Sophie Naber over undercoveracties, liefde voor adrenaline en een huismus

Mr. van de week is Sophie Naber, universitair docent straf(proces)recht aan de Open Universiteit. Op 2 oktober verdedigde zij haar proefschrift ‘Schijn bedriegt’.

Delen:

Sophie Naber over undercoveracties, liefde voor adrenaline en een huismus - Mr. Online
Sophie Naber

Gefeliciteerd met uw promotie. Uw doctorstitel is geen schijn?
“Na jarenlang onderzoek naar mensen die zich anders voordoen dan ze zijn, verborgen identiteiten en gecreëerde werkelijkheden, ben ik daar inmiddels behoorlijk kritisch op. Gelukkig ligt er in dit geval zo’n 400 pagina’s aan bewijsmateriaal. Dus tenzij mijn hele promotie een uitzonderlijk goed uitgevoerde undercoveroperatie blijkt te zijn, denk ik dat ik deze titel met een gerust hart kan voeren.”

U noemt undercoveroperaties de meest fascinerende en ingrijpende opsporingsmethoden binnen het strafprocesrecht. Waarom ‘fascinerend’?
“Omdat bijna alles wat wij in het strafproces normaal belangrijk vinden – openheid, controle, kenbaarheid – bij undercoveroperaties wordt omgedraaid. Een undercoveragent moet juist verborgen blijven, een andere identiteit aannemen en soms een vertrouwensrelatie met een verdachte opbouwen. Dat maakt het juridisch fascinerend: de misleiding is noodzakelijk voor het opsporingsmiddel, maar juist die misleiding creëert ook risico’s. Hoe dichter je bij iemand komt, hoe belangrijker de vraag wordt: hoe ver mag je gaan?”

Over de juridische grenzen van undercoveracties, zoals infiltratie en pseudokoop, is veel onduidelijk. Aan welke normen heeft u de toelaatbaarheid daarvan getoetst?
“Ik heb het Nederlandse stelsel vooral getoetst aan de waarborgen uit artikel 6 en 8 EVRM: het recht op een eerlijk proces en het recht op bescherming van het privéleven. Maar juridische regels alleen zijn niet voldoende. Daarom heb ik ook gekeken naar de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing. Een bevoegdheid kan op papier keurig geregeld zijn, maar als onvoldoende wordt vastgelegd wat er tijdens een operatie gebeurt, als de druk om resultaat te boeken te groot wordt of als onvoldoende controle bestaat, kunnen die juridische waarborgen in de praktijk alsnog onder druk komen te staan.”

Heeft u de indruk gekregen dat de Nederlandse opsporingsautoriteiten zich netjes aan de regels houden voor undercoveroperaties?
“Mijn conclusie is genuanceerder dan een simpel ja of nee. Nederland heeft undercoverbevoegdheden behoorlijk uitgebreid gereguleerd en veel daarvan voldoet aan de minimumeisen die uit het EVRM voortvloeien. Mijn onderzoek laat vooral zien dat bij de meest ingrijpende operaties kwetsbaarheden bestaan. Bijvoorbeeld in de verslaglegging, de controle op langdurige operaties en de wettelijke normering van bepaalde bevoegdheden. Het probleem is dus niet dat de politie massaal de regels aan haar laars lapt. Het probleem is dat juist bij een opsporingsmethode die grotendeels buiten het zicht plaatsvindt, het systeem eromheen uitzonderlijk sterk moet zijn.”

Waarom is de titel van uw proefschrift ‘Schijn bedriegt’?
“Omdat undercoverwerk eigenlijk georganiseerde misleiding door de overheid is, maar dan binnen juridische grenzen. Niets is wat het lijkt: de naam is niet echt, de ontmoeting is niet toevallig en soms is zelfs de vriendschap zorgvuldig geconstrueerd. Voor de verdachte is die schijn ondertussen wel werkelijkheid. Precies daar wordt het juridisch interessant: als de overheid mag misleiden, wie bewaakt dan de grens van die misleiding? Mijn proefschrift gaat daarom niet alleen over de schijn die de politie creëert, maar vooral over wat erachter gebeurt. Want juist als niemand mag zien wat je doet, moet goed geregeld zijn wie er wel meekijkt.”

Bent uw wel eens – voor uw onderzoek – samen met de politie undercover geweest, om te voelen hoe dit er in de praktijk uitziet? Of had u dit überhaupt willen doen?
“Nee, ik ben voor mijn onderzoek niet undercover mee geweest met de politie. Mijn onderzoek is in de kern juridisch-normatief: ik heb onderzocht aan welke eisen de inzet van undercoverbevoegdheden moet voldoen en hoe het Nederlandse juridische kader zich daartoe verhoudt. Dat is iets anders dan empirisch onderzoek naar hoe undercoveroperaties in de praktijk verlopen. Tegelijkertijd wilde ik niet uitsluitend vanuit een ivoren toren naar de werkelijkheid kijken. Ik heb daarom met verschillende professionals uit de praktijk gesproken, maar ook met verdachten die zelf met undercoveroperaties te maken hebben gehad. Die gesprekken waren geen empirische onderzoeksdata, maar hielpen mij wel om te begrijpen waar juridische regels in de praktijk kunnen gaan knellen.”

Wat zou de wetgever als eerste moeten doen om een rechtmatig fundament te leggen onder undercoveracties?
“Voor de zwaarste undercoveroperaties zoals de criminele burgerinfiltrant moeten de belangrijkste grenzen en waarborgen duidelijker in de wet zelf staan. Daarnaast vind ik goede verslaglegging van groot belang. Bij ingrijpende operaties zou auditieve of audiovisuele registratie van relevante interacties met de verdachte het uitgangspunt moeten zijn. Achteraf moet een rechter zo goed mogelijk kunnen reconstrueren wat er werkelijk is gebeurd. Juist bij een opsporingsmethode die op schijn berust, moet de controle achteraf op feiten kunnen berusten.”

Wie of wat is uw bron van inspiratie?
“Zonder twijfel mijn promotor en goede vriend prof. Göran Sluiter, die onlangs is overleden. Hij was een uitzonderlijk scherpe jurist, maar leerde mij vooral dat recht uiteindelijk over mensen gaat. Dat je kritisch moet durven zijn, je moet uitspreken wanneer fundamentele rechten onder druk staan en altijd onafhankelijk moet blijven denken. Göran gaf mij bovendien iets wat voor een jonge wetenschapper misschien wel het belangrijkste is: vertrouwen. Voorin mijn proefschrift staan daarom twee woorden van hem: ‘Alle vertrouwen’. Dat hij mijn verdediging op 2 oktober net niet meer heeft meegemaakt, doet ontzettend veel pijn. Maar in mijn proefschrift en in de doctor die ik ben geworden, gaat een belangrijk deel van hem mee.”

Wat staat op uw bucketlist?
“Nog heel veel. De Sella Ronda skiën, gravelbiken door Toscane en er zijn nog genoeg plekken op de wereld die ik wil ontdekken. Maar bovenaan staat uiteindelijk iets veel eenvoudigers: in goede gezondheid zoveel mogelijk mooie herinneringen maken met de mensen van wie ik houd. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat dat misschien wel de mooiste bucketlist is.”

Wat is uw guilty pleasure?
“Feestdagen en tradities. Ik ben echt een feestdagenfanaat en ken daarin weinig subtiliteit. Met Halloween en Kerst wordt het hele huis van binnen én buiten versierd. Lichtjes, decoraties, alles erop en eraan. Bij ons geldt niet ‘less is more’, maar eerder ‘more is more’. Met Kerst hebben de buren bij wijze van spreken een zonnebril nodig (sorry!:)).”

Wat is niet over u bekend wat wel interessant is?
“Achter mijn liefde voor adrenaline, bergbeklimmen, skydiven, hiken en altijd even kijken wat er om het hoekje van mijn grenzen ligt, schuilt eigenlijk een enorme huismus. Ik kan minstens zo gelukkig worden van een avond thuis: uitgebreid koken, een goed boek, puzzelen of gamen. Misschien zit daar wel de tegenstelling die mij typeert: ik zoek graag het avontuur op, maar hoef voor geluk helemaal niet ver van huis.”

Welk boek las u als laatst?
“Voor de tweede keer de ACOTAR-serie (A Court of Thorns and Roses). Ik ben gek op fantasy: even verdwijnen in een compleet andere wereld vol avontuur, magie en grootse, soms bijna obsessionele liefdes. Sommige werelden zijn gewoon te mooi om maar een keer in te verdwijnen.”

Welke jurist verdient een compliment?
“Eigenlijk wil ik hier geen gevestigde naam noemen, maar juist de jonge juristen die eraan komen. Ik geef veel onderwijs en word nog steeds regelmatig verrast door een student die een vraag stelt waarvan ik denk: verrek, daar heb ik zelf nog nooit zo naar gekeken. Dat vind ik misschien wel het mooiste aan mijn vak. We leiden juristen op om het juiste antwoord te vinden maar ook om kritische vragen te durven stellen. Juristen die niet alleen willen weten wat de regel is, maar ook waarom die regel er is, wie ermee wordt beschermd en of het misschien anders of beter kan.”

Met welke beroemdheid zou u zelf eens undercover willen gaan?
“Tom Cruise. Niet alleen omdat hij veel van zijn spectaculaire stunts zelf doet, maar vooral vanwege de combinatie van lef en voorbereiding. Hij zoekt voortdurend grenzen op, maar doet dat niet zomaar. Achter zo’n ogenschijnlijk roekeloze stunt zitten training, voorbereiding en risicobeheersing. Dat spanningsveld fascineert me. Ik houd zelf ook van adrenaline en van ontdekken waar grenzen liggen. En eigenlijk raakt dat zelfs aan mijn onderzoek: risico nemen kan, maar je moet wel weten waar de grens ligt en zorgen dat wat je doet beheersbaar blijft. Volgens mij zouden we een uitstekend undercoverteam zijn of een buitengewoon slecht idee.”

Als u het voor het zeggen had, dan…
“… zouden we wat minder bang zijn om lief te hebben. Liefde voor onze kinderen, onze vrienden, onze geliefden, maar ook voor het leven zelf. We zijn vaak zo druk met wat hoort, wat verstandig is en waar iets naartoe moet, terwijl de mooiste dingen zich niet altijd laten plannen of beheersen. Als ik iets heb geleerd, is het dat liefde misschien wel het enige is waarvan je nooit spijt hoeft te hebben dat je er te veel van hebt gegeven. Want hoe diep de nacht soms ook is, waar liefde leeft, vindt het licht altijd zijn weg.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven