Rechtsbijstand kost de samenleving geld, maar levert het ook méér op dan juridische hulp voor minvermogenden? Michael Faure (hoogleraar Comparative Private Law and Economics) en Louis Visscher (hoogleraar Rechtseconomie), beiden verbonden aan Erasmus School of Law, schreven hierover in het een nummer van Ars Aequi over toegang tot sociale rechtshulp. Zij concluderen dat investeren in rechtsbijstand de kosten meer dan waard is, en leggen dit uit in een artikel op de website van hun werkgever.
380 duizend toevoegingen
Jaarlijks geeft de Raad voor Rechtsbijstand zo’n 380 duizend toevoegingen af. Op basis van hun inkomen komt ruwweg een derde van de Nederlandse bevolking daarvoor in aanmerking. Dat kost veel belastinggeld. Faure en Visscher vragen zich af: waarom zet een samenleving publiek geld in om rechtshulp te bieden aan mensen die dat zelf niet kunnen betalen? Dit kan de vrije markt toch ook oplossen?
Preventieve werking
De rechtseconomen keken verder dan die vraag. Komt een zaak voor de rechter – al dan niet met gesubsidieerde rechtsbijstand – dan krijgen niet alleen de partijen die de zaak voeren duidelijkheid. Iedereen die later in een vergelijkbaar geschil belandt profiteert daarvan. Door die ene toevoeging kan een rechtsregel voor iedereen duidelijker worden. Als mensen daadwerkelijk naar de rechter kunnen stappen wanneer, houden die regels ook hun preventieve, gedragssturende werking.
Marktalternatieven
De markt kan dit probleem niet oplossen, menen Faure en Visscher. Zij onderscheiden drie marktalternatieven. No cure no pay werkt niet als de verwachte opbrengst te klein is, het niet om geld gaat of als de advocaat de win-kans te laag inschat. Los daarvan is deze constructie in Nederland maar beperkt toegestaan. Procesfinanciering (third party litigation funding) dan? Financiers stappen alleen in bij grote, kansrijke commerciële claims. De rechtsbijstandsverzekering? Die dekt de kosten pas na een inhoudelijke toets door de verzekeraar. Mensen die het hardst bescherming nodig hebben (de lage inkomens) sluiten zo’n verzekering het minst vaak af. Als de markt dit probleem moet oplossen, is het private rendement van een zaak leidend, terwijl een zaak voor de samenleving als geheel juist zeer waardevol kan zijn. Dan heb je, zo zeggen Faure en Visscher, publiek gefinancierde rechtsbijstand nodig om de private kosten voldoende verlagen om de zaak alsnog mogelijk te maken.
Inkomen of belang
Maar moet de rechtsbijstand vooral openstaan voor mensen met een laag inkomen, of kan beter worden gekeken naar het type zaak? Faure en Visscher bepleiten een zwaardere ‘belangentoets’ naast de bestaande inkomenstoets. Wat gebeurt er als iemand net te veel verdient om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen? Die valt buiten de boot (hij had zijn zaak maar moeten verzekeren of zelf financieren), zelfs als de zaak van grote maatschappelijke waarde is, zoals een klimaatzaak.
Maatschappelijke meerwaarde
Het is verder ook lastig te bepalen, nog vóórdat een zaak is gevoerd, hoe groot dat maatschappelijk belang precies is. Daarom houden Faure en Visscher vast aan hun uitgangspunt: “Vanuit de samenleving bezien is het belangrijker dat zaken met maatschappelijke meerwaarde gevoerd worden, dan dat rechtsbijstand strikt wordt voorbehouden aan de laagste inkomens.”
Meer concurrentie
Faure en Visscher pleiten daarnaast voor een brede, concurrerende markt van rechtshulpverleners: niet alleen de sociale advocatuur zou rechtsbijstand moeten mogen verlenen, maar ook grote commerciële kantoren, bijvoorbeeld via pro bono-zaken. “Meer aanbieders betekenen meer keuze voor de rechtzoekende, en dat komt de kwaliteit doorgaans ten goede.”
Inkomen
Het inkomen dat sociaal advocaten verdienen is hierbij cruciaal. Het gemaximeerd aantal ‘toevoegingseenheden’ gaat de komende jaren omlaag: van 250 naar 225 eenheden (per 1 januari 2026) en naar 200 (1 januari 2027). Faure en Visscher waarschuwen dat een te laag tarief averechts kan werken: “De beste rechtshulpverleners haken dan af, en blijven vooral minder goede aanbieders over die op deze manier een minimuminkomen bij elkaar proberen te sprokkelen.”
Meer aandacht
Voor Faure en Visscher is het duidelijk. “Investeren in rechtsbijstand loont, zeker op de langere termijn, ook omdat het voorkomt dat conflicten escaleren tot duurdere vormen van geschilbeslechting.” Vanuit rechtseconomisch perspectief, waarin het verhogen van de maatschappelijke welvaart centraal staat, verdient rechtsbijstand daarom meer aandacht dan het tot nu toe heeft gekregen.
