Marleen Botman over de naleving en tenuitvoerlegging van het Unierecht

Mr. van de week is Marleen Botman, als advocaat-partner verbonden aan Pels Rijcken. Op 1 september 2025 werd zij bijzonder hoogleraar Europees staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit. Daar sprak zij op 10 september haar oratie uit: 'Ontrafelen en verbinden, de rol van de wetgever in een geïntegreerde rechtsorde'.

Delen:

Marleen Botman over de naleving en tenuitvoerlegging van het Unierecht - Mr. Online
Marleen Botman tijdens haar oratie aan de VU (foto: Renzo Gerritsen)

Uitgangspunt van uw rede is dat het Europese recht geen ‘vreemd recht’ is maar samen met het nationale recht een geïntegreerde rechtsorde vormt. Maar dat is niet bij iedereen ingedaald?
“In april 1996 wees het Hof van Justitie in Luxemburg het Securitel-arrest. Als gevolg hiervan stond de rechtsgeldigheid van vierhonderd Nederlandse voorschriften op losse schroeven, omdat deze voorschriften niet bij de Europese Commissie waren gemeld terwijl dit mogelijk wel had gemoeten. Zo bestond de vrees dat dronken automobilisten niet meer konden worden veroordeeld voor rijden onder invloed, omdat de ademanalyseapparatuur niet aan de Europese regels voldeed.
Voor Nederland was het arrest een wake-up call. Het maakte zichtbaar wat de impact is van Europese regels op het nationale recht en wat de gevolgen kunnen zijn als Europese regels niet correct worden nageleefd. Om herhaling te voorkomen is grondig onderzoek gedaan naar de oorzaken van het verzuim en naar de vraag hoe naleving van het Unierecht in de toekomst kan worden verzekerd. Nederland kwam in 1996 dus tot het besef dat het Europese recht samen met het nationale recht een geïntegreerde rechtsorde vormt. De rechtsordes zijn met elkaar verweven en vullen elkaar aan.
Dit neemt niet weg dat ook anno 2026 de naleving en de tenuitvoerlegging van het Unierecht zowel in de wetenschap als de rechtspraktijk nog altijd fundamentele vragen oproept. Een nieuw Securitel-drama moet worden voorkomen. In mijn rede heb ik een aantal voorstellen gedaan voor nader onderzoek die daaraan kunnen bijdragen.”

U zegt in uw oratie dat de naleving en de tenuitvoerlegging van het Unierecht nog altijd ‘geen sinecure’ is. Dat lijkt ons een understatement.
“De naleving en tenuitvoerlegging van het Unierecht vormt voor overheden vaak een grote uitdaging. Ik zie dat ook terug in mijn praktijk als advocaat. In mijn rede heb ik verkend hoe dit komt. Ik heb daarbij drie tendensen onderscheiden. Het eerste punt betreft de almaar toenemende Europeanisering van het nationale recht – of het nu gaat om materiële normen, beginselen of het procesrecht. Het Unierecht beweegt via regelgeving en rechtspraak in een razend tempo mee met de ontwikkelingen in de samenleving en de problemen die zich daarbij voordoen. Denk aan digitalisering, energie en klimaat, asiel en migratie. Het Unierecht bepaalt dan ook in toenemende mate het handelen van de nationale wetgever, het bestuur en de rechter.
Het tweede punt betreft de complexiteit van het Unierecht. Want laten we eerlijk zijn, het is niet altijd gemakkelijk Europese regelgeving of de rechtspraak daarover te doorgronden. Een derde en laatste punt betreft de wederzijdse afhankelijkheid van het Europese en het nationale recht. Lidstaten zijn verplicht om het Unierecht te implementeren, maar tegelijkertijd komt het pas tot leven als dit in een lidstaat daadwerkelijk in de praktijk wordt gebracht. Het lot van het Europese recht ligt in zoverre in handen van de lidstaten. Dat levert een spanning op.”

Nederland is wat betreft de naleving van het Unierecht teruggezakt naar de middenmoot. Hoe heeft het zover kunnen komen in een land dat tot de oprichters van de EEG/EU behoort?
“Daarover is weinig bekend. Dit vormde in 2023 voor de Algemene Rekenkamer aanleiding om een onderzoek te verrichten. Ik verwacht dat dit onderwerp de komende jaren meer in de belangstelling zal komen te staan, ook onder bestuurskundigen. In april 2025 heeft de Europese Commissie een nieuwe website gelanceerd met informatie over de naleving van het Unierecht door de lidstaten. Daarop is bijvoorbeeld precies te zien hoeveel inbreukprocedures er tegen Nederland lopen.”

Wat vraagt dit van de wetgever? In de Tweede Kamer is weinig enthousiasme te bespeuren voor ‘Brussel’ en ministers kunnen niet echt scoren met wetten die in overeenstemming moeten worden gebracht met Europese regels.
Allereerst: het belang van een optimale integratie van het Unierecht in ons nationale recht kan moeilijk worden onderschat. Het draagt bij aan het rechtsstatelijk en rechtmatig functioneren van de overheid en het oplossen van maatschappelijke problemen die niet door de lidstaten individueel kunnen worden opgelost. Europa streeft naar strategische autonomie, technologische soevereiniteit en versterking van de economie. Niet onbelangrijk is om te benadrukken dat Nederland invloed heeft op de regels die op Europees niveau tot stand komen.
De uitdagingen die komen kijken bij de tenuitvoerlegging van het Unierecht vragen om een sterke wetgever. Het is aan de wetgever om keuzes te maken over de uitleg van Unierechtelijke bepalingen en de manier waarop die in ons nationale systeem worden ingebed. Goede wetgeving kan voorkomen dat Europese vraagstukken worden doorgeschoven naar het bestuur of de rechter. Waar het gaat om het verbinden van het nationale en het Europese recht, heeft de wetgever dus een essentiële rol. Een verbindende rol draagt bij aan goede naleving en efficiënte wetgeving.”

Hoe optimistisch bent u dat dit alles de komende jaren beter gaat dan in het verleden?
Het is in mijn ogen belangrijk dat er meer inzicht wordt verkregen in de grenzen en de mogelijkheden binnen de context van het Europese recht. Dit stelt de wetgever in staat om keuzes te signaleren en risico’s af te wegen en op die manier het hoofd te bieden aan de uitdagingen die het Europese recht met zich brengt. De wetgever moet hiertoe kunnen beschikken over alle kennis en instrumenten om het Europese recht te ontrafelen en met het nationale recht te verbinden.”

Wie of wat is uw bron van inspiratie?
“In de zomer maak ik samen met mijn gezin prachtige wandelingen in de bergen. Hoofd leeg, schoenen aan en gaan. Dan kan ik er weer een jaar tegen aan.”

Wat staat op uw bucketlist?
Een bucketlijst heb ik niet. Ik ben vrij doelgericht; als ik iets wil ondernemen, maak ik daarvoor een plan. Zo hoop ik volgend jaar een reis door Azië te maken. De tickets zijn bijna geboekt.”

Wat is uw guilty pleasure?
“Mijn guilty pleasure is het kijken van makelaarsprogramma’s, of het nu gaat om Franse, Nederlandse of Engelse huizen. Als ik geen rechten had gestudeerd, was ik waarschijnlijk makelaar geworden. Verbinding – het thema van mijn oratie – is ook daar de crux.”

Welk boek las u als laatst?
“De biografie van de atlete Dafne Schippers; een aangrijpend verhaal over haar drijfveren en haar gigantische doorzettingsvermogen.”

Welke jurist verdient een compliment?
“Een compliment zou ik willen geven aan Juliane Kokott, advocaat-generaal bij het Hof van Justitie. Haar conclusies (adviezen aan het Hof van Justitie) zijn glashelder en haarscherp. Altijd een plezier om te lezen.”

Stel: u belandt in de gevangenis. Met welke beroemdheid zou u dan een cel willen delen?
“Ik ben claustrofobisch aangelegd, dus een cel delen met iemand zie ik niet snel voor me, zelfs niet met een beroemdheid.”

Als u het voor het zeggen had, dan…
“… zijn oorlogen verleden tijd.”

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven