Juridisch nieuws

‘Taaladvies voor rechters is kort door de bocht’

Rechterlijke uitspraken op taalniveau B1, zoals Kamerlid Maarten Groothuizen twee weken geleden bepleitte? Een Neerlandica (HBO-rechten) en een kinderrechter hebben ‘met verbazing’ kennisgenomen van dat voorstel. Kent hij wel de scheiding der machten?

Rechters praten en schrijven te moeilijk. Door complex juridisch taalgebruik wordt het vertrouwen in de rechtspraak aangetast, vooral door mensen met een lagere opleiding. Als rechters in hun vonnissen taalniveau B1 hanteren, is dat probleem al opgelost, betoogde Groothuizen (D66) onlangs. Hij kreeg in de Kamer steun van VVD, CDA en ChristenUnie. Tachtig procent van de bevolking zou teksten op dit niveau moeiteloos kunnen begrijpen.

Dat voorstel valt niet overal goed. In een artikel op de website van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) bekritiseren Neerlandica Amber Oomen-Delhaye, als docent-onderzoeker verbonden aan het lectoraat HBO-Rechten van de HAN en kinderrechter Esther de Boer (Rechtbank Gelderland) Groothuizens voorstel.

Ze wijzen op de initiatieven die de rechtspraak al heeft ontplooid over toegankelijke vonnissen, zoals de Werkgroep Begrijpelijkheid van de Raad voor de rechtspraak, die handvatten opstelt voor helderder taalgebruik door rechters. Ze noemen ook de jaarlijkse Klare Taalbokaal voor de duidelijkste uitspraak van een rechtbank of hof. ‘Klare taal’ is een vast onderdeel van cursussen voor nieuwkomers en onderwerp van workshops.

“Het is een voortschrijdend proces dat aanpassing vergt. En dus tijd kost. Wat denkt de politiek in dit proces te kunnen of moeten bijdragen? De rechtspraak is immers een onafhankelijke staatsmacht. Rechters zijn, op basis van de wet, gehouden hun beslissingen, en de gronden waarop die rusten, zo goed mogelijk te motiveren. Het dient het vertrouwen in de rechtspraak als ervan wordt uitgegaan dat rechters dit doen naar eer en geweten. Wij vragen ons af of en in hoeverre Groothuizen bij zijn motie oog heeft voor deze ‘scheiding van de machten”, schrijven Oomen-Delhaye en De Boer op persoonlijke titel.

Groothuizen had zijn huiswerk beter moeten doen. Taalniveau B1 klinkt wel leuk, maar zegt in dit verband niet veel. De taalniveaus A1, A2, B1, B2, C1 en C2 zijn ontwikkeld om de verschillende niveaus van taalvaardigheid van de niet-moedertaalspreker in een moderne vreemde Europese taal te duiden. Verder is volgens de auteurs uit deze taalniveaus niet af te leiden hoe een begrijpelijke tekst eruit zou moeten zien. “Er is ook geen wetenschappelijke onderbouwing voor de percentages waar commerciële taalbureaus mee schermen. Waar zijn al die tabellen op gebaseerd, waarin staat dat tachtig procent van de bevolking teksten op B1-niveau begrijpt en slechts vijftien procent teksten op C1-niveau? Het ontbreken van enige wetenschappelijke basis zou minimaal een gezonde achterdocht moeten opwekken.”

Ook bepaalde taaladviezen noemen Oomen-Delhaye en De Boer te kort door de bocht. Met name het mantra ‘schrijf korte en eenvoudige zinnen’ noemen ze problematisch. “Uit onderzoek blijkt dat korte zinnen soms juist onbegrijpelijker zijn dan de langere variant, wegens het ontbreken van verbindingswoorden.” Daarnaast komen problemen met het begrijpen van teksten voornamelijk voort uit het verschil tussen de vooronderstelde en feitelijke voorkennis van de lezer door de schrijver. Verder hebben rechterlijke uitspraken niets te maken overheidscommunicatie tussen overheid en burger, maar met de beslissing van een rechtsprekende rechter. Bij overheidscommunicatie mag een tekst op B1-niveau vaak niet langer zijn dan anderhalf A4’tje. “Een onhaalbare kaart”, voor vonnissen. Tot slot: het huiverig vermijden van jargon. “Ook zo’n fijn taaladvies, wat soms juridisch gezien onwenselijk of zelfs onhoudbaar is. Uit onderzoek blijkt zelfs dat het in juridische teksten beter is om jargon toe te lichten in plaats van te vermijden of te vervangen, zoals in overheidscommunicatie misschien wel handig is.”

Het advies van Oomen-Delhaye en De Boer: “Laat kamerlid Groothuizen, of anders minister Dekker, eerst eens goed onderzoek doen naar welke taaladviezen écht relevant zijn voor de rechtspraak. En laat hem daarná pas spreken met de rechters om te horen wat hun zienswijze is.”

Lees hier het artikel van Amber Oomen-Delhaye en Esther de Boer.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand