De rechtbank Noord-Holland veroordeelde de dansleraar voor ontucht met twee van zijn minderjarige leerlingen. Hij kreeg een gevangenisstraf van drie jaar opgelegd en moest de slachtoffers een schadevergoeding betalen van totaal ruim 15.000 euro. Als bijkomende straf kreeg hij een beroepsverbod voor vijf jaar. Omdat de rechters er ‘ernstig rekening’ rekening mee hielden mee dat de verdachte opnieuw in de fout zou gaan, werd bepaald dat dit verbod dadelijk uitvoerbaar was. Maar een beroepsverbod kan volgens de wet pas ingaan als een zaak definitief is afgerond. De dansleraar tekende na de uitspraak hoger beroep aan en kon dus zijn werk blijven doen.
Journalist stelde vragen
Een journalist van het Noordhollands Dagblad kwam onlangs tot de ontdekking dat de man nog steeds als dansleraar werkt, en stelde daar vragen over. In reactie daarop schrijft de rechtbank in een verklaring dat zij de fout in het vonnis betreurt. De rechters kwamen er al de dag na de uitspraak achter dat het vonnis deels onuitvoerbaar was, maar de wet staat niet toe om een vonnis na een uitspraak aan te passen. De rechtbank meldde de onuitvoerbaarheid wel via een aanvullend proces- verbaal aan het Openbaar Ministerie en aan de advocaat van de veroordeelde.
Slachtoffers niet op de hoogte
De slachtoffers, met wie het contact door het OM wordt onderhouden, werden niet op de hoogte gesteld van het feit dat de verdachte zijn werk nog kon uitoefenen. De rechtbank zegt dan ook niet alleen de fout in het vonnis te betreuren, maar ook het feit dat zij daarover onvoldoende heeft gecommuniceerd. “Met een rectificerend nieuwsbericht was direct voor iedereen duidelijk geweest dat de dansleraar in afwachting van het hoger beroep door kon gaan met het geven van dansles.”
Maatregelen
De rechtbank neemt maatregelen om in de toekomst beter om te gaan met dit soort fouten. Rechters en gerechtsjuristen moeten voortaan een fout in een uitspraak die niet met een herstelvonnis kan worden rechtgezet melden bij hun leidinggevende en de communicatieafdeling. Vervolgens wordt bekeken wie op de hoogte moeten worden gesteld van de fout.
Het hoger beroep in de zaak vindt op 8 oktober plaats bij het gerechtshof in Amsterdam.
