In hun onderzoek Loss of judicial sight? richten Van Domselaar en Banks zich op AI die rechters ondersteunt bij onder meer straftoemeting, het interpreteren van feiten en het schrijven van uitspraken. De discussie over AI in de rechtspraak draait volgens hen tot nu toe vooral om de vraag of de rechter uiteindelijk zelf blijft beslissen. Dat is belangrijk, schrijven de auteurs, maar niet voldoende.
Rechterlijke blik
Van Domselaar en Banks richten zich op wat zij ‘judicial perception’ noemen: het vermogen van een rechter om relevante feiten en omstandigheden te herkennen én op waarde te schatten. Dat gebeurt niet uitsluitend door juridische regels toe te passen. Ervaring, professionele vorming, reflectie en aandacht voor de concrete persoon achter een zaak spelen daarbij een cruciale rol.
AI kan juist vóór het uiteindelijke beslismoment invloed uitoefenen, constateren de onderzoekers. Een systeem kan de aandacht van een rechter ongemerkt naar bepaalde omstandigheden sturen, bestaande vooroordelen versterken of relevante perspectieven naar de achtergrond drukken. Een rechter kan formeel dus volledige beslissingsvrijheid behouden, terwijl de technologie ondertussen wel mede bepaalt door welke bril hij naar de zaak kijkt.
Voorbeelden
Van Domselaar en Banks illustreren dat in het onderzoek met drie fictieve, maar realistische, zaken. Zo gebruikt een strafrechter een risicotaxatie-instrument bij de straftoemeting van een jonge verdachte. Door de nadruk op recidiverisico kunnen armoede of kwetsbaarheid eerder als risicoverhogend worden gezien dan als omstandigheden die iets zeggen over de verwijtbaarheid.
Een andere rechter raadpleegt een algemeen taalmodel in een zaak over seksuele intimidatie op de werkvloer. Als AI zijn aanvankelijke scepsis bevestigt, kan die de manier waarop hij het gedrag kwalificeert verder kleuren. In een derde voorbeeld gebruikt een familierechter een RAG-ondersteund taalmodel om een uitspraak over uithuisplaatsing te schrijven. Juist het zelf schrijven en bespreken van een uitspraak met een collega kan volgens de auteurs een belangrijk moment zijn waarop een rechter zijn eerdere oordeel nog eens kritisch tegen het licht houdt.
Gevolgen
Als dergelijke processen structureel aan AI worden uitbesteed, kan volgens de onderzoekers uiteindelijk ‘deskilling’ optreden. Rechters zouden minder geoefend kunnen raken in het zelfstandig en aandachtig doorgronden van de menselijke bijzonderheden van een zaak.
Dat bedreigt volgens hen meer dan alleen de kwaliteit van beslissingen. Rechtzoekenden moeten zich immers ook gezien en gehoord voelen. Wanneer uitspraken steeds meer vanuit een door AI aangereikte blik worden opgebouwd, kan bovendien iets verloren gaan van de betekenisgevende rol van de rechtspraak: aan de samenleving laten zien waarom bepaalde menselijke omstandigheden juridisch en moreel gewicht hebben.
Experimenten
Dat die waarschuwing ook voor Nederland relevant is, blijkt al wel uit de praktijk. De rechtbank Rotterdam experimenteerde in 2025 al met AI als schrijfhulp bij een strafvonnis. De Rechtspraak voorziet daarnaast een grotere rol voor AI bij het analyseren, structureren en samenvatten van complexe dossiers en bij het opstellen van conceptuitspraken.
Alleen voorschrijven dat AI ‘ondersteunend’ moet blijven, is volgens Van Domselaar en Banks daarom onvoldoende. Want voordat een rechter besluit een AI-advies of output wel of niet te volgen of te gebruiken, heeft diezelfde technologie mogelijk al beïnvloed wat de rechter in de zaak heeft gezien.
