Rechter in quarantaine mag meedoen aan zitting

Een rechter in thuisquarantaine mag via een videoverbinding deelnemen aan een strafzitting. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag beslist. Wel moet het om een zitting van de meervoudige kamer gaan. Ook mag het maar één rechter zijn en hij of zij mag niet de voorzitter zijn. Dat deze rechter er niet bij kan zijn moet direct verband houden met corona.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Rechter in quarantaine mag meedoen aan zitting
Foto: Depositphotos

Aanleiding was een strafzaak waarover drie raadsheren van het hof Den Haag zich bogen, waarbij een van hen in thuisquarantaine zat en via Skype for Business deelnam aan de zitting. Zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie stemden daarmee in.

Procureur-generaal bij de Hoge Raad Jos Silvis stelde op 10 november zogeheten cassatie in het belang der wet in en vroeg de Hoge Raad zich uit te spreken over de vraag of een rechter of raadsheer in een meervoudige strafzaak aan berechting mag meedoen zonder zelf in de zittingszaal aanwezig te zijn.

Continuïteit

Uitgangspunt is volgens de Hoge Raad dat een strafzaak wordt behandeld tijdens een fysieke zitting waarbij alle betrokken procespartijen aanwezig zijn. Maar het is volgens de Hoge Raad niet in strijd met het Wetboek van Strafvordering of de Tijdelijke wet COVID-19 om een rechter van een meervoudige kamer via “een tweezijdig elektronisch medium” deel te laten nemen aan de zitting. De tijdelijke wet is er onder meer voor om bij te dragen aan de continuïteit van de behandeling van rechtszaken en vertraging in de behandeling van zaken in coronatijd tegen te gaan, aldus de Hoge Raad.

Ingrijpen

Wel moet de werkwijze beperkt blijven tot een van de rechters, en hij of zij mag niet de voorzitter zijn. Dat deze rechter er niet bij kan zijn moet bovendien direct samenhangen met COVID-19. Ook is deze constructie alleen toegestaan bij strafzittingen door een meervoudige kamer. Daarnaast moet de audiovisuele apparatuur aan bepaalde eisen voldoen.

Het is aan de voorzitter om te beslissen of de zaak op deze manier kan worden behandeld en verdediging en OM moeten vooraf hun standpunt kunnen aangeven. Blijkt de communicatie tijdens de zitting niet goed te verlopen, dan moet de voorzitter ingrijpen en kan de zitting alsnog worden uitgesteld. Tegen die beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Wel kan een verzoek tot uitstel worden gedaan en tegen de beslissing daarop kan wel hoger beroep of cassatie worden ingesteld.

De griffier en het OM moeten wel fysiek aanwezig zijn. De advocaat van de verdachte mag kiezen of hij in persoon, online of telefonisch deelneemt aan de zitting.

Geen schending

Dinsdag besliste de Hoge Raad in een ander arrest dat er geen sprake is van schending van de openbaarheid van zittingen en uitspraken bij de door coronamaatregelen voor publiek beperktere toegang van gerechtsgebouwen.

De aanleiding voor dit cassatieberoep was een uitleveringszaak bij de rechtbank Noord-Holland in april dit jaar, toen alle gerechtsgebouwen als gevolg van coronamaatregelen waren gesloten voor publiek. Na de behandeling van een uitleveringsverzoek op 26 maart verklaarde de rechtbank de uitlevering van een persoon aan Zwitserland toelaatbaar. De advocaat van deze man vroeg de Hoge Raad de beslissing van de rechtbank te vernietigen, omdat de behandeling van het uitleveringsverzoek en de uitspraak van de rechtbank niet in het openbaar hadden plaatsgevonden.

Noodzaak

Over deze vraag heeft de Hoge Raad zich in algemene zin uitgesproken. Het oordeel ziet dus niet alleen op uitleveringszaken, maar bijvoorbeeld ook op openbare zittingen in strafzaken. Niet elke beperking in de toegankelijkheid van gerechtsgebouwen ontneemt aan de behandeling het openbare karakter, oordeelt de Hoge Raad. Zowel door de noodzaak van de coronabeperkingen als de noodzaak om urgente zaken zoveel mogelijk fysiek te laten doorgaan, “komt het erop aan of de publieke verantwoording van de rechtspleging en van het vertrouwen van het publiek in de rechtspraak op een andere manier wordt gewaarborgd”.

Daarbij weegt volgens de Hoge Raad zwaar dat de pers toegang heeft tot de zitting. Journalisten hadden steeds toegang tot de gerechtsgebouwen, mits overleg plaatsvond met het gerecht en soms onder beperkingen, aldus de Hoge Raad. Ook kon het publiek sommige zaken volgen via beeld- en geluidverbinding, zoals livestreams.

Publicatie

Bij de behandeling van de zaak over het uitleveringsverzoek mochten journalisten aanwezig zijn en dat maakt de zaak tot een openbare zitting, zo had de rechtbank beslist. Een juridisch juist oordeel dat voldoende is gemotiveerd, vindt de Hoge Raad. Datzelfde geldt voor het oordeel van de rechtbank dat de uitspraak in het openbaar is gedaan, ook al was het gerechtsgebouw op dat moment niet open voor publiek. De Hoge Raad wijst er daarbij op dat de openbaarheid van een uitspraak ook op een andere manier kan worden bevorderd, bijvoorbeeld door publicatie op rechtspraak.nl, zoals in deze zaak is gebeurd.

De klacht van het cassatiemiddel mist dan ook feitelijke grondslag, concludeert de Hoge Raad.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top