Artikel 12-staat

Delen:

We gaan weer eens op reis. Dit keer blijven we in de buurt en begeven wij ons in het Nederlands wegverkeer. Als bekend leidt dat bij gelegenheid tot onmin en zelfs opstootjes, voor zover deelnemers geen regelrechte muit stoken en op de vuist gaan. Of erger. Meestal weet je te ontsnappen maar of je nu op de fiets zit of in de auto, zo af en toe weet een hartgrondige verwensing zijdens een medeweggebruiker andere akoestische vervuiling nog te overstemmen. Zo fietst uw zo vaak in verwarrende gedachten verzonken columnist wel eens een verkeerde kant op, of erger, hetgeen hem op al dan niet verdiende vernamingen van medeweggebruikers komt te staan. “Mongool” is in Amsterdam nog steeds niet ongebruikelijk (al is die bevolkingsgroep in verder steeds kleurrijker Nederland eigenlijk te verwaarlozen).

Ver weg is dit van enige stoïcijnse levenshouding, die immers leert dat alles gebeurt zoals het moet gebeuren en dat elke hindernis slechts dient ter sterking van het gemoed, om echte moeilijkheden des te beter het hoofd te kunnen bieden. Zo lijkt het wegverkeer voor te weinigen een leerschool voor het leven.

Ook hier neemt culturele diversiteit toe. “Seg tege je moede sis fuile kankehoe” schijnt van Marokkaanse afkomst te zijn, al heeft het ook in het Nederlands geen gunstige bijklank. Zou het opzet zijn? Omgekeerd kunnen Nederlanders er ook wat van. Verdachte Geert W. zou zich ongunstig hebben uitgelaten over islamitische medelanders en hebben aangezet tot nog onaangenamer gedrag jegens hen. Politici doen hier niet onder voor bestuurders en andere weggebruikers: “ik eerst” of “eigen volk eerst”, het maakt kennelijk niet veel uit.

Naast een schier eindeloze en multiculturele afwisseling van uitingsvormen zijn daar ook nog verschillende gevoeligheden, wederom cultuurvariant. Spotprenten over de Here Jezus – voor zover die nog voorkomen – roepen nogal wat minder verontwaardiging op dan ironiserende afbeeldingen van de Profeet en mededelingen over de gevaren van verbreiding van de Islam.

Wat is er aan te doen? Road rage kan dodelijk aflopen. Er is dan ook veel onderzoek naar verricht, tot nu toe met weinig hoopvol resultaat. Psychologisch onderzoek van Geert W. zal niet veel meer opleveren. Al zou zijn advocaat Moszkowicz voor een verstandige rechtbank wel kans maken met een forensisch-psychiatrische ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring ten behoeve van zijn patiënt pardon cliënt.

Want anders dan nogal wat verboden en strafbare verbaal en fysiek gewelddadige wegmisbruikers staat Geert W. tegen de zin van het OM toch voor de rechter. In een zaak die onzinnig is in ieder geval vanwege de fatale vaagheid van betrokken strafbepalingen. Gevoelens van eer en vormen van aantasting er van zijn immers eindeloos verschillend, en duidelijk is dat strafbepalingen duidelijk moeten zijn. Lang voor de opkomst van multiculturalismen schreef Beccaria, in hoofdstuk 9 van Dei delitti e delle pene, over misdaden en straffen:

Er is een kennelijke tegenspraak tussen enerzijds de staatswetten die in de eerste plaats de ijverige bewakers zijn van der burgers lijf en goed, en anderzijds de wetten van – wat wordt genoemd – eer, waarin meningen de hoofdrol spelen. Lange en kunstige uiteenzettingen zijn gewijd aan het begrip ‘eer’, zonder dat enig vaste en blijvende gedachte er mee in verband kon worden gebracht. Welk een treurige staat van de menselijke geest! Dat de verst verwijderde en zo weinig ter zake doende ideeën over de omwentelingen van de hemel en haar lichamen beter worden begrepen dan de morele noties die zo dicht bij en zo belangrijk zijn, veranderlijk voor altijd, in de greep van winden en stormen van menselijke passie, aanvaard en verbreid door gemakkelijk mee te voeren onwetendheid. Deze schijn van tegenspraak verdwijnt als we bedenken dat dingen die te dichtbij zijn voor onze ogen worden vervormd. …

Een zoveelste vergeten wijze les, in ieder geval niet besteed aan de hoveniers der gerechtelijke dwaaltuinen die alsnog vervolging bevalen. Het OM gehoorzaamde en eiste dan ook vrijspraak. De dwaasheid ten top, die niet alleen de ondoordachtheid van art. 12 Sv. laat zien maar er ook toe had moeten leiden dat de zaak tegen Geert W. ten einde kwam. Tenzij de rechter het beter weet dan het OM natuurlijk, maar wat is dat beter weten als vervolger en verdachte het met elkaar eens zijn? Enschedé heeft er nogal wat later dan Beccaria meeslepend over geschreven, in “De grenzen van de functie van de strafrechter” (Rechtsgeleerd Magazijn Themis, 1974): als het OM vrijspraak vordert moet iets heel geks aan de hand zijn wil de rechter dat niet volgen. Ook hij wordt niet meer gelezen.

Alleen al om die twee redenen: vaagheid van betrokken bepalingen en niet meer dan spiegelgevecht in de rechtszaal, is de hele zaak tegen Geert W. een farce, overigens weer wél passend bij de persoon van de verdachte. En diens advocaat. Waarom die show als OM en verdediging het met elkaar eens zijn? In het belang van de cliënt dient de advocaat dan toch niets anders te doen dan de rechter voor zover nodig nog eens te overtuigen van het gelijk van het OM? Het is alles aan dovemansoren geschreven.

Alles draait om eer en al dan niet vermeende aantasting er van. Het weg- en maatschappelijk verkeer wordt er niet door opgevrolijkt, de politiek en de rechtspraak evenmin. Wél wordt die rechtspraak door weer andere zucht naar eer aan de gang gehouden. Dat is de show van Geert W., en zijn advocaat.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven