Juridisch nieuws

Ook Hoge Raad wil meer vrouw-inclusieve taal

Foto: Pixabay

De Hoge Raad heeft positief gereageerd op de oproep van advocatenkantoor Jebbink Soeteman om voortaan in de rechtspraak vrouw-inclusieve taal te gebruiken. Advocaten Willem Jebbink en Rosa van Zijl riepen op Internationale Vrouwendag (8 maart) op tot gebruik van vrouwelijke verwijswoorden in de rechtspraak. Het gebruik van louter mannelijke verwijswoorden voor rechters en advocaten vinden zij niet van deze tijd. “Het is taaldiscriminatie.”

In het kader van Internationale Vrouwendag heeft het Amsterdamse strafrechtkantoor Jebbink Soeteman de Hoge Raad opgeroepen in zijn rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken. Het is het kantoor een doorn in het oog dat in de rechtspraak naar ‘de rechter’ of andere functionarissen in de strafrechtpraktijk, zoals de officier van justitie, de advocaat en het slachtoffer, uitsluitend met ‘hij’ wordt verwezen, ook als het overduidelijk om een vrouw gaat.

In een brief schrijven ze dat meer dan 50 procent van de rechters in Nederland is vrouw, maar in de taal van de rechtspraak zij niet bestaan. “In januari van dit jaar benoemde de Hoge Raad in een uitspraak nog wat van ‘de raadsman’ mag worden verwacht, terwijl het een vrouwelijke advocate betrof. Dat was geen vergissing, maar welbewust want zelfs in zo’n situatie gebruikt de Hoge Raad uitsluitend het woord ‘raadsman’. Zo’n 45 procent van de advocaten is vrouw. Ook zij worden in de juridische taal consequent verzwegen.”

Volgens de advocaten staat het wegmoffelen van vrouwen in de taal van de rechtspraak op gespannen voet met het Internationale Vrouwenverdrag. Dit verplicht onder meer de rechtspraak praktische verwezenlijking van het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen door middel van ‘passende middelen te verzekeren’. De advocaten dragen ook een oplossing aan. Daartoe verwijzen zij naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat standaard ‘he or she’ gebruikt voor algemene verwijzingen.

Jebbink, Van Zijl en hun kantoorgenoten vermoeden dat de oorzaak van deze taaldiscriminatie ligt in de Nederlandse wetstaal. Ook daarin worden slechts mannelijke verwijswoorden gebruikt. “De wettekst noemt rechters in gerechtshoven en de Hoge Raad raadsheren. Dit leidt er in de praktijk toe dat uit beleefdheid een vrouwelijke rechter met ‘mevrouw de raadsheer’ wordt aangesproken. Die belachelijke situatie kan worden aangepast door af te spreken dat het voortaan ‘mevrouw de raadsdame’ is. Vrouwelijke strafrechtadvocaten worden in de praktijk ook niet raadsman genoemd, maar raadsvrouwe, zonder dat die term in de wet voorkomt. De wettekst is dus zwak als argument voor het vasthouden aan taaldiscriminatie.”

De advocaten vinden dat ook de wetgever vrouw-inclusieve taal moet gaan gebruiken. Zij achten de tijd daarvoor rijp, juist nu een geheel nieuw wetboek van strafvordering in de maak is.

Advocaten Jebbink en Van Zijl zijn opgetogen over de reactie van de Hoge Raad, die intern bezig is met helder taalgebruik en de suggesties van de advocaten te zullen meenemen. “Juist de hoogste rechter dient het goede voorbeeld te geven. Dit zal ongetwijfeld inspireren tot gebruik van vrouw-inclusieve taal in alle rechtspraak. De wetgeving en de rechtsgeleerde literatuur moeten wat ons betreft ook overstag.”

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand