Het ministerie van Justitie en Veiligheid krijgt in het jaarlijkse verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer een onvoldoende. Het ministerie doet nog altijd te weinig om rechtszaken sneller af te laten handelen, met als gevolg dat verdachten en slachtoffers te lang moeten wachten. Bij bijvoorbeeld zedenzaken, jeugdzaken en ernstige verkeersmisdrijven zijn de doorlooptijden te lang; zo is bij zedenzaken sinds 2019 in geen enkel jaar de norm gehaald.
Ontoereikend
Vorig jaar stelde de Rekenkamer al vast dat de coördinatie van de minister op de prestaties in de strafrechtketen tekortschiet, en nu herhaalt zij dat. De minister heeft weliswaar een meerjarenagenda opgesteld, maar dat is volgens de Rekenkamer ontoereikend om de problemen in op te lossen. Zo mist de urgentie om ketenbreed inzicht te krijgen in de doorlooptijden.
Waardevolle spiegel
In een reactie onderschrijft de Rechtspraak de problemen in de strafrechtketen. Het rapport van de Rekenkamer biedt “een waardevolle spiegel” en benadrukt het belang van betere samenwerking tussen de betrokken organisaties. Maar het toont volgens de Rechtspraak ook dat de strafrechtketen complex is en dat simpele oplossingen niet bestaan.
Scheiding der machten
De Rechtspraak is kritisch over de suggestie van de Rekenkamer om organisaties in de strafrechtketen via ministeriële aanwijzingen aan te sturen. Dit schuurt vanwege de bijzondere staatsrechtelijke positie van de Rechtspraak met de scheiding der machten. Aanwijzingen over bedrijfsvoering kunnen misschien politiek neutraal lijken, maar kunnen ertoe leiden dat door de minister indirect invloed wordt uitgeoefend op de prioritering van rechtszaken.
Tekort aan rechters
De Rechtspraak schrijft dat zij de afgelopen jaren verschillende stappen heeft gezet om haar bedrijfsvoering en de doorlooptijden in strafzaken verbeteren. Maar net als de Rekenkamer ziet zij dat er meer moet gebeuren. Daarom zal ook het komende jaar de benodigde capaciteit worden ingezet om de doorlooptijden in zedenzaken, jeugdzaken en zaken die gaan over veelvoorkomende criminaliteit, verder terug te brengen. De Rechtspraak maakt daarbij wel de kanttekening dat ze kampt met capaciteitsproblemen, zoals een tekort aan rechters en een hoge werkdruk.
Breder kijken
Volgens de Rechtspraak is alleen een andere aansturing niet genoeg om de problemen op te lossen; daarvoor moet breder worden gekeken. Ze wijst op de voortdurende stroom nieuwe wetgeving waarmee de strafrechtketen te maken heeft, en ook op andere zaken die het werk raken, zoals het groeiende aantal verdachten met psychische stoornissen of verslavingsproblematiek.
Als dit soort elementen niet meegenomen in het zoeken naar oplossingen, zal de impasse binnen de strafrechtketen volgens de Rechtspraak blijven voortduren. Ze pleit daarom in reactie op het rapport van de Rekenkamer voor een breed en onafhankelijk onderzoek − bijvoorbeeld door een staatscommissie − naar de wisselwerking tussen het functioneren van het veiligheidsdomein, de strafrechtketen, het politieke bedrijf en andere publieke sectoren.
