De rechter – als zichzelf

Delen:

Een collega van mij meldde dat ze in het blad Mr. had gelezen dat ik een blog schreef. Er stond een samenvatting in van wat ik had geschreven, en die vond ze nogal saai. Ze kon mijn vraag, waar het dan over ging, niet beantwoorden. Ik heb mijn samenvattingen erop na gelezen, en ik vond ze helemaal niet saai. Een beetje writer’s block kreeg ik wel, want ik kreeg niks meer uit het toetsenbord. Hopelijk is dit blog nog op tijd.

Beste lezer, als u dit leest bent u al verder dan mijn collega ooit gekomen is. En mocht u in slaap vallen, dan wens ik u nu alvast welterusten.

Mijn centrale vraag deze keer is, of het publiek wijzer wordt van de aandacht voor de rechter in de publiciteit. Houd die vraag even vast, aan het eind van dit blog komt er een antwoord.

Identiteit

In 1963 verscheen het boek The McLandress Dimension, geschreven door ene Mark Epernay. Epernay beschreef het wetenschappelijke werk van dr. Herschel McLandress, die baanbrekend onderzoek had gedaan. Bijvoorbeeld: de McLandress Co-efficient, kortweg McL-C, die kon uitdrukken hoe lang iemand in staat was om aan iets anders dan zichzelf te denken. McLandress had veel bekende mensen met deze methode gemeten door observaties van toespraken en interviews. De meeste mensen bleken niet langer dan een of twee minuten aan iets anders dan zichzelf te kunnen denken. Alleen president De Gaulle van Frankrijk had een uitzonderlijk lange McL-C. De verklaring voor de score: De Gaulle sprak veel over Frankrijk, en bij nader inzien bedoelde hij dan eigenlijk zichzelf. La France, c’est moi. Zijn McL-C werd na deze ontdekking bijgesteld naar enkele seconden. Het boek was een sensatie. Het weekblad Newsweek ging op zoek naar de schrijver. Die bleek niet te bestaan, evenmin als dr. Herschel McLandress. Newsweek stuurde, na enig onderzoek, aan John Kenneth Galbraith, bekend econoom en toen ambassadeur van de VS in India, een telex met de vraag: Are you Mark Epernay? kregen ze een telex terug met de vraag: Who is Mark Epernay? Hij was het natuurlijk wel. Zijn artsen hadden hem geadviseerd het een tijdje kalmer aan te doen, en het schrijven van het boek was zijn therapie.

Identificatie

Hier moest ik aan terugdenken toen ik mijzelf betrapte op een soortgelijk mechanisme als bij De Gaulle: de rechtspraak, dat ben ik zelf. Elke zaterdag – en soms door de week ook nog wel eens – was het raak: ik sloeg de krant open en was op slag van slag door de zoveelste aanslag op mijn rechterlijk ego. Begrijpelijk waar het vandaan komt: gedurende drie en een half jaar heb ik mij bij de Wereldbank beziggehouden met rechtspraakhervorming in landen in ontwikkeling. Daar hielden wij ons bezig met het beter maken van de rechtspraak in alle hoeken van de wereld, vanuit de overtuiging dat goede rechtspraak voor een land en zijn bevolking belangrijk is. Toen ik weer echt rechterswerk ging doen werkte dat nog door. Elke psycholoog kan je uitleggen dat die identificatie en zo’n overdreven verantwoordelijkheidsgevoel onverstandig is. Je moet je geen problemen aantrekken die je niet kunt oplossen. Daarom probeer ik het dus allemaal wat kalmer op te nemen. Mijn McL-C moest dringend langer worden.

Bovendien heb ik van mijn tijd bij de Wereldbank nog iets overgehouden: ik weet zeker dat Nederland in vergelijking met andere landen bijna de beste rechtspraak van de wereld heeft. Wij zijn goed opgeleid, er is een redelijk budget voor de organisatie, veel aandacht voor kwaliteit, onze doorlooptijden zijn acceptabel, integriteitsproblemen zijn incidenten, de financiering en de besturing zijn state of the art. Mijn voornaamste zorg is, dat mensen die niet kunnen kiezen, maar met hun probleem naar de rechter moeten, door de negatieve aandacht onzeker worden over wat zijn van de rechter mogen verwachten. Als ik mensen voor mij krijg die verwachten dat ik ze zal uitschelden zoals Judge Judy, of zal klungelen zoals in de krant staat, dan bemoeilijkt dat mijn werk als rechter.

Filosofisch kwintet

Clairy Polak en Ad Verbrugge spraken op zondag 26 juni 2011 op televisie over het gezag van de rechterlijke macht: een rechtssocioloog, een hoogleraar strafrecht en een voormalige leidinggevende van het openbaar ministerie. Het gesprek ging vooral over de manier waarop de rechterlijke macht – het OM hoort daar ook bij, zei Clairy geruststellend tegen Harm Brouwer – in de openbaarheid optreedt. Het was een interessant gesprek. Wat ik miste waren alle vernieuwingen die in de rechtspraak op de werkvloer de afgelopen tien jaar zijn doorgevoerd: de halvering van de doorlooptijden, het kwaliteitsbeleid waaronder de klantwaarderingsonderzoeken, de aandacht voor andere manieren van geschilbeslechting. Het leek wel alsof deze ontwikkelingen, die de werkvloer van de rechtspraak indringend veranderd hebben en die ook wereldwijd veel aandacht hebben getrokken, aan de gasten in het filosofisch kwintet voorbij waren gegaan.

Nieuwe zaaksbehandeling

Gezag is niet meer vanzelfsprekend, voor geen enkele institutie, en dus ook voor de rechterlijke macht niet. Daar waren de heren bij het kwintet het wel over eens, de president van de Hoge Raad had het er vorig jaar al over, en dit standpunt wordt in de rechtspraak breed gedeeld. We ervaren het op zichzelf ook niet als een probleem dat het gezag verdiend moet worden. Maar wat doe je met die wijsheid? Eind vorig jaar schreef ik over het advies dat ik in Italië kreeg: laat zien dat je werkt voor wat de mensen nodig hebben, en dat de mensen tevreden zijn met de kwaliteit van wat je doet. En dat volhouden. Dat begint in de rechtszaal, en daarom wordt in de bestuursrechtspraak gewerkt aan een betere manier om zaken te behandelen. Uit WODC-onderzoek naar de geschilbeslechtingsdelta weten we (1) dat burgers doorgaans alleen naar de rechter gaan als ze een ondraaglijk en onoplosbaar probleem hebben, en (2) ook dat van alle juridische problemen die voor de rechter komen niet meer dan de helft met de beslissing van de rechter wordt opgelost. We weten ook (3) dat met vroege interventie de kans dat een probleem binnen een aanvaardbare termijn wordt opgelost. En uit de klantwaarderingsonderzoeken weten we ook (4) dat burgers graag zo snel mogelijk een definitieve uitspraak willen hebben. Deze inzichten gaan niet altijd samen, maar ze vormen de basis van de vernieuwing in de bestuursrechtspraak.

Twee weken geleden las ik het proefschrift van Janneke van der Linden over de civiele zitting. Ik vond het een echte eye-opener, en ben sommige van haar adviezen meteen gaan opvolgen. Dat bevalt goed. Ik schrijf dit blog tussen twee cursusdagen van de zittingstraining voor de nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht. Mijn hoofd zit dus vol met conflictdiagnose, en morgen gaan we oefenen met verschillende manieren van conflictbeslechting. Hier kan ik wel zelf iets bijdragen aan de oplossing van een probleem. Mijn McL-C zal er hopelijk ook wat door verbeteren.

Al met al vormt dit voldoende reden om aan te nemen dat de burger van deze vernieuwing wijzer gaat worden, lijkt me zo. En trouwens, als er meer betaald moet worden is het niet meer dan redelijk om ook betere kwaliteit te bieden.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven