Deurwaarder mag niet dreigen met faillissement als dit onhaalbaar is

Een abonnementhouder van een sportschool had een betalingsachterstand van € 206. Voor een gerechtsdeurwaarder was dat reden om te dreigen met een faillissement zolang niet werd betaald. Deze intimiderende werkwijze kwam de deurwaarder duur te staan.

Delen:

Deurwaarder mag niet dreigen met faillissement als dit onhaalbaar is - Mr. Online
Foto: Depositphotos

In deze zaak had een sportschool een vordering op een abonnementhouder van € 206. Omdat deze persoon niet betaalde, schakelde de sportschool een gerechtsdeurwaarder in. Die stuurde meerdere sommatiebrieven, belde de man een aantal keren op en ging langs bij zijn huis. Dit alles leidde niet tot betaling.

Faillissementsaanvraag

Vervolgens stuurde de deurwaarder een brief waarin staat dat het faillissement van de sportschoolbezoeker wordt aangevraagd. De tekst is zo opgesteld alsof het lijkt dat de rechtbank dit faillissement zeker zal uitspreken, want de gevolgen worden alvast aan de sportschoolbezoeker medegedeeld: er wordt een curator aangesteld, deze zal een staat van baten en schulden opmaken, alle post van de sportschoolbezoeker (‘u als gefailleerde’) gaat naar de curator, en ‘uw faillissement zal openbaar worden gemaakt’. De sportschoolbezoeker krijgt ook te horen dat hij de beschikking en het beheer over zijn vermogen verliest en dat geldt ook voor zijn eventuele echtgenote. Hij kan de faillissementsaanvraag slechts voorkomen door binnen vijf dagen het verschuldigde bedrag te betalen.

Intimiderende brief

De sportschoolbezoeker laat het er niet bij zitten en beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder hem een buitengewoon intimiderende brief heeft gestuurd. In de brief wordt zijn faillissement al aangekondigd zonder te vermelden hoe groot de schuld is. Ook wordt niet gesproken over een steunvordering. Over de vordering is nog geen vonnis gewezen. De gerechtsdeurwaarder stelt dat de sportschool als schuldeiser hem heeft gevraagd om te dreigen met een faillissementsaanvraag. De kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam verklaart de klacht van de sportschoolbezoeker ongegrond (ECLI:NL:TGDKG:2025:85, niet gepubliceerd).

Wet kwaliteit incassodienstverlening

Meer succes heeft de sportschoolbezoeker bij het gerechtshof Amsterdam. De notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van dat hof stelt dat de Wet kwaliteit incassodienstverlening eist dat de incassodienstverlener zich in de omgang met schuldenaren en schuldeisers correct opstelt. Contact met de schuldenaar mag niet intimiderend of dreigend zijn en er mag niet worden gedreigd met bevoegdheden of maatregelen die (nog) niet kunnen worden ingezet.

Geen steunvordering

De aankondiging van een faillissementsaanvraag noemt het hof disproportioneel en in strijd met de Gerechtsdeurwaardersverordening en de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Een faillietverklaring kan pas worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een vorderingsrecht van de aanvragende schuldeiser én van een steunvordering, waarbij de schuldenaar in de toestand is komen te verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet concreet gemaakt dat hij op de hoogte was van een (of meer) steunvordering(en).

Oneigenlijke druk

Het hof gaat ervan uit dat er geen faillissement zou worden aangevraagd als betaling niet zou volgen binnen de genoemde termijn. Dat blijkt ook wel: toen de man alsnog niet betaalde, diende de deurwaarder geen faillissementsaanvraag in. Door een maatregel aan te kondigen die niet daadwerkelijk wordt genomen, heeft de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk uitgeoefend. Daarbij was de toonzetting van de brief ook nog eens intimiderend, doordat niet is uitgelegd dat na een faillissementsaanvraag nog een rechterlijke toets moet plaatsvinden, maar het faillissement, met alle onaangename gevolgen daarvan, als een zekerheid is gepresenteerd. Een en ander is tuchtrechtelijk laakbaar.

Waarschuwing

De deurwaarder krijgt een waarschuwing opgelegd. Deze moet ook het griffierecht dat de sportschoolbezoeker in eerste aanleg en in hoger beroep heeft betaald (totaal € 100) aan de man vergoeden. Daar komt nog wat bij: € 50 voor kosten van die man, € 1.050 voor zijn rechtsbijstand en € 2.000 voor de kosten van behandeling van de klacht door het hof.

Lees hier de uitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2026:1998.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Lees meer over:

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven