Partnerbijdrage van

Coronacrisis: “Nu afzien van zittingen lijkt mij getuigen van wijs beleid”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Nico Jörg

Vanwege de coronacrisis zijn de gerechten gesloten. Oud-raadsheer Fred Hammerstein verbaast zich daarover. Zijn oud-collega Nico Jörg ziet het anders: “Dit lijkt mij getuigen van wijs beleid.”

Mijn oud-collega Fred Hammerstein vraagt zich af waarom de gerechten in Nederland grotendeels op slot zijn gegaan in verband met de corona-uitbraak. Hij mist een uitleg uit de rechtspraak en zou graag willen weten waarom de rechtspraak niet behoort tot de onmisbare onderdelen van de maatschappij. Door de rechtspraak ‘plat te leggen’ geven de rechters een signaal dat slecht is voor het vertrouwen in de rechtspraak. Weliswaar worden uitzonderingen gemaakt voor urgente gevallen, maar de rechter beoordeelt zelf wat urgent is.

Naar mijn mening ziet Hammerstein een principieel en praktisch bezwaar over het hoofd, welke twee samenhangen. Ik ga in het onderstaande uit van de strafzaken waarvoor het overgrote deel van de mensen naar de gerechten komen; veel minder voor andere zaken.

Het principiële punt is het aanwezigheidsrecht van verdachten. Dit in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens eminente belang mag niet zonder zeer gegronde reden worden geschonden. In een niet aflatende stroom cassatiebeslissingen houdt de Hoge Raad de feitenrechters scherp aan een deugdelijke motivering voor het afwijzen van verzoeken tot aanhouding van de behandeling van een strafzaak omdat de verdachte om de een of andere reden verhinderd is (ziekte, mogelijke onbekendheid met de dag der terechtzitting, etc. etc.). Het oordeel van de Hoge Raad is terecht zeer streng om te voorkomen dat dit aanwezigheidsrecht een wassen neus wordt. Dit is een mooi principe. Maar zonder goede gronden moet het aanwezigheidsrecht wijken voor de zo gewenste voortvarende afhandeling van strafzaken. Dit laatste mag best, maar dan moet worden uitgelegd waarom dit in het onderhavige geval noodzakelijk is en uitstel niet kan worden verleend.

Hoe nu om te gaan in deze tijd van noodzakelijke social distancing? Wat gaan we doen met die duizenden verdachten (en vele slachtoffers die het woord mogen voeren) die dagelijks de gerechtsgebouwen in heel Nederland bezoeken? Hoe gaan we organiseren dat al die verdachten op een veilige afstand van het dienstdoende personeel in die gebouwen worden ontvangen en worden doorgeleid naar de zalen waar zij terecht moeten staan? Bij strafzaken gaat het vaak niet om lieverdjes die per ongeluk met het strafrecht in aanmerking zijn gekomen en zich alles laten gezeggen. De spugende Gökmen T. wil ik niet opvoeren als afschrikwekkend voorbeeld, maar ontevredenheid over de uitkomst van iemands strafzaak is niet te voorkomen: wat wordt de uitlaatklep?

Zouden zittingen in beginsel doorgang vinden, dan moeten zodanige maatregelen getroffen worden dat aan de veiligheidsregels wordt voldaan. Dat betekent onvermijdelijk dat een selectie moet worden gemaakt om het aantal bezoekers behandelbaar binnen de perken te houden. En dan rijst onmiddellijk de vraag: hoe gaat die selectie eruitzien? De selectie van ‘urgente gevallen’ valt nog wel redelijk objectief te maken, maar daarna wordt het een grote brei van prioriteiten en posterioriteiten waar niet op objectieve manier uit te komen is. Gaat het om slachtoffers die dringend op een beslissing wachten, op grond waarvan een punt voor prioriteit wordt gegeven? Moeten zaken met maatschappelijke impact voorrang krijgen ten koste van zaken met individuele impact? Hoe zit het met dreigende overschrijdingen van de redelijke termijn van vervolging? Op dit punt komen het principiële en het praktische punt samen. Ongelijke behandeling is onvermijdelijk als tot reductie van het aantal te behandelen strafzaken per dag moet worden overgegaan.

Men kan natuurlijk redeneren dat bijzonder omstandigheden een uitzondering op de regels rechtvaardigen. Videoconferencing is slechts mondjesmaat mogelijk, dus vormt geen reëel alternatief. Het lijkt mij onverkoopbaar om duizenden vonnissen te wijzen waarbij verdachten, zonder een rechter te hebben gezien en zelf hun verhaal te hebben kunnen doen, veroordeeld worden tot gevangenisstraf, werkstraf of geldboete, of bijzondere gedragsvoorwaarden opgelegd krijgen waar zij hun mening niet over hebben kunnen geven.

De beslissing om voorlopig af te zien van mondelinge behandelingen vanwege ongewenste inbreuken op het aanwezigheidsrecht en de onvermijdelijk ongelijke behandeling van verdachten lijkt mij getuigen van wijs beleid.

Reactie van Fred Hammerstein:

Met Nico Jörg ben ik het vanzelfsprekend eens dat het in de gegeven omstandigheden, zoals ik schreef, een lastige klus is om met zittingen door te gaan. Het is echter niet een onmogelijke opgave. Inmiddels heb ik gezien dat de rechtspraak haar boodschap gewijzigd heeft van “niet, tenzij…” in: “we gaan er alles aan doen om door te gaan, mits…”. De rechtspraak doet dus al waar ik met vele anderen voor heb gepleit. Er moeten veel hobbels worden genomen en er moet veel inventiviteit worden getoond. Anders dan Jörg denk ik dat de rechtspraak daartoe in staat is. En het lijkt me nogal wiedes dat de verdachte bij zijn proces aanwezig moet kunnen zijn. Dat kan ook via een videoverbinding. Jörg denkt alleen aan strafrecht, maar ik vind familierecht (uithuisplaatsing, curatele, voorlopig gezag) net zo belangrijk.

Dit bericht verscheen eerder op verderdenken.nl.

Lees ook:

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl