Het vaststellen van een Wwft-risicoprofiel is een verplicht onderdeel van het cliëntenonderzoek. Toch blijkt in de praktijk dat veel kantoren moeite hebben met het bepalen van het juiste risicoprofiel en het correct vastleggen van de onderbouwing.
Wanneer is er sprake van een laag, medium of hoog risico? Welke factoren wegen mee? En hoe zorg je ervoor dat je dossier voldoet aan de eisen van de Wwft? In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen en delen we een praktische aanpak die je direct kunt toepassen.
Wat is een Wwft-risicoprofiel?
Een Wwft-risicoprofiel geeft aan in welke mate een cliënt een risico vormt op witwassen of terrorismefinanciering. Op basis van dit profiel bepaal je hoe uitgebreid het cliëntenonderzoek moet zijn en hoe intensief de cliënt gedurende de relatie moet worden gemonitord.
Binnen de Wwft wordt onderscheid gemaakt tussen drie risicoprofielen:
- Laag risicoprofiel
- Medium risicoprofiel (het uitgangspunt)
- Hoog risicoprofiel
Hoe bepaal je het risicoprofiel?
Het risicoprofiel wordt vastgesteld op basis van de informatie die tijdens het cliëntenonderzoek beschikbaar komt en de risicoanalyse uit het eigen Wwft-beleid. Dit beleid vormt de basis voor een consistente beoordeling van cliënten en vertaalt de wettelijke risico’s naar de praktijk van jouw kantoor.
Bij de beoordeling kijk je onder andere naar:
- Het land van vestiging en de woonplaats
- De activiteiten of branche van de cliënt
- De eigendoms- en of zeggenschapsstructuur
- De betrokken UBO’s
- De aard van de dienstverlening
- De uitkomsten van sanctie-, PEP- en adverse media-screening
Laag risicoprofiel
Een laag risicoprofiel is alleen passend wanneer daarvoor duidelijke objectieve gronden bestaan. Denk hierbij aan:
- Een beursgenoteerde vennootschap of een 100% dochtermaatschappij daarvan
- Een overheidsinstelling
- Een financiële of andere gereguleerde instelling die onder toezicht staat
Medium risicoprofiel
Voor de meeste cliënten geldt een medium risicoprofiel. Dit is binnen de Wwft het uitgangspunt. Iedere nieuwe cliënt start in deze categorie, tenzij er voldoende aanleiding is om het profiel naar een lager, of juist hoger risiconiveau bij te stellen.
Hoog risicoprofiel
Een hoog risicoprofiel wordt toegekend wanneer er één of meerdere risicofactoren aanwezig zijn, zoals:
- Vestiging of woonplaats in een hoog-risicoland
- Betrokkenheid van een PEP
- Een complexe of ondoorzichtige vennootschapsstructuur
- Activiteiten in een risicogevoelige branche
- Een verhoogd risico vanwege de aard van de transacties of dienstverlening
Een hoog risicoprofiel betekent niet automatisch dat een cliënt moet worden geweigerd. Wel is verscherpt cliëntenonderzoek verplicht en moet duidelijk worden vastgelegd waarom de cliënt acceptabel is.
Hoe onderbouw je een Wwft-risicoprofiel?
Een veelgemaakte fout is een subjectieve motivatie als: “Laag risico, want wij kennen deze cliënt al jaren.” Een dergelijke onderbouwing voldoet niet aan de Wwft. De motivatie moet gebaseerd zijn op objectieve feiten en de uitgevoerde risicoanalyse.
Een goede onderbouwing bevat in ieder geval aandacht voor:
- Het land van vestiging of woonplaats
- De activiteiten van de cliënt
- De eigendoms- en UBO-structuur
- De woonlanden van de UBO’s
- De resultaten van sanctie-, PEP- en adverse media-screening
- Eventuele bijzonderheden rondom die dienstverlening
Het is niet nodig om uitgebreide rapportages te schrijven. Een bondige, feitelijke onderbouwing waarin de belangrijkste risico’s worden benoemd, is doorgaans voldoende.
Voorbeelden van een onderbouwing
Laag risicoprofiel
“Cliënt is gevestigd in [land] en is genoteerd aan de [beursnaam]/is een 100% dochtermaatschappij van een beursgenoteerde onderneming. De beurs is gereguleerd waardoor een laag risicoprofiel passend is. Uit de uitgevoerde screening blijken geen sanctie-, PEP- of adverse media-hits. Er zijn geen bijzonderheden geconstateerd ten aanzien van de activiteiten of de dienstverlening.”
Medium risicoprofiel
Rechtspersoon
“Cliënt is gevestigd in [land]. De activiteiten bestaan uit [activiteiten]. De structuur is vastgesteld aan de hand van [organogram/uittreksel Handelsregister/verklaring cliënt]. De UBO(‘s) zijn geïdentificeerd of, indien geen natuurlijk persoon meer dan 25% eigendom en/of zeggenschap heeft, is het statutair bestuur aangemerkt als pseudo-UBO. Uit de screening blijken geen sanctie-, PEP- of adverse media-hits. Er zijn geen bijzonderheden ten aanzien van de activiteiten of de dienstverlening.”
Natuurlijk persoon
“Cliënt woont in [land]. De dienstverlening bestaat uit [dienstverlening]. Uit de screening blijken geen sanctie-, PEP- of adverse media-hits. Er zijn geen aanvullende risico-indicatoren vastgesteld.”
Hoog risicoprofiel
Begin altijd met de standaardonderbouwing van de cliëntgegevens en benoem vervolgens de risicofactor(en).
Hoog-risicoland
“Cliënt/vertegenwoordiger/UBO is woonachtig of gevestigd in een door de Wwft aangewezen hoog-risicoland. Hierdoor is sprake van een verhoogd risico. De dienstverlening heeft geen betrekking op activiteiten of transacties in dit land en er zijn aanvullende beheersmaatregelen getroffen. Op basis hiervan achten wij de cliënt acceptabel.”
PEP
“Een van de vertegenwoordigers/UBO’s is aangemerkt als Politically Exposed Person (PEP). De PEP-screening is beoordeeld en de relevante risico’s zijn onderzocht. De dienstverlening is beperkt van aard en aanvullende beheersmaatregelen zijn getroffen. Hierdoor achten wij het restrisico acceptabel.”
Negatieve berichtgeving
“Uit adverse media-screening blijkt negatieve berichtgeving over de cliënt/vertegenwoordiger/UBO. Deze berichtgeving heeft betrekking op [onderwerp]. De mogelijke risico’s zijn beoordeeld en aanvullende informatie is opgevraagd. Op basis hiervan is vastgesteld dat het restrisico acceptabel is.”
Wanneer is vervolgonderzoek nodig?
Nadat het risicoprofiel is vastgesteld, bepaal je welke vorm van monitoring en eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is.
Bij een hoog risicoprofiel zal vaak verscherpt cliëntenonderzoek nodig zijn, waarbij onder meer wordt gekeken naar:
- Volledig inzicht in de structuur van de cliënt
- De herkomst van vermogen en middelen
- De achtergrond van transacties
- De aard en omvang van de dienstverlening
- Aanvullende documentatie om de risico’s voldoende te verminderen
RegLab ondersteunt bij een consistente Wwft-beoordeling
Een goed onderbouwd Wwft-risicoprofiel vraagt om een consistente werkwijze. Niet alleen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, maar ook om ervoor te zorgen dat iedere cliënt op dezelfde objectieve wijze wordt beoordeeld.
RegLab ondersteunt organisaties hierbij met praktische Wwft-tools, waaronder een risicomatrix, geïntegreerde screenings en een gestructureerd cliëntdossier. Zo worden de relevante risicofactoren inzichtelijk gemaakt, wordt de onderbouwing van het risicoprofiel eenvoudig vastgelegd en beschik je over een compleet dossier dat aansluit op de eisen van de Wwft.
Benieuwd hoe RegLab jouw organisatie kan ondersteunen bij het uitvoeren van cliëntonderzoek en het vastleggen van Wwft-risicoprofielen? Neem gerust contact met ons op of vraag een vrijblijvende demonstratie aan.

 (1).jpg)