Sorry Wellink

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het zo even verschenen rapport van de Adviescommissie Toekomst Banken, in de wandelgangen het rapport-Maas, liegt er niet om. Professionele kennis en inzicht bij toezichthouders zijn ontoereikend. Het toezichtsinstrumentarium dient te worden herzien (p. 30). Dit is ongezouten kritiek, nota bene ook nog van collega-bankiers uit een klein wereldje. Voor zover nog nodig is hiermee de rol van toezichthouders in de bankencrisis geen punt van discussie meer. Toezichthouders hadden beter naar bankbalansen moeten kijken, hadden moeten vaststellen dat die voor een deel niets voorstelden en hadden eerder moeten ingrijpen.

Dat gebeurde niet en zo kon het wél gebeuren dat banken niet langer zelfstandig aan hun verplichtingen konden voldoen. “Activa” in door niemand meer herleidbare termen van slechte hypotheken en erger oogden imposant, tenminste in termen van cijfers. In werkelijkheid waren en zijn zij niets waard. Iedereen speelde het spel mee. Zelfs de slechtste leningen kregen “triple A” status, van in waarderingen “gespecialiseerde” bedrijven die er grof geld aan verdienden. Toezichthouders deden niets. Hoe ingewikkeld ook de oorzaken van de crisis, deze simpele hoofdzaak staat gewoon vast.

Nu heeft dergelijke wijsheid achteraf en langs de zijlijn tenminste de schijn van valse triomf. Zouden de critici het zelf beter hebben gedaan? Anderzijds zijn er grote Nederlandse en buitenlandse banken die niet meededen aan het Amerikaanse hypotheekspel en andere duistere constructies en dan ook redelijk ongeschonden uit de crisis zijn gekomen. “Wat ik niet begrijp, doe ik niet” zei een vooraanstaand bankier. Toezichthouders hadden dit voorbeeld kunnen volgen en kunnen verbieden wat zij niet begrepen.

Zo niet en als bekend de Nederlandse Bank. Toch vindt president Wellink (onder andere ook nog voorzitter van het Bazels Comité voor Bankentoezicht) dat hem geen schuld treft, tenminste, als hij heeft gezegd wat is te lezen in NRC Handelsblad van 26 maart jl. (p. 15): “Als iemand schuld heeft, dan moet hij die bekennen. Als iemand geen schuld heeft, moet hij die niet bekennen. Dan maakt hij het tot een buitengewoon troebele aangelegenheid. … Ik heb het land aan de schulddiscussie. …”. Ten antwoord op de vraag of hij ooit schuld zal bekennen en excuses zal aanbieden: “Nee. Om de doodeenvoudige reden dat als je excuses aanbiedt en je meent het niet, er iets mis is met je integriteit.” En na te hebben verzekerd dat de Nederlandse Bank haar best heeft gedaan: “Dat betekent niet dat wij zonder zonde zijn.” Overigens neemt Wellink zichzelf hooguit kwalijk dat hij anderen onvoldoende van zijn gelijk heeft weten te overtuigen. Die anderen hebben het dan ook gedaan: “Als er ergens een paar mensen zijn die hun verontschuldigingen moeten aanbieden, dan kan ik er wel een paar aanwijzen in deze context.”

Dus: ook Wellink acht zichzelf niet zonder zonde, althans, als vertegenwoordiger van de Nederlandse Bank. Maar excuses, dat nooit, want dat zou niet goed zijn voor zijn integriteit en dat heb je als toezichthouder natuurlijk hard nodig. Kan dat wel? Wél fouten, maar geen verontschuldigingen? Verontschuldigingen impliceren toch de erkenning, tenminste jegens benadeelden, dat je het verkeerd hebt gedaan? Spreekt Wellink zichzelf niet gewoon tegen? Eigenlijk zegt hij: ik heb het verkeerd gedaan, maar ik heb het niet verkeerd gedaan, want ik bied toch geen verontschuldigingen aan. Dat heeft minder te maken met integriteit dan met simpele tegenspraak. Zo beschouwt zegt Wellink helemaal niets.

“Verontschuldigingen moet je alleen aanbieden als je het meent, anders ben je niet integer”. Wellink lijkt hier te zeggen: “Verontschuldigingen moet je alleen aanbieden als je zelf vindt dat je verontschuldigingen moet aanbieden.” Ofwel: hij vindt dat hij het niet moet doen dus moet hij het niet doen, vindt hij, anders ben je niet integer. Dan kan natuurlijk alles. Integriteit is voor Wellink kennelijk niets meer dan “wat hij er zelf van vindt”. Zo kan zelfs de grootste crimineel volkomen integer zijn, zolang hij het maar met zichzelf eens is. Anderen moeten zich wél verontschuldigen, vindt Wellink. Die anderen kunnen nu zeggen: “Tja, dat vindt Wellink. Ik niet. En Wellink vindt dat ik alleen verontschuldigingen moet aanbieden als ik het zelf meen.”

Wat is dat eigenlijk, zich verontschuldigen? Het kan betekenen: uitleggen dat je er niets aan kon doen. Dat is hier niet aan de orde. Verontschuldigen betekent: erkenning van een fout die schadelijk was voor een ander of anderen, jegens die ander of anderen, in de trant van: “Ja, ik heb het gedaan, het was geen overmacht, het is mij aan te rekenen, het spijt mij, ik had het niet moeten doen.” Dergelijke verontschuldiging vooronderstelt geen opzet. Nalatigheid is genoeg. Terecht stelde Zigmunt Bauman (in Postmodern Ethics, 1993, p. 220):

The excuse “I did not know”, “I did not mean it”, is not an excuse which moral responsibility at whatever level would accept.

Opzet of niet, verontschuldiging is respect én voor slachtoffers van die fouten én respect voor eigen daderschap. Wie zich niet verontschuldigt, ziet anderen én zichzelf niet voor vol aan. Op verontschuldiging kan enige vorm van symbolische en/of materiële schadevergoeding volgen, ook als die niet juridisch afdwingbaar is. Dergelijke schadevergoeding, retributie ofwel vergelding als vergoeding is herstel van het oorspronkelijk evenwicht. Bijvoorbeeld: bankiers leveren een deel van hun salaris in, als symbolische schadevergoeding voor alle slachtoffers van de crisis.

Wellink lijkt van dergelijke menselijke verhoudingen niet alles tegelijk te begrijpen. Waarom wil hij zich niet verontschuldigen? Is hij bang voor juridische gevolgen? Zo dom zal hij niet zijn, want zijn eigen juridische dienst had hem allang kunnen uitleggen dat verontschuldiging voor fouten niet zonder meer neerkomt op juridische aansprakelijkheid, laat staan strafbaarheid. Is het ijdelheid, angst voor verlaging van aanzien door erkenning van eigen feilbaarheid? Of onbegrip voor de gevolgen van gebrek aan toezicht? Wat weet en voelt Wellink van de gewone mensen wier leven en lot door de kredietcrisis worden geraakt? Zou hij wel eens praten met de echte benadeelden? Wie van hen durft te eisen dat hij verontschuldigingen aanbiedt? Hoe lang geleden is het dat iemand het hoe dan ook waagde hem tegen te spreken? En zo ja, zou hij het hebben gehoord?

Sorry Wellink, we hadden je een maatje groter ingeschat, niet alleen in geldzaken. Maar goed, en in ieder geval om te voorkomen dat dit te persoonlijk wordt: hij is de enige niet.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top