Racisme zal nooit verdwijnen, zegt Tan. “Moord zal nooit verdwijnen, verkrachtingen zullen nooit verdwijnen, mishandelingen zullen nooit verdwijnen.” Maar dat ontslaat de samenleving niet van de plicht om consequenties te verbinden aan wie de grens overschrijdt. “Je moet een juridisch kader bieden, zodat degenen die het doen de consequenties ervan ondervinden.”
Daarover werd gesproken in de vierde aflevering van de Claimcast, de maandelijkse podcast over claims en massaclaims. Tan, bekend van ruim duizend uitzendingen Late Night, is meester in de rechten (Universiteit van Amsterdam) en voorzitter van de Commissie Mijnals, die de KNVB en de overheid adviseert over racisme in het voetbal. Wijntjens promoveerde cum laude op de rol van excuses in het aansprakelijkheidsrecht en onderzoekt historisch onrecht, van slavernij tot gedwongen adopties. Appelman belde in. Zij is jurist, filosoof en medeoprichter van het Racism and Technology Center, en onderzoekt hoe algoritmes en platforms bestaande discriminatie versterken. Host, en co-auteur van dit artikel, is Kirsten Maes, advocaat bij VBK, universitair docent en gepromoveerd op het aansprakelijkheidsrecht.
Wanneer wordt racisme een claim?
Tan weet waarover hij praat,. Als rechtenstudent werd hij op het Amsterdamse Spui van zijn fiets gereden en door een Duitse automobilist racistisch uitgescholden. En ook later, als presentator van Late Night, merkte hij hoe ongelijk het speelveld is: een onderwerp als de Zwarte Piet-discussie kon hij niet zo vaak aansnijden als een witte collega zonder een stroom aan bedreigingen over zich af te roepen. “Daar sprak ik met de redactie over”, vertelt hij. “Jeroen Pauw zou dat nooit zo hebben.”
Racisme is geen juridisch begrip, benadrukt Wijntjens. “Dat betekent ook dat niet elke pijnlijke of uitsluitende ervaring meteen een juridische claim oplevert.” Het gaat bij discriminatie om een handeling of werkwijze die een verboden onderscheid maakt op basis van een persoonskenmerk als ras, huidskleur of religie. Opzet is daarvoor niet vereist. Ook onbewust onderscheid, en ook een ogenschijnlijk neutrale maatregel die een bepaalde groep benadeelt, kan onrechtmatig zijn. “Het aansprakelijkheidsrecht beantwoordt niet de vraag: is die persoon een racist? Maar: heeft die persoon of organisatie, bewust of onbewust, een verboden onderscheid gemaakt? En is daar schade uit voortgevloeid?”
Dat onderscheid tussen ervaring en juridische maatstaf laat zich illustreren aan een zaak die het wél tot de rechter bracht. Mensenrechtenorganisaties en enkele burgers daagden de Staat omdat de Koninklijke Marechaussee bij grenscontroles mede op huidskleur bepaalde wie werd staande gehouden. Waar de rechtbank dat aanvankelijk nog toelaatbaar achtte, oordeelde het gerechtshof Den Haag in 2023 dat etniciteit op geen enkele manier − “ook niet een klein beetje” − een selectiecriterium mag zijn. Geen schadevergoeding, maar wel een principieel verbod.
Maes plaatst zulke zaken in een breder patroon. Bij klimaatzaken, verslavende apps, adoptiemisstanden en grensoverschrijdend gedrag wordt het aansprakelijkheidsrecht steeds vaker strategisch ingezet: niet alleen om schadevergoeding te krijgen, maar om normen te stellen en gedrag te veranderen. Uitgerekend bij racisme blijft die golf uit. Tan herkent het probleem, maar wijst op de dagelijkse werkelijkheid: “Je gaat niet voor iedere micro-agressie juridische maatregelen inroepen. Dat is veel te kostbaar.” In 99,9 procent van de gevallen accepteer je het gebeurde, zegt hij; niet uit berusting, maar omdat je anders geen leven hebt. In de voetballerij komt daar nog iets bij: een gat tussen in je recht staan en je recht krijgen. Een speler die een claim indient, geldt al snel als probleemgeval en wordt gemeden.
Het voetbal als strijdtoneel
Het incident rond Ahmad Mendes Moreira, die in 2019 huilend het veld verliet na racistische uitlatingen (waaronder oerwoudgeluiden en kreten als ‘katoenplukker’) bij FC Den Bosch, leidde tot de oprichting van de Commissie-Mijnals. Op de persconferentie bij de KNVB over de oprichting, in aanwezigheid van toenmalig premier Rutte, hield Tan de bond een spiegel voor. Zijn vrees was dat de verontwaardiging weer zou wegebben: “We doen allemaal een plas, en het is morgen weer zoals het was.” Daarom drong hij erop aan dat de KNVB eerst naar de eigen organisatie zou kijken: spelersgroepen bestaan voor een groot deel uit mensen met een migratieachtergrond, de technische en medische staf vrijwel niet.”
Humberto Tan krijgt vaak de vraag wanneer zijn werk is geslaagd. “Ik zeg: het is nooit voorbij.”De individuele daders werden strafrechtelijk niet vervolgd wegens gebrek aan bewijs; de club werd tuchtrechtelijk aangepakt. Maar het slachtofferperspectief ontbrak.
Daar kan het aansprakelijkheidsrecht iets toevoegen, stelt Wijntjens. Het biedt niet alleen schadevergoeding, maar ook een gebods- of verbodsactie en instrumenten om herhaling te voorkomen. Maes trekt de vergelijking met pesten op school: als een school aansprakelijk kan worden gehouden voor pestgedrag van leerlingen, waarom dan niet een voetbalclub voor racisme dat zij laat voortbestaan? Zij wijst op het kort geding tegen ADO Den Haag, dat antisemitische spreekkoren niet aanpakte. De rechter oordeelde dat de club haar eigen huisregels niet had nageleefd.
Tan pleit voor een stap eerder: een ‘sociale boekhouding’ als licentievoorwaarde, naast de financiële. “Als je bij herhaling ziet dat een club daarin tekortschiet, dan zou de licentie op de tocht mogen komen te staan. Want dan voldoe je niet aan je sociale plicht dat spelers zich veilig voelen in jouw stadion.” Toch is de praktijk weerbarstig. Een speler die claimt, legt een hypotheek op zijn carrière. Tan trekt de parallel met Jean-Marc Bosman, wiens rechtszaak het transfersysteem veranderde, maar die zelf nooit meer voetbalde. “We profiteren er allemaal van. Behalve hij.” Recht hebben en recht krijgen, concludeert Maes, liggen hier ver uit elkaar.
Systemen die uitsluiten
Die kloof speelt ook bij institutioneel racisme. De Toeslagenaffaire toonde hoe een tweede nationaliteit jarenlang als risicoindicator werd gebruikt, met verwoestende gevolgen. Tan vertelt over een collega die vijf jaar lang naast haar reguliere baan een tweede baan moest nemen om het hoofd boven water te houden, zonder dat iemand het wist. Hij noemt de disproportionaliteit van de maatregelen walgelijk. Wijntjens legt uit dat discriminatie kan worden gekwalificeerd als aantasting in de persoon, een grond voor smartengeld. Maar de causaliteitsketen, van fraudeaanpak naar schulden, uithuisplaatsingen en psychische klachten, maakt individueel procederen buitengewoon complex. Juist daarom is de grootschalige compensatieregeling onmisbaar.
Die complexiteit wordt nog groter wanneer discriminatie in technologie zit. Inbeller Appelman vertelt over Robin Pocornie, een studente wier donkere huidskleur niet werd herkend door antispieksoftware: het systeem meldde steeds dat de ruimte te donker was, waardoor zij zich telkens opnieuw moest zien te legitimeren voordat ze kon beginnen. Een probleem dat haar witte medestudenten niet hadden. Haar klacht bij het College voor de Rechten van de Mens strandde, omdat het verboden onderscheid op individueel niveau niet kon worden aangetoond. Toegang tot de broncode werd geblokkeerd door het bedrijfsgeheim van de softwareleverancier.
Maes brengt een tweede voorbeeld in: Smart Check, het algoritme waarmee Amsterdam bijstandsfraude opspoorde. De gemeente deed alles wat je juridisch zou willen: transparant, vooraf getest, broncode openbaar, gevoelige kenmerken als afkomst eruit gehaald. Maar het systeem discrimineerde alsnog via proxy-variabelen als wijk, opleiding en taal, waardoor het onderscheid langs de achterdeur weer binnenkwam. Appelman is stellig over risicoprofilering door de overheid. De Staatscommissie tegen discriminatie en racisme en Amnesty International zeggen het beide: “De belangen zijn te groot. Doe het gewoon niet.” Generatieve AI kan onder voorwaarden verantwoord worden ingezet, maar risicoalgoritmes raken mensen te diep. De Europese AI-verordening verdeelt verantwoordelijkheid tussen ontwikkelaar en gebruiker, maar bij grensbewaking en het leger gelden die regels niet. Juist in een politiek klimaat waarin xenofobie normaliseert, is dat zorgwekkend.
Waarom blijft de claimgolf bij racisme uit? Wijntjens ziet drie oorzaken. Procederen is kostbaar en belastend, zeker voor wie al kwetsbaar is. Het recht speelt een dubbelrol: het is instrument tegen discriminatie, maar ook een systeem dat ongelijkheid soms in stand houdt. En het klassieke aansprakelijkheidsmodel, gericht op één concrete schadeveroorzaker en één helder causaal verband, sluit slecht aan op de diffuse werkelijkheid van structureel racisme. Tan voegt een politieke dimensie toe: zolang de meerderheid de urgentie niet voelt, ontbreekt het draagvlak. “Wie het zwaarst getroffen wordt, moet het ook nog zelf zien op te lossen”, constateert hij.
Conclusie
Eerdere afleveringen van de Claimcast lieten zien dat het aansprakelijkheidsrecht in beweging is: we spraken over de claimcultuur, schadevergoeding in het strafrecht en AI-aansprakelijkheid. Deze aflevering toont dat racisme en uitsluiting het aansprakelijkheidsrecht op een bijzondere manier op de proef stellen. De gereedschapskist is er: smartengeld, collectieve acties, geboden, excuses. Maar toegang, bewijslast en structurele ongelijkheid houden de deur voor veel gedupeerden dicht.
Wijntjens benadrukt dat excuses een cruciale rol kunnen spelen, mits ze gepaard gaan met concrete gevolgen. Anders worden ze een lege huls. Op de vraag of het slavernijexcuus van Mark Rutte genoeg was, antwoordt Tan: “Het mooie was dat hij zei: dit is geen punt, maar een komma.” Die komma moet nog worden ingevuld, met aanpassingen in beleid, onderwijs en representatie. Want, zoals Tan het samenvat: niet iedereen die racistisch wordt bejegend zou zelf zijn recht moeten hoeven halen.
Humberto Tan, Lianne Wijntjens en Naomi Appelman komen uitgebreid aan het woord in de vierde aflevering van de Claimcast, een maandelijkse podcast over claims, massaclaims én context, gepresenteerd door Kirsten Maes, advocaat, universitair docent en gepromoveerd op het aansprakelijkheidsrecht. De Claimcast is gemaakt door Recht in je Oor in samenwerking met VBK en is te beluisteren via de podcastkanalen, zoals zoals Spotify en Apple Podcasts en YouTube.
