Sport en claims: wie is verantwoordelijk voor een veilig sportklimaat?

Dafne Schippers werd tweemaal wereldkampioen op de 200 meter, maar stond er bij de keerzijde van haar succes grotendeels alleen voor. Oud-voetballer Jan van Halst is oud profvoetballer en bestuurder van diverse clubs, maar sliep vanwege ernstige bedreigingen maandenlang met een knuppel onder zijn bed. En in de turnwereld trainden meisjes van soms pas zeven jaar tot dertig uur per week, volledig afhankelijk van een trainer die niet alleen hun ontwikkeling begeleidde, maar ook over hun sportieve toekomst besliste. In de zevende aflevering van de Claimcast worden drie verhalen besproken die dezelfde vraag oproepen: wie beschermt de sporter wanneer de druk om te presteren ten koste gaat van diens veiligheid?
Sport en claims: wie is verantwoordelijk voor een veilig sportklimaat? - Mr. Online
V.l.n.r. Jan van Halst, Kirsten Maes en Dafne Schippers

Waar ligt de grens tussen gezonde prestatiedruk en een onveilig sportklimaat? Hoe ver reikt de zorgplicht van clubs, bonden en trainers? En welke verantwoordelijkheid dragen ouders en sporters zelf? In de zevende aflevering van de Claimcast, de maandelijkse podcast over claims en massaclaims, spreekt Kirsten Maes met twee oud-topsporters die de keerzijde van presteren van dichtbij kennen: Dafne Schippers en Jan van Halst. Hoogleraar Sport en Recht Marjan Olfers verzorgt de juridische duiding. Een gesprek over prestatiedruk, afhankelijkheid en de vraag wie moet ingrijpen wanneer grenzen worden overschreden.

Verschillende perspectieven

De drie gesprekspartners belichten die vragen ieder vanuit een ander perspectief: Schippers als voormalig topatlete, Van Halst als oud-profvoetballer én bestuurder, en Olfers als wetenschapper die onderzoek deed naar sociale veiligheid en misstanden in de sport.
Schippers is de beste sprinter die Nederland heeft gehad. Ze werd wereldkampioen op de 200 meter in Peking (2015) en Londen (2017) en won olympisch zilver in Rio. Dit voorjaar verscheen haar boek Dafne, mijn verhaal, over eenzaamheid en een lichaam dat niet altijd kon voldoen aan haar gedrevenheid. Van Halst was vijftien jaar profvoetballer, onder meer bij FC Twente en Ajax, waarmee hij landskampioen werd en de KNVB-beker won. Later was hij directeur bij FC Twente en commissaris en interim-directeur bij Ajax. Hij is voetbalanalist, spreker over prestatiedruk en leiderschap, en schreef het boek Kopzorgen, over twijfel en wat er gebeurt als je eigen hoofd in de weg zit. Olfers, die tijdens de opname inbelde, is hoogleraar Sport en Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en oprichter van onderzoeks- en adviesbureau Verinorm. Dat bureau voerde het turnonderzoek Ongelijke leggers uit en het onderzoek naar de Nederlandse topsportcultuur Vlammende ambitie (2025). Host en co-auteur van dit artikel Kirsten Maes is advocaat bij VBK, universitair docent en gepromoveerd op het aansprakelijkheidsrecht.

Train je hoofdspier

Na haar wereldtitel in Peking verandert het leven van Schippers in één klap. Een groots onthaal op Schiphol, talkshows, huldigingen en fotoshoots voor grote sponsoren. Voor één fotoshoot vliegt ze zelfs twaalf uur naar Los Angeles, enkel omdat het licht daar beter is. Na een paar uur vliegt ze weer terug, midden in een strak trainingsschema. “Dat is voor een topsporter natuurlijk funest”, vertelt ze. Maar wie begeleidde haar bij die plotselinge bekendheid en alles wat er van haar werd gevraagd? Nauwelijks iemand. Schippers moest het vrijwel volledig zelf uitzoeken. Ook de atletiekbond had al decennialang geen sporter van dit kaliber gekend. Voor Schippers, haar familie én de bond was het nieuw terrein.

Ook op het zoeken van psychologische hulp rustte lange tijd een taboe. Schippers associeerde een sportpsycholoog vooral met sporters die moeite hadden met zenuwen of prestatiedruk. Daar had zij naar eigen zeggen geen last van. Pas later ontdekte ze dat psychologische begeleiding ook kan helpen om zorgen te delen en ervaringen te verwerken. Bovendien gold in de sprintwereld een ongeschreven regel: laat vooral geen kwetsbaarheid zien. “Je zwakte laten zien, dan heb ik je.” Toen Schippers uiteindelijk de moed verzamelde om haar toenmalige Amerikaanse coach Rana Reider te vertellen dat het niet goed met haar ging en ze hulp nodig had, bleef een reactie uit. Juist bij degene die haar moest begeleiden, vond ze geen gehoor.

Van Halst herkent die cultuur van zwijgen. Als speler trainde hij doordeweeks moeiteloos drie keer per dag, maar tijdens wedstrijden was hij na een half uur volledig uitgeput. Lichamelijk was hij topfit, dus moest de oorzaak ergens anders liggen: in zijn hoofd. Maar hulp zoeken lag in de conservatieve machocultuur van het voetbal bepaald niet voor de hand. Kwetsbaarheid tonen kon rekenen op spot in de kleedkamer, terwijl openheid tegenover de trainer gevolgen kon hebben voor je plek in het elftal. Van Halst ging daarom zelf op zoek naar antwoorden en ontdekte het belang van wat hij sindsdien het trainen van de ‘hoofdspier’ noemt. Die mentale weerbaarheid hielp hem ook later als bestuurder. Zelfs tijdens de bestuurscrisis bij Ajax, toen De Telegraaf zijn gezicht met een groot rood kruis afbeeldde, sliep hij naar eigen zeggen iedere nacht goed.

Maes hoort in beide verhalen dezelfde boodschap: als sporter moet je het vooral zelf zien te redden. Maar welke verantwoordelijkheid dragen de partijen om hen heen? Waarom is psychologische begeleiding niet net zo vanzelfsprekend als fysiotherapie? “Er gaat niemand stiekem naar een fysiotherapeut.” Volgens Van Halst schuilt het probleem in de onzichtbaarheid van mentale klachten: een gebroken been zie je op een foto, mentale problemen niet. Clubs zouden daarom onafhankelijke psychologische begeleiding moeten aanbieden, buiten de trainer om, zodat openheid geen gevolgen heeft voor de opstelling. Inmiddels verandert er wel iets. In de atletiek is mentale begeleiding steeds vaker een vast onderdeel van de ondersteuning, ook zonder directe aanleiding. In het voetbal gaat die ontwikkeling langzamer. Van Halst noemt AZ als positief voorbeeld, waar een psycholoog op de trainingslocatie een soort huisartsfunctie vervult. Toch blijft het taboe hardnekkig: toen PSV’er Guus Til openlijk vertelde dat hij even geen zin had in voetballen, stond volgens Van Halst heel Nederland op zijn kop.

Fysieke veiligheid

Maes licht toe dat bij sport en spel een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel geldt. Sporters moeten tot op zekere hoogte gevaarlijk gedrag van tegenstanders dulden dat buiten het sportveld onrechtmatig zou kunnen zijn. Een sliding op straat is immers iets anders dan een sliding op het voetbalveld. Maar ook daar zijn grenzen.

Van Halst weet hoe die grenzen kunnen vervagen. Bij FC Twente werd hij gepresenteerd als het ‘Utrechtse schoffie met karakter’, een rol die hij zich steeds meer eigen maakte. Hij ging tijdens wedstrijden schoppen, slaan, spugen en schelden. Twee tegenstanders braken hun been. Zijn ouders herkenden hun zoon niet meer. “Ik moet overleven”, hield hij hun voor. Pas jaren later begon hij zich voor zijn gedrag te schamen. Wilde hij eigenlijk wel zo zijn als mens? Zijn verhaal laat zien hoe prestatiedruk en verwachtingen ook het gedrag van sporters zelf kunnen beïnvloeden.

Later, als bestuurder van FC Twente, kreeg Van Halst zelf met ernstige bedreigingen te maken. Vier maanden lang sliep hij met een knuppel onder zijn bed. Zelfs zijn zoon werd bedreigd en moest onder politiebegeleiding naar zijn examenfeest. Wie zorgde voor hun veiligheid? Vooral Van Halst zelf, vertelt hij. Via een bevriende politieman reden er vaker politieauto’s langs zijn huis. Maar verder stond hij er grotendeels alleen voor. Ook zijn eigen veiligheid bleek vooral zijn eigen verantwoordelijkheid.

Wanneer grenzen worden overschreden

Hoe kwetsbaar sporters kunnen zijn, blijkt ook uit het turnonderzoek Ongelijke leggers, dat onder leiding van hoogleraar Marjan Olfers werd uitgevoerd. Meisjes van soms pas zeven jaar trainden tot dertig uur per week en waren sterk afhankelijk van hun trainer. Niet alleen voor hun fysieke veiligheid tijdens oefeningen, maar ook omdat diezelfde trainer over hun sportieve toekomst besliste. Het onderzoek liet zien hoe binnen zo’n gesloten sportcultuur grensoverschrijdend gedrag geleidelijk als normaal kan worden beschouwd. Voortdurende gewichtscontroles en een sterke afhankelijkheid van de trainer maakten het voor jonge sporters moeilijk om grenzen te herkennen, laat staan om misstanden te melden.

Maar wat gebeurt er wanneer grensoverschrijdend gedrag wél aan het licht komt? Maes vraagt zich af hoe het kan dat begeleiders na ernstige klachten of sancties soms elders hun loopbaan voortzetten. Zo ging de in Nederland geschorste zwemcoach Mark Faber in België aan de slag en werd Marc Overmars na zijn vertrek bij Ajax technisch directeur in Antwerpen. Ook voormalig coach van Schippers, Rana Reider, bleef werkzaam ondanks klachten over seksueel wangedrag, die hij ontkent. De situaties verschillen, maar roepen dezelfde vraag op: hoe effectief is de bescherming van sporters als begeleiders na misstanden elders opnieuw aan de slag kunnen? Van Halst speelt advocaat van de duivel: verdient iemand die zijn straf heeft uitgezeten niet ook een tweede kans? Zowel hij als Maes onderschrijven het belang van zorgvuldig feitenonderzoek, maar daarmee blijft de vraag hoe herhaling kan worden voorkomen.

Grensoverschrijdend gedrag komt echter niet alleen van trainers of bestuurders. Ook sporters kunnen elkaar het leven behoorlijk zuur maken. Schippers vertelt hoe zij rond haar vijftiende op Papendal werd buitengesloten door andere atletes. Ze werd niet uitgenodigd voor verjaardagen en appte wekenlang met een vermeende ‘leuke jongen’, die uiteindelijk een van haar trainingsgenoten met een andere telefoon bleek te zijn. Schippers hield het voor zich, maar het raakte haar diep. Niet wie je als mens bent, maar hoe goed je presteert, kan in zo’n competitieve omgeving aanleiding zijn voor uitsluiting.

Van Halst herkent die harde groepscultuur uit de voetbalkleedkamer, waar oudere spelers de pikorde bepaalden en grappen soms ver over de grens gingen. Zelf maakte hij ooit een opmerking over de witte sportsokken van de zestienjarige Rafael van der Vaart, bedoeld als onschuldig grapje. Twintig jaar later herinnerde Van der Vaart zich die opmerking nog precies. Een treffend voorbeeld van hoe iets wat voor de één een grap is, voor de ander jarenlang kan blijven hangen.

Wie is er verantwoordelijk?

Maar wie is juridisch verantwoordelijk voor een veilig sportklimaat? Volgens hoogleraar Marjan Olfers bestaat er niet één vastomlijnde zorgplicht die voor iedereen hetzelfde is. Wel geldt een belangrijk uitgangspunt: hoe kwetsbaarder en afhankelijker de sporter, en hoe groter de macht van de organisatie of begeleider, hoe meer zorgvuldigheid mag worden verwacht. Voor minderjarige sporters gelden zwaardere eisen. En waar topsporters in loondienst zijn, bijvoorbeeld bij een voetbalclub of wielerploeg, kan ook de werkgeversaansprakelijkheid van toepassing zijn.

Maes wijst erop dat organisaties concrete maatregelen kunnen treffen, bijvoorbeeld door beleid vast te stellen en onafhankelijke psychologische begeleiding structureel aan te bieden, zonder dat sporters daar eerst zelf om hoeven te vragen. Dat laatste is essentieel, benadrukt ook Olfers. Uit haar onderzoek Vlammende ambitie blijkt dat topsporters vaak niet weten waar zij misstanden kunnen melden, of daarvan afzien uit angst voor de gevolgen voor hun carrière. Zeker bij een trainer die ook over hun selectie beslist, is de drempel hoog. Als sporters zich al uitspreken, gebeurt dat vaak tegenover een fysiotherapeut, bij wie zij zich veiliger voelen. Het recht schrijft niet precies voor hoe mentale begeleiding moet worden ingericht. Hoewel die ondersteuning steeds vaker beschikbaar is, blijft zij vooral voorbehouden aan de absolute top, terwijl ook daaraan ook op andere niveaus grote behoefte bestaat.

Olfers ziet daarnaast twee belangrijke verbeterpunten: meer diversiteit binnen coachingteams en een kleinere machtsafstand tussen trainer en sporter. Uit Vlammende ambitie blijkt dat sporters zich veiliger voelen in divers samengestelde begeleidingsteams en dat een toegankelijke coach de drempel verlaagt om problemen bespreekbaar te maken. Zulke maatregelen kunnen volgens Olfers ook via juridische kwaliteitseisen worden gestimuleerd. Want uiteindelijk, zo benadrukt zij, vertelt een sporter zijn verhaal vooral aan iemand bij wie hij zich veilig voelt.

En na de sportcarrière?

De verantwoordelijkheid voor sporters eindigt bovendien niet vanzelfsprekend bij hun laatste wedstrijd. Van Halst vertelt dat profvoetballers via de Stichting Contractspelersfonds KNVB (Stichting CFK) een deel van hun salaris opzijzetten om de financiële overgang naar een nieuwe loopbaan op te vangen. Maar mentale nazorg? Die ontbrak volgens hem. “Je geeft elkaar een knuffel. Doei.” Schippers herkent dat gebrek aan begeleiding. Na een wedstrijd kreeg ze te horen dat ze Papendal moest verlaten. Van structurele financiële of psychologische nazorg was volgens haar geen sprake. Haar broer, die ook haar management verzorgt, hielp haar bij het zoeken naar een nieuwe richting. Maar drie jaar na haar afscheid is ze nog altijd bezig te ontdekken wat ze buiten de topsport werkelijk wil.

Conclusie

Eerdere afleveringen van de Claimcast lieten zien dat het aansprakelijkheidsrecht in beweging is: we spraken over de claimcultuur, schadevergoeding in het strafrecht, AI-aansprakelijkheid, racisme, letselschade en  afstandsmoeders. Deze aflevering legt een andere spanning bloot: hoewel op clubs, bonden en begeleiders zorgplichten rusten, komt de verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid in de praktijk nog vaak bij de sporter zelf terecht. Schippers en Van Halst moesten veel zelf uitzoeken: van de omgang met prestatiedruk en media tot bedreigingen en het afscheid van hun sportcarrière. De verhalen verschillen, maar de rode draad is dezelfde: juist wanneer bescherming nodig was, stonden zij er vaak alleen voor.

Daar ligt ook de belangrijkste uitdaging voor het recht én de sportorganisaties. Want wat heeft een zorgplicht voor betekenis als een sporter uit angst voor zijn selectie of carrière geen hulp durft te vragen? Olfers benadrukt daarom het belang van preventie, onafhankelijke begeleiding en een sportcultuur waarin problemen veilig bespreekbaar zijn. Niet alleen voor de absolute top, maar juist ook voor jonge talenten die nog volop in ontwikkeling zijn. Het recht kan daarvoor kaders scheppen, maar uiteindelijk moeten clubs, bonden en begeleiders die verantwoordelijkheid in de praktijk waarmaken. Van topsporters mogen we verwachten dat zij hun grenzen verleggen. Niet dat zij ook zelf moeten bewaken dat die grenzen niet worden overschreden.

Dafne Schippers, Jan van Halst en Marjan Olfers komen uitgebreid aan het woord in de zevende aflevering van de Claimcast, een maandelijkse podcast over claims, massaclaims én context, gepresenteerd door Kirsten Maes, advocaat, universitair docent en gepromoveerd op het aansprakelijkheidsrecht. De Claimcast is gemaakt door Recht in je Oor in samenwerking met VBK en is te beluisteren via de podcastkanalen, zoals Spotify, Apple Podcasts en YouTube.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven