Advocaat Ralph T. volgde in 2020 in coronatijd op zijn kantoor telefonisch een politieverhoor van een cliënt in volledige beperking. Desondanks liet T. een drugshandelaar stiekem meeluisteren, die daardoor gevoelige informatie over lopende onderzoeken kon doorgeven aan criminele handlangers. Blijkens onderschepte Encrochatgesprekken kreeg de door de drugshandelaar als ‘kk lauw’ aangeduide advocaat 500 euro voor het laten meeluisteren.
Hogere straf
In september 2024 werd de advocaat door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot vijf maanden cel, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Deze straf was fors hoger dan de eis van de officier van justitie (een taakstraf van 200 uur en twee maanden voorwaardelijk). De rechtbank nam het de advocaat zeer kwalijk dat hij zijn “bijzondere positie bij de toepassing van het recht heeft misbruikt.”
Rechtsstaat geschaad
De advocaat ging in hoger beroep, maar dat mocht niet baten. Ook het gerechtshof in Den Bosch veroordeelt hem. “Door misbruik te maken van zijn positie en behulpzaam te zijn bij het doorspelen van opsporingsinformatie, heeft de verdachte zijn integriteit op ernstige wijze aangetast en daarmee de pijlers van de rechtsstaat op grove wijze geschaad.”
Het hof vindt het ongeloofwaardig dat de ervaren strafrechtadvocaat niet zou weten dat hij door het delen van de informatie een faciliterende rol kon spelen in de georganiseerde criminaliteit. De raadsheren nemen het hem, net als eerder de rechtbank, kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en zich heeft verscholen achter zijn verschoningsrecht.
Beroepsverbod
T. krijgt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd. Het hof voegt er nog aan toe dat de ‘onvergeeflijke fout’ die de advocaat heeft gemaakt eigenlijk zou moeten leiden tot het einde zijn beroepsuitoefening als advocaat. De tuchtrechter heeft hem een schorsing voor de duur van 52 weken opgelegd, waarvan 26 weken voorwaardelijk, maar wat het hof betreft is dat niet genoeg. De raadsheren hebben nog onderzocht of ze hem de maatregel van ontzetting van het beroep van advocaat konden opleggen, maar dat bleek wettelijk niet mogelijk voor het de advocaat verweten delict.
