NvvR en E-court gaan overleggen

Delen:

De NvvR, de vakbond van de rechterlijke macht en E-court gaan op korte termijn met elkaar om de tafel zitten om te zien of en zo ja hoe de gerezen meningsverschillen uit de wereld kunnen worden geholpen. E-court kwam vorige week uitgebreid in het nieuws met het initiatief tot een vorm van particuliere rechtspraak die niet bij iedereen goed is gevallen. Behalve de NvvR vond ook de Raad voor de Rechtspraak begrippen als ‘rechtbank’ en ‘rechtspraak’ op z’n minst verwarrend. De gedachte dat ‘gewone’ rechters ‘part-time zouden kunnen werken voor e-court is evenmin niet met gejuich ontvangen bij het establishment van de gevestigde rechterlijke macht.

Henriëtte NakadE-court oprichter Henriëtte Nakad is niet onder de indruk van de protesten: “Ik sta open voor alle vormen van overleg. We hebben vooraf ook contact gezocht met het ministerie van Justitie en met de NvvR maar toen was er geen belangstelling om te overleggen. Dat dit nu wel kan, is alleen maar toe te juichen.”

Nakad is het absoluut oneens met de constatering dat haar initiatief met name negatieve reacties lijkt te hebben opgeroepen: “Ik krijg heel erg veel adhesiebetuigingen. Denk aan bedrijfsjuristen, denk aan de advocatuur, denk aan adviesbureaus. Maar zeker ook vanuit de rechterlijke macht is de animo groot om hieraan deel te nemen.”

Uit de woorden van Nakad wordt duidelijk dat zij nu wel wat twijfelt of vastgehouden moet worden aan de gekozen termen als rechtbank en rechtspraak: “Als nu blijkt dat met name weerstand is tegen het gebruik van dat soort begrippen, dan moeten we wellicht daar nog eens naar kijken. Wettelijk is er geen enkel beletsel, dat is duidelijk. Het probleem is dat er in het Nederlands vocabulair heel weinig begrippen die op een zelfde manier deze lading dekken. En neem nou een arts: of hij nou opereert in een overheidsziekenhuis of een particuliere kliniek, het is en blijft een arts. En hij is aan dezelfde regels gebonden.”

De Utrechtse hoogleraar executie- en beslagrecht Ton Jongbloed is als lid van de Raad van Toezicht van E-court nauw bij dit initiatief betrokken. Ook hij vindt de ophef rond E-court wat overdreven: “Ach, wellicht zijn er mensen bang voor het afbrokkelen van hun positie. Het feit dat E-court claimt dat binnen 8 tot 12 weken vonnis wordt gewezen, komt wellicht wat bedreigend over op bepaalde mensen. En ook het woord ‘rechtbank’ is blijkbaar een beladen term, maar het is zeker geen beschermd begrip. Ik ben zelf voorzitter van de geschillencommissie reizen. En soms noemen de mensen mij ook ‘meneer de rechter’. En dat laat ik dan maar zo. Daar gaat het toch niet om? Het grote probleem is dat we er in de voorbereiding almaar niet in geslaagd zijn om met een aantal partijen in gesprek te komen. Want als we vooraf hadden kunnen uitleggen wat precies onze bedoeling was, dan ben ik er van overtuigd dat er nu heel wat minder ophef zou zijn.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Ministerie van Justitie en Veiligheid zoekt een

Scroll naar boven