Partnerbijdrage van

Schuldeisers proberen meer invloed op het faillissement te krijgen

Het insolventierecht kristalliseert steeds verder uit, maar er blijft voor juristen veel nieuws te ontdekken, stelt Niels Pannevis, CPO-docent en bewerker van de nieuwe Polak. In de cursus ‘Ontwikkelingen in het insolventierecht’ komen de belangrijkste thema's aan bod.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Onlangs is de Polak – Insolventierecht geheel herzien. Wat was daarvoor de aanleiding?
“De belangrijkste reden is dat dit de eerste druk van mijn hand als nieuwe bewerker is. Dat is aanleiding om het wat grondiger aan te pakken. De opzet en indeling zijn aangepakt, de tekst is aangescherpt, die is directer geworden, en er zijn nieuwe hoofdstukken bijgekomen, onder andere over de WHOA en de pre-pack. Die nieuwe hoofdstukken gaven ook de gelegenheid om bij belangrijke leerstukken eerst het centrale probleem neer te zetten voordat de oplossing wordt behandeld. Dat is vooral voor het onderwijs gebeurd.

Bovendien is het boek natuurlijk, zoals bij elke bewerking, geactualiseerd om nieuwe wetten en jurisprudentie te verwerken. Verder zijn her en der schema’s toegevoegd om de structuur van het recht duidelijker te maken. Juristen zijn gewend om met tekst te werken, maar tekst is slechts een manier om het over het recht te hebben. Je kunt het recht ook in schema’s uitdrukken; een handig hulpmiddel. Zo zijn er nu bijvoorbeeld schema’s over de procedures tijdens faillissement opgenomen en stroomschema’s die de structuur van het insolventierecht weergeven. Zo is het echt een herziene uitgave van de Polak geworden.”

Welke ontwikkelingen zijn u in het bijzonder opgevallen bij het schrijven van de Polak?
“Grote dingen vallen op als ze gebeuren, bijvoorbeeld een wetswijziging als de invoering van de WHOA of een belangwekkend arrest van de Hoge Raad. De WHOA is echt (in) een stormachtige ontwikkeling. De Faillissementswet is 125 jaar oud, dus de grote vragen daarin zijn vaak ooit al beslecht, maar de WHOA bestaat nog geen twee jaar, dus heeft nog heel veel grote vragen. In de rest van het insolventierecht moet je dus soms iets beter kijken, maar als je de ontwikkelingen over een wat langere periode beschouwt, en ook alle uitspraken van feitenrechters bekijkt, dan komen allerlei interessante onderstromingen aan het licht. Dan valt bijvoorbeeld op dat schuldeisers meer invloed op het faillissement proberen te krijgen. Dat uit zich bijvoorbeeld in de toenemende verzoeken om schuldeiserscommissies. Daarmee adviseren schuldeisers de curator, en proberen ze soms toezicht te houden op de curator. Die invloed kunnen schuldeisers ook pakken via de schuldeisersvergadering, geregeld in artikel 80 en verder van de Faillissementswet, maar daarvan wordt in de praktijk nog geen gebruik gemaakt. Ik ben benieuwd of daarin verandering komt.

Wat ook echt opvalt is dat er steeds meer een beroep wordt gedaan op misbruik van recht. Dat duikt op allerlei plekken op, en lijkt echt een beetje de redelijkheid en billijkheid van het insolventierecht te worden. Dit vijlt de scherpe randjes van de harde regels van het insolventierecht. Verder valt op dat over twee thema’s altijd veel wordt geprocedeerd: bestuurdersaansprakelijkheid en de actio Pauliana. Dan zie je bijvoorbeeld dat de actio Pauliana, ook al is die toch al ongeveer 2000 jaar geleden door de Romeinen bedacht, nog steeds verder wordt verfijnd. De actio Pauliana wordt nu bijvoorbeeld soms ingezet in procedures over betalingen aan een advocaat. Als de schuldenaar vlak voor de faillietverklaring nog een oude rekening van zijn advocaat voldoet, dan kan dat Paulianeus zijn, maar tegelijk moet een schuldenaar die failliet dreigt te gaan wel rechtsbijstand kunnen krijgen. Daar zit een spanningsveld. In de cursus ‘Ontwikkelingen in het insolventierecht’ komen deze ontwikkelingen aan bod.”

En wat is belangwekkende jurisprudentie uit de afgelopen periode?
“Er gebeurt van alles. Het Europees Hof heeft bijvoorbeeld een belangrijke uitspraak over de pre-pack gedaan. Dat is de situatie waarin een curator zich al mag verdiepen in de situatie van een bedrijf voordat sprake is van een faillissement. Het voordeel daarvan is dat hij op het moment dat er daadwerkelijk een faillissement wordt uitgesproken ook snel kan handelen en bijvoorbeeld het bedrijf goed en snel kan verkopen. Bij een overgang van een onderneming is wettelijk bepaald dat de werknemers van rechtswege mee overgaan, maar een faillissement vormt de uitzondering op deze regel. Bij het Europees Hof lag de vraag voor of in de situatie van een pre-pack ook die faillissementsuitzondering geldt. Dat kan volgens het Hof zo zijn. Bij een overgang van onderneming in een pre-pack gaan de werknemers dus niet altijd van rechtswege mee over naar de nieuwe eigenaar.

Maar ook op allerlei andere terreinen gebeuren interessante dingen. Steeds meer vorderingen zijn verifieerbaar dus kunnen meedoen in faillissement, we weten sinds kort dat de rente over een boedelschuld ook weer een boedelschuld is, en de Hoge Raad heeft eindelijk de knoop doorgehakt of de gijzeling van een niet meewerkende failliet of bestuurder van de failliet voorwaardelijk geschorst kan worden. Daar waren rechters over verdeeld, maar het kan. Zo kristalliseren steeds meer vraagstukken zich uit.”

Niels Pannevis verzorgt op 28 september de cursus ‘Ontwikkelingen in het insolventierecht’. Meer info & inschrijven

Niels Pannevis is advocaat bij RESOR en fellow bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top