Europa, Europa…

Delen:

Bij alle grote politieke ontwikkelingen de laatste weken – de Koerden die door president Trump van de een op de andere dag in de steek werden gelaten, de militaire operatie van Turkije in Syrië die daarop volgde, de evidente onmacht van Europa om iets aan de ontwikkelingen aan haar zuidgrens te doen, de ontwrichtende demonstraties van climate rebellion in diverse grote steden over het naderende klimaatonheil, en tot slot het tragikomische brexit-avontuur dat op een tamelijk diepe breuk tussen het Verenigd Koninkrijk en Europa lijkt te gaan uitlopen – moest ik terugdenken aan W.L. Brugsma, de Nederlandse journalist, publieke intellectueel en pleitbezorger voor een sterk en onafhankelijk Europa. Brugsma was in de Koude Oorlog een ferm voorstander van een verenigd en zelfbewust Europa, een Europa dat zich niet als het strijdtoneel zou laten gebruiken van de rivaliserende grootmachten en dat voor zichzelf zou kunnen opkomen in het ‘rattengevecht’ dat zou ontstaan in een wereld gekenmerkt door milieucrises en grondstoffenschaarste. (Als vroege bekeerling tot de Club van Rome was Brugsma een kordaat uitdrager van de onheilstijdingen in hun beroemde rapport Grenzen aan de Groei (1972).)

Brugsma was een wellevende man, maar had verschillende concentratiekampen overleefd en had aan “zijn wintersemester met een practicum overlevingskunst aan de Volkshogeschool Dachau,” geen zonnig mensbeeld overgehouden. Hij zou deze weken treurig zijn geweest over de machteloosheid en irrelevantie van de EU in het Midden Oosten, over de verwijdering tussen het VK en de EU, en over de labbekakkerige aanpassing aan het naderende onheil van de klimaatcrisis. Jarenlang leek Brugsma een ongeneeslijke zwartkijker. De voorspellingen van de Club van Rome werden maar geen bewaarheid en de wereld leek na de val van de Berlijnse Muur af te stevenen op een op regels gebaseerde internationale orde naar het evenbeeld van Europa. De recente ontwikkelingen lijken echter postuum zijn gelijk te bevestigen, het rapport van de Club van Rome blijkt niet zozeer abuis als prematuur te zijn geweest en de wereld wordt in het tijdperk van Donald Trump steeds meer gedomineerd door grote machtsblokken en steeds minder door recht en regels.

Trumps verraad van de Koerden ondermijnt iedere zekerheid dat de Amerikanen hun woord zullen houden en hun bondgenoten zullen bijstaan als het erop aankomt. Dat zaait overal in de wereld onzekerheid en wantrouwen. Wie kan nog vertrouwen op de toezeggingen en verdragsverplichtingen van de VS als een telefoongesprek met een gewiekste potentaat als Erdogan genoeg is om onaangekondigd een trouwe bondgenoot op het slagveld in de steek te laten. Om te zeggen dat Trump een ramp is voor de liberale wereldorde van na de Tweede Wereldoorlog — een orde waarvan Amerikaanse macht uiteindelijk de hoeksteen is — is een understatement. Zelfs de NAVO lijkt te desintegreren. De verhoudingen in de wereld veranderen voor onze ogen. Trump wordt steeds minder gematigd door zijn kabinet en al zijn onzekerheden en tekortkomingen worden pijnlijk uitvergroot op het wereldtoneel. Zijn gedrag doet steeds meer denken aan het soort leiders dat W.H. Auden beschreef in zijn gedicht Epitaph on a Tyrant (1940): “When he laughed, respectable senators burst with laughter / And when he cried the little children died in the streets.”

Nick Cohen noemde dit in The Observer recentelijk de catastrofale mannen theorie van de geschiedenis (in tegenstelling tot de grote mannen theorie). De grote mannen theorie stelt dat historische vooruitgang vooral wordt bepaald door grote leiders – Alexander de Grote, Napoleon, Churchill – en niet door anonieme sociale en economische processen. De catastrofale mannen theorie is daar het spiegelbeeld van. Sommige leiders is het gegund om de wereld volledig in de soep te laten lopen. De incompetente generaals die hun troepen een nutteloze dood injagen, de captains of industry die met hun blinde ambitie bedrijven te gronde richten en de politieke leiders die met hun hoogmoed tot falen gedoemde politieke projecten doordrukken. Trump is daar uiteraard een voorbeeld van, maar Cohen denkt hier vooral aan Boris Johnson — zelf een overtuigd aanhanger van grote mannen geschiedenis. Johnson deelt veel van de kenmerken van Cohens catastrofale leider: egocentrisme, arrogantie, hoogmoed, gecombineerd met roekeloosheid, gebrek aan praktische kennis en een opvatting van politiek als louter een spel (waarvan de consequenties hem nooit persoonlijk zullen treffen). Zijn brexitproject lijkt meer ingegeven door blinde politieke ambitie dan een doorwrochte overtuiging dat een breuk met Europa in het belang is van de Britse burgers. Brexit zou hen vrijheid en controle moeten geven, maar zal vooral leiden tot rijen aan de grens, obstakels voor handel, economische terugval, verlies van internationale invloed en de noodzaak van exportformulieren om goederen van Noord-Ierland naar de rest van het Verenigd Koninkrijk te vervoeren.

Toegegeven, ook grote groepen Britten willen het onzalige brexitplan doorzetten. “Everybody understands English, but nobody understands England,” mompelde Juncker dan ook na de laatste onderhandelingen. Misschien is het hun eigenaardige voorliefde voor heroïsch falen dat hier opspeelt, de mentaliteit om moedig door te zetten ook als het evident contraproductief en zinloos is. Dit sentiment werd treffend verwoordt door Tennyson in zijn beroemde gedicht “The Charge of the Light Brigade,” over de fatale charge van de Britse cavalerie op een batterij Russische kanonnen in de Krimoorlog. “Someone had blundered,” dichtte Tennyson, maar de brigade zette toch door: “Theirs not to reason why / Theirs but to do and die / Into the valley of Death / Rode the six hundred.” Nergens worden catastrofale mislukkingen zo geromantiseerd als in het Verenigd Koninkrijk.

Dit brengt ons terug bij Brugsma. Brugsma was volledig gespeend van dergelijke romantisering van oorlog. Voor hem en zijn generatie wierp de oorlog eerder existentiële vragen op over de dingen waartoe de mens in staat bleek. Het is precies deze oorlogservaring, deze gevoelde noodzaak om de demonen uit het verleden te bezweren, die ten grondslag ligt aan de Europese gemeenschap. Europese leiders zagen de vereniging van Europa altijd als een vredesproject, als de ontwikkeling van een op recht en regels gebaseerde orde. Gideon Rachman stelde onlangs in de Financial Times dat dit vredesproject zich in de wereld van vandaag gekenmerkt door de belangenstrijd tussen grote machten en machtige multinationale bedrijven beter kon transformeren in een “power project”. Dat is een conclusie die Brugsma veertig jaar terug al had getrokken.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven