Het geschil gaat over de Tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering, waarvan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) vindt dat het onderdeel over het professioneel verschoningsrecht moet worden ingetrokken. Volgens de NOvA staat het voorstel op gespannen voet met recent aangenomen wetgeving, vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en fundamentele rechtsstatelijke waarborgen.
Ondermijning
Dit wetsvoorstel wijkt af van de Eerste vaststellingswet voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Dit werd door de Eerste Kamer op 24 februari 2026 aangenomen. In die wet is – na jarenlange voorbereiding – een regeling opgenomen waarin het professioneel verschoningsrecht en de centrale rol van de rechter-commissaris nadrukkelijk zijn verankerd. Nu kiest de wetgever, volgens de NOvA, voor een fundamenteel andere koers, zonder overtuigende onderbouwing. De NOvA spreekt van een ‘ondermijning van het verschoningsrecht’, nu het OM mag gaan uitmaken of bepaalde informatie uit strafdossiers onder het verschoningsrecht valt.
Uitgehold
Volgens de NOvA mag het Openbaar Ministerie als procespartij tegenover de verdachte juist geen kennis nemen van verschoningsgerechtigde informatie. Gebeurt dat wel, dan wordt de vertrouwelijkheid die het verschoningsrecht moet beschermen uitgehold. Juist daarom moet de beoordeling van mogelijk verschoningsgerechtigde informatie plaatsvinden onder gezag van een rechter-commissaris, zoals nu nog het geval is. De NOvA wijst daarbij op het prejudiciële arrest van de Hoge Raad (12 maart 2024), waarin de Hoge Raad wees op de procedurele waarborgen rond het verschoningsrecht en de regievoerende rol van de rechter-commissaris bij het uitfilteren van mogelijk geprivilegieerde gegevens. De rechter-commissaris krijgt in de nieuwe regeling slechts een ‘rest-functie’.
Waarborgen
Ook de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) wil dat het conceptvoorstel wordt herzien. Hiermee worden immers noodzakelijke waarborgen ter bescherming van het verschoningsrecht losgelaten, schrijft de KNB in een negentien pagina’s tellende brief. “Daarmee wordt het verschoningsrecht als algemeen rechtsbeginsel aangetast. Zonder deze bescherming kan de notaris diens maatschappelijk essentiële vertrouwensfunctie niet uitoefenen. Een functie die onmisbaar is voor burgers en ondernemingen in een functionerende rechtsstaat: de cliënt moet immers op vertrouwelijkheid kunnen rekenen. Het verschoningsrecht dient hiermee niet het belang van de notaris, maar van de algehele maatschappij.”
Sterkere rol OM
De KNB verzet zich dan ook tegen de sterkere rol die het OM krijgt in de beoordeling van gegevens die wel of niet vertrouwelijk moeten zijn, en de filtering van die gegevens. Dit gaat volgens de KNB in tegen de richtinggevende beslissing van de Hoge Raad, waarin de rechter-commissaris (als onafhankelijke autoriteit) juist een centrale rol is toegekend.
Waarborgen
De Raad voor de rechtspraak kan zich echter wel vinden in deze wetswijziging maar benadrukt daarbij dat voldoende waarborgen moeten worden ingebouwd voor de rechtsbescherming van verdachten.
