schrijft de afdeling dat de doelstellingen van de modernisering van het wetboek in de toelichting bij het wetsvoorstel beter kunnen worden omschreven. Ook besteedt de toelichting te weinig aandacht aan de uitvoerbaarheid en de financiële gevolgen van het wetsvoorstel – zeker nu reductie van administratieve lasten en verkorting van doorlooptijden van rechtszaken worden nagestreefd. Volgens de afdeling moeten de verwachtingen over de resultaten van de modernisering van het wetboek niet te hoog gespannen zijn. Het aanpassen van de wettelijke regels zal gepaard moeten gaan met ‘aanvullende, organisatorische maatregelen en flankerend beleid’.

Compromis

Omdat de regering het strafprocesrecht heeft gemoderniseerd in samenspraak met organisaties op het terrein van de strafrechtspleging, is het nieuwe wetboek voor een belangrijk deel een compromis. Het nieuwe wetboek wil op sommige onderdelen vooral de rechtspraktijk faciliteren, de wijze waarop de nieuwe regeling wordt toegepast wordt vaak aan de ketenpartners overgelaten. Beter zou het zijn als de wetgever een eigen afweging had gemaakt: die behoort sturing te geven aan de rechtspraktijk en de wijze waarop de regels van strafvordering in de praktijk worden toegepast, te normeren.

Uitvoerbaarheid

Uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel is in de toelichting onderbelicht, aldus de Afdeling advisering, en dat zou dan ook moeten worden aangevuld. Daarbij vraagt zij in het bijzonder aandacht voor de personeelscapaciteit bij uitvoeringsinstanties, de digitale voorzieningen en het ‘doenvermogen’ van burgers in het strafproces. Verder adviseert zij de regering in het wetsvoorstel een evaluatiebepaling op te nemen en in de toelichting te verduidelijken aan de hand van welke criteria en op welke termijn het nieuwe wetboek zal worden geëvalueerd.

Balans

Sinds de invoering van het huidige wetboek (in 1926) is de rechter teruggetreden, is de positie van de officier van justitie en van de politie versterkt en is het slachtoffer geëmancipeerd. De vraag is of die verhoudingen nu en na invoering van het nieuwe wetboek, nog in balans zijn. Vooral voor de positie van de verdachte kunnen deze verschuivingen negatieve consequenties hebben, aldus de Afdeling advisering, vooral als de verdachte niet door een advocaat wordt bijgestaan. Ook andere ontwikkelingen kunnen voor de verdachte nadelig uitpakken.

Rode draden

Opgeteld hanteert de Afdeling advisering vier ‘rode draden’ aan de hand waarvan het wetboek kan worden aangepast. Zo dient het (rechterlijk) toezicht op het optreden van de strafvorderlijke autoriteiten te worden versterkt, dient de uitoefening van opsporingsbevoegdheden ook in de toekomst met voldoende waarborgen te worden omkleed, moet de positie van de verdachte worden verbeterd (door de beschikbaarheid van adequate, gefinancierde rechtsbijstand en van de informatie die nodig is om effectief verdediging te kunnen voeren) en dient een actieve houding van de zittingsrechter te worden bevorderd om de kwetsbare positie van de verdachte (zonder raadsman) te compenseren.

Lees hier het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top