Achtergrond van deze deal is het strafproces Marengo. Hierin worden leden van het crimineel samenwerkingsverband van Ridouan T. vervolgd voor betrokkenheid bij verschillende moorden, pogingen tot moord, het voorbereiden van liquidaties en deelname aan een criminele organisatie. Met de deal met kroongetuige Nabil B. wilde het Openbaar Ministerie deze ‘ontwrichtende en zeer gewelddadige criminele organisatie’ beter kunnen aanpakken. De deal werd in maart 2018 door het OM bekendgemaakt.
Familieleden
Bij een dergelijke deal kunnen ook familieleden van de kroongetuige gevaar lopen, reden dat zij moeten worden beveiligd. Dat is in deze zaak onvoldoende gebeurd, stellen zijn. Daarom hebben zij de Staat gedagvaard omdat die onrechtmatig zou hebben gehandeld. Zij eisen een schadevergoeding, op te maken bij staat.
Opsporingsbelang
De familieleden stellen voorop dat er nooit een kroongetuigendeal had mogen worden gesloten nu zij zelf veiligheidsrisico’s liepen. Het OM zou onvoldoende rekening hebben gehouden met hun belangen – het OM liet het opsporingsbelang prevaleren. Oordeelt de rechtbank dat de deal wel rechtmatig was, dan stellen de familieleden dat het OM onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen om hen te beschermen.
Deal niet onrechtmatig
De rechtbank oordeelt dat het in gesprek gaan over de kroongetuigendeal niet onrechtmatig was tegenover de familieleden. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat destijds had moet worden voorzien dat de familie onvoldoende zou kunnen worden beschermd. Ook nadere gesprekken daarover en het sluiten van de deal was volgens de rechtbank niet onrechtmatig. Het OM had immers een weloverwogen afweging gemaakt tussen verschillende belangen en daarbij de risico’s van familieleden betrokken.
‘Onvoldoende voortvarend’
Wel had het OM zich in de periode rond de bekendmaking van de deal (maart 2018) beter moeten inspannen om de familieleden adequaat te beschermen. Door dat niet te doen heeft het OM onrechtmatig gehandeld. Vanaf het begin van de gesprekken heeft het OM steken laten vallen: begin 2017 stelde het OM vast dat de deal risico’s zou opleveren voor de familie en dat het OM met hen in gesprek zou moeten gaan over te nemen veiligheidsmaatregelen. Dat gebeurde pas een klein jaar later, in januari 2018. Toen het OM in maart 2018 de kroongetuigendeal bekendmaakte, was er slechts voor enkele familieleden iets geregeld. Volgens de rechtbank handelde OM ‘onvoldoende voortvarend’ en voldeed niet aan haar inspanningsverplichting. Daarmee handelde het OM in strijd met artikel 2 EVRM (het recht op leven).
Geen extra vergoeding
De rechtbank stelt voorop dat de gevolgen van de kroongetuigendeal voor eisers levensontwrichtend zijn geweest, iets wat de Staat heeft toegegeven. Daarvoor zijn de familieleden al financieel gecompenseerd. De familieleden hebben onvoldoende aangetoond dat deze vergoedingen onvoldoende waren. De familie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Lessen getrokken
Het OM zegt lessen te hebben getrokken uit deze zaak. Zo stelt het OM dat er hard is gewerkt aan de implementatie van aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De OVV gaf aan dat ingrijpende maatregelen nodig waren om bewaken en beveiligen te versterken. In maart 2023 is het OM gestart met het programma ‘Versterking bewaken en beveiligen OM’. Binnen dat programma zijn – op basis van de aanbevelingen uit het OVV-rapport – de werkwijzen over de bescherming van kroongetuigen en hun omgeving grondig herzien. Concreet betekent dit, aldus het OM, dat er geen kroongetuigentraject wordt gestart als de veiligheidsrisico’s voor een potentiële kroongetuige en zijn omgeving worden ingeschat als ‘te groot’. “Veiligheid staat nu voorop bij de afweging om een nieuwe kroongetuige in te zetten.”
Lees hier de uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2026:17185.
