Advocaat heeft weinig effect op uitkomst ZSM

Delen:

Beeld bij ZSM met advocatenHet inschakelen van advocaten heeft op de uitkomst van de ZSM-procedure weinig effect. De hoogte van de straffen en het aantal inverzekeringstellingen blijven ongeveer gelijk, zo blijkt uit een onderzoek naar drie experimenten met ZSM in Rotterdam, Oost-Nederland en Midden-Nederland.

Volgens strafrechtadvocaat Patrick van der Meij van Cleerdin & Hamer miskent het onderzoek dat ZSM meer behelst dan alleen afdoening. “Je hebt je rol naar de verdachte toe. Je controleert de gang van zaken, je houdt contact met de politie en de cliënt. Dat wordt alleen maar meer omdat er vaker verzet zal worden aangetekend tegen de strafbeschikking.”

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat verdachten veel vaker een beroep doen op rechtsbijstand, als advocaten een rol hebben binnen de ZSM-afdoening. Ook wordt de vertrouwensrelatie tussen de verdachten en advocaten verbeterd. De resultaten zijn verwoord in de eindrapportage Werkwijze ZSM en Rechtsbijstand, door Rotterdam School of Management in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC).

De ZSM-afdoening is ingevoerd om kleine criminaliteit efficiënt te kunnen afhandelen. Politie, justitie en reclassering handelen de zaak snel af, waarna de verdachte met een strafbeschikking de deur uit gaat. Deze werkwijze stuit op veel kritiek vanuit de advocatuur. Advocaten komen immers nauwelijks aan bod, terwijl verdachten akkoord gaan met een beschikking zonder de consequenties (strafblad) te overzien. Ook de procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft zich kritisch uitgelaten.

Om aan de bezwaren tegemoet te komen, startte het Openbaar Ministerie op drie plekken in Nederland een proef, waarbij advocaten op twee momenten standaard worden ingeschakeld. Het eerste consult (Salduz) is voorafgaand aan het politieverhoor, het tweede als de officier van justitie de zaak direct of na de inverzekeringstelling wil afdoen. Advocaten kunnen fysiek aanwezig zijn, of met i-pads of een videoverbinding communiceren.

De vrees was dat door de bemoeienis van advocaten het ZSM-proces veel vertraging zou oplopen, bijvoorbeeld doordat meer verdachten in verzet zouden gaan. Die vertraging is er inderdaad, maar dat komt doordat de ZSM-sluitingstijd (22.00 uur) niet gelijk loopt met de werkwijze van de piketcentrale. Daardoor worden zaken die na 20.00 uur binnenkomen, pas de volgende ochtend afgehandeld. Dat leidt tot verhoogde werkdruk in de ochtend, waardoor de doorlooptijd en rechtsbescherming in het gedrang komen.

Ook het inschakelen van de voorkeursadvocaat levert vertraging op: die moet immers reizen. Volgens de onderzoekers kan dit probleem ondervangen worden door alleen met piketadvocaten te werken, zoals tijdens de proef gebeurde in Midden-Nederland. Verdachten en advocaten zeggen dat er bij de proef meer rechtswaarborgen zijn dan in de reguliere ZSM.

Er hangt wel een prijskaartje aan deze proef: in totaal € 772.000, waarvan € 640.000 aan advocatenkosten en € 132.000 aan extra uitgaven voor de justitieketen. Landelijke invoering kost een veelvoud.

Naar aanleiding van een ander rapport over ZSM (door procureur-generaal Jan Watse Fokkens) heeft het Openbaar Ministerie de standaard werkwijze inmiddels aangepast. Alle verdachten krijgen een folder met informatie over de verschillende afdoeningsmogelijkheden (sepot, strafbeschikking, transactie, taakstraf, OM-zittingen en dagvaarden). De officier kan een zaak voortaan alleen nog direct afdoen als de verdachte een advocaat heeft kunnen raadplegen. Direct betalen is afgeschaft.

Strafrechtadvocaat Patrick van der Meij, die zich al jaren intensief bezighoudt met het ZSM-dossier, noemt deze veranderingen een verbetering. Maar hij dringt aan op meer aanpassingen: “Ik wil in de gelegenheid zijn om het onderzoek te controleren. Veel beter en veel eerder. Dus op tijd stukken krijgen om te toetsen wat er in die stukken staat.”

Binnen de advocatuur woedt een discussie over de vraag of de advocaat aan de ZSM-tafel moet zitten. Van der Meij’s kantoorgenote Chana Grijsen bepleitte dit onlangs in een artikel in het Strafblad. Voor Van der Meij hoeft het niet. Maar hij erkent dat advocaten in het ZSM-systeem niet automatisch op de hoogte worden gehouden van een zaak. “In de pilots was het probleem dat je als advocaat na de Salduz-consultatie van de radar verdween. Ik wil als advocaat gekoppeld worden aan die zaak, en geraadpleegd worden over een beslissing tot heenzenden.”

De suggestie uit het WODC-rapport om alleen nog piketadvocaten in te schakelen kan, niet verrassend, op weinig applaus rekenen in de advocatuur. Advocaten beroepen zich op de vrijeadvocaatkeuze. Zo ook Van der Meij: “Als mijn cliënt zegt dat ie mij wil spreken, kan ik hem geen ongelijk geven.” Over vertraging door de bemoeienis van advocaten zegt Van der Meij tot slot: “Inzet van rechtsmiddelen is zuiver gezien geen vertraging en dus niet ongewenst.”

Het Openbaar Ministerie gaat niet in op de suggestie uit het rapport. Het OM zegt wel het probleem te herkennen. “Voor het OM staat voorop dat de ZSM-werkwijze vergezeld gaat van adequate rechtsbijstand aan verdachten,” zegt een woorvoerder. “De minister van VenJ beraadt zich op de wijze waarop rechtsbijstand binnen ZSM structureel vorm moet krijgen. Het OM wil niet vooruit lopen op de beslissing van de minister.”

 

 

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven