Regering en parlement zullen meer dan nu over de grenzen van de huidige generatie heen moeten kijken. Zij moeten zich rekenschap geven van hun verantwoordelijkheid voor een leefbare wereld voor de kinderen van onze kinderen en kleinkinderen, schrijft de Raad van State in de algemene beschouwing die is opgenomen in het jaarverslag over 2025.
Die gaat deze keer over de zogeheten intergenerationele rechtvaardigheid, het beginsel dat de huidige generatie een verantwoordelijkheid heeft om hulpbronnen, leefbaarheid en economische stabiliteit eerlijk te delen met toekomstige generaties en te voorkomen dat de lasten daarvan onevenredig op hen worden afgewenteld.
Toekomstambassadeur
Tal van onderwerpen strekken zich uit over langere tijd, zoals pensioenen, klimaat, migratie en woningbouw. De Raad van State noemt het begrijpelijk dat politiek en bestuur zich vaak richten op de korte termijn en de ‘mensen van nu’. Er gebeurt wel het een en ander om de belangen van de toekomstige generaties een plek te geven, maar dat is vaak nog te versnipperd en vrijblijvend. Om intergenerationele rechtvaardigheid echt gestalte te geven, is volgens de Raad van State meer nodig.
Daarbij kunnen onder andere institutionele innovaties die worden ingebed in de reguliere beleids- en besluitvorming een rol spelen. Als voorbeelden noemt de Raad burgerberaden, een ‘toekomstambassadeur’ in relevante beleidssectoren en een ombudsfunctie voor toekomstige generaties. Omdat toekomstige belangen en omstandigheden niet altijd duidelijk zijn, kan scenariodenken, zoals bijvoorbeeld future design, inzicht geven welke mogelijke rechten en belangen in de toekomst op het spel staan.
Grondwet
Een opvallende aanbeveling is te onderzoeken of de belangen van toekomstige generaties een plek moeten krijgen in de Grondwet. Zo’n constitutionele verankering kan dienen als toetssteen voor wetgeving en rechtspraak, maar kan volgens de Raad van State wel schuren met de traditie van een sobere en terughoudende Grondwet. Indirect kan uit de sociale grondrechten al een verplichting worden afgeleid om zich in te spannen voor toekomstige generaties. Door deze grondrechten expliciet in toelichtingen bij wetsvoorstellen te benoemen zouden regering en parlement zich hiervan meer rekenschap kunnen geven.
Meerjarige akkoorden
Ook kunnen meerjarige akkoorden met maatschappelijke sectoren bijdragen aan continuïteit en richting geven aan beleid over kabinetsperiodes heen. In een tijd waarin politieke stabiliteit niet vanzelfsprekend is, pleit de Raad van State voor brede parlementaire akkoorden over thema’s die de sociale, ecologische en economische duurzaamheid van ons land kunnen veiligstellen voor volgende generaties.
De Raad ziet daarbij ook een taak voor zichzelf: de Afdeling advisering kan in haar adviezen meer aandacht besteden aan de toekomstgerichtheid van wetsvoorstellen.
Cijfers
Naast de algemene beschouwing biedt het jaarverslag uiteraard ook volop informatie over de werkzaamheden van de Raad van State in het afgelopen jaar. Een aantal adviezen en uitspraken wordt uitgelicht, en scheidend vice-president Thom de Graaf, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak Rosa Uylenburg en verschillende andere medewerkers zijn geïnterviewd over hun werk.
En natuurlijk staan er ook cijfers in het jaarverslag over de activiteiten van beide afdelingen van de Raad van State. Zo kreeg de Afdeling advisering in 2025 344 zaken voor advies voorgelegd, en bracht zij in 312 zaken advies of voorlichting uit. Ruim 67 procent van de adviezen werd binnen twee maanden afgedaan, ruim 85 procent binnen drie maanden. Meer dan 60 procent kreeg een zogeheten ‘advies conform’ (een advies zonder opmerkingen) en 11,4 procent van de adviezen was negatief.
Bestuursrechtspraak
De Afdeling bestuursrechtspraak deed in 2025 ongeveer 10.900 rechtszaken af, terwijl er zo’n 10.700 zaken binnenkwamen. De gemiddelde doorlooptijd van zaken in 2025 was 36 weken.
In de Omgevingskamer kwamen bijna 2.400 zaken binnen (600 minder dan in 2024) en in de Algemene kamer ruim 2300 (330 meer dan in 2024). Het aantal zaken in de Vreemdelingenkamer bleef met tegen de 6.000 ongeveer gelijk.
Sinds de zomer van 2024 krijgen woningbouwzaken voorrang op andere rechtszaken in het omgevingsrecht. Dit project zou aanvankelijk afgelopen zomer ophouden, maar gezien de bereikte resultaten en het grote maatschappelijke belang heeft de Afdeling bestuursrechtspraak besloten om daar in elk geval tot de zomer van 2026 mee door te gaan.
