Partnerbijdrage van

Taalverloedering?

Zoals alle andere talen verandert ook het Engels voortdurend. Niets om je over overmatig over op te winden, zo schrijft de Engelse journalist en linguïst David Shariatmadari, Maar hoe moet dat dan in de Engelse rechtspraak waar taal zo veel belangrijker is dan in bijv. de Nederlandse rechtspraak? Hierover leest u in de nieuwste Branch Out Legal English Blog

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op deze plaats heb ik al een aantal malen geschreven over taalverandering en over hoe bang of juist hoe gelukkig we daarover moeten zijn. Lees bijv. hier of hier.  Nou is dat natuurlijk niet alleen een Nederlands stokpaardje. In Engeland bijvoorbeeld waarschuwt  de voorzitter van de Plain English Campaigh, Marie Clair in the Daily Mail: “There is a worrying trend of adults mimicking teen-speak. They are using slang words and ignoring grammar. Their language is deteriorating. They are lowering the bar. Our language is flying off at all tangents, without the anchor of a solid foundation”. Ook de Queen’s English Society vecht al tientallen jaren voor het behoud van de Engelse taal zoals we die kennen: “Some changes would be wholly unacceptable, as they would cause confusion and the language would lose shades of meaning” schrijft de Society op haar, overigens erg vermakelijke en
informatieve, website.

Je kan makkelijk een aantal redenen bedenken waarom er, op het oog, meer Engelse verzuchtingen over zgn. taalverloedering zijn dan Nederlandse. Het Engels is ouder; in Engeland bestond er veel eerder een hofcultuur waar “taal” en “taalgebruik” veel belangrijker werden gevonden; de Engelsen hadden veel meer last, dan wel profijt, van talige invloed van hun koloniën; In Engeland is taal een stuk belangrijker in wetgeving en rechtspraak (“de letter van de wet”) dan in Nederland (waar “de geest van de wet” een veel grotere rol speelt); Engels als voertaal is veel belangrijker in de hele wereld; en ga zo nog maar even door.

Genoeg redenen dus om je op te winden over de teloorgang ervan. En zich opwinden over taal-verloedering doen de Engelsen al minstens vanaf het jaar 1380 toen John Trevisa  een in het Latijn geschreven werk van de Benedictijner monnik Ranulf Higden  in het Engels vertaalde: “By intermingling and mixing, first with Danes and afterwards with Normans, in many people the language of the land is harmed, and some use strange inarticulate utterance, chattering, snarling, and harsh teeth-gnashing”.

Het was dan ook een echte ‘oogopener’ om het boek Don’t Believe a Word: The Surprising Truth About Language  van David Shariatmadari te lezen. Shariatmadari schrijft regelmatig voor de Britse krant The Guardian over taal en in dit boek weerlegt hij één voor één de sprookjes over vermeende taal-verloedering. Eigenlijk komt het erop neer dat er niks te vrezen of te juichen valt: taal verandert, of je het nu leuk vindt of niet.

En taal verandert niet alleen omdat er andere woorden of uitdrukkingen ontstaan, maar ook omdat de grammatica verandert. Een mooi voorbeeld dat hij in het boek geeft, is het Engelse will, de (huidige) standaardaanduiding van de toekomende tijd in het Engels. Het gaf ooit verlangen en intentie aan. Het Engels I will betekende ooit “ik wil, ik wens” (als het Nederlandse “willen” dus). Nog steeds bestaat dat in het Engelse if you will (“als je wilt/verlangt”). Maar omdat verlangens hoop voor de toekomst zijn, werd dit veel voorkomende werkwoord geleidelijk aan eenvoudigweg gezien als een toekomst-aanduider. Het verloor zijn échte betekenis en werd slechts een grammaticaal deeltje. De oorspronkelijk toekomst-aanduider, shall, verloor eveneens zijn betekenis en kreeg (of liever gezegd: zou, met name in juridische teksten als contracten e.d., moeten krijgen) meer de betekenis van “moeten”.

En daar ligt precies het probleem met een zichzelf steeds vernieuwende taal, of, meer in het bijzonder, een zichzelf steeds vernieuwend Engels. Engels is namelijk de taal van het common law-rechtssysteem; een systeem met een heel stelsel gewoonterecht waar jurisprudentie leidend is; bij wetsvorming en rechtszaken wordt uitgegaan van eerder gedane gerechtelijke uitspraken in gelijksoortige zaken (de zgn. decisions). Bij iedere nieuw aangespannen rechtszaak wordt uitgegaan van het principe dat gelijksoortige rechtszaken behandeld moeten worden volgens consistente regels, zodat ze tot een gelijksoortig resultaat leiden.

Maar wat nu als de taal verandert (wat-ie, volgens David Shariatmadari, voortdurend en onvermijdelijk doet), maar  in gerechtelijke beslissingen tegelijkertijd móét worden meegenomen wat de betekenis was vóór die veranderingen? Zie de, letterlijk honderden, rechtszaken over wat shall of will betekent in, bijvoorbeeld, contracten…

 

 

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Andere interessante artikelen uit dit thema:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top