Transparantie ja, maar hoe

Delen:

Nee, natuurlijk kwam er geen bevredigende oplossing voor het gebrek aan transparantie in de rechtspraak uit de discussie die afgelopen donderdag werd gevoerd voorafgaand aan de uitreiking van de Jacques van Veen persprijs 2016. Het was namelijk nogal een onderwerp van behoorlijke omvang dat de organisatie als thema van die discussie had bedacht.

Aanleiding was het artikel dat Folkert Jensma schreef in januari van dit jaar in NRC Handelsblad onder het kopje ‘Strafzittingen zijn te vaak toneelstukjes’. Strekking daarvan was dat ondanks de toegenomen informatieverstrekking door rechtbanken en hoven de zittingen slotstuk zijn van een hoofdzakelijk op papier gevoerd proces: getuigen zie je of hoor je nooit, fysieke bewijzen ook niet.

Goed onderwerp dus, maar wellicht meer geschikt voor een tweedaags congres dan voor een half uurtje gehaast discussiëren onder leiding van een even gehaaste discussieleider en met maar liefst vijf discussianten die er uiteraard niet uitkwamen. Ja, natuurlijk, we zijn allemaal voor openbaarheid. Maar er zijn ook andere belangen, zoals de privacy van de verdachten en de slachtoffers, maar hoe kun je openbaarheid pretenderen als het publiek of diens voorlichters (de pers) met geen mogelijkheid een ongefilterde brei aan vele duizenden rechtszaken kunnen doorworstelen, laat staan dat ze zich een oordeel te kunnen vormen van de kwaliteit van de rechtspraak. Of zoals Jensma het beeldend stelde: “De rechtspraak is te vaak een onderzeeër die het grootste deel van de tijd onder water doorbrengt.”

Oplossingen waren er dus niet. Suggesties wel, zoals experimenten bij sommige rechtbanken waarbij ten bate van de pers een selectie van de interessantste zaken wordt samengesteld. Een en andere wellicht nog zinniger idee was om een onafhankelijk orgaan in het leven te roepen dat de rechtspraak kan controleren. Iets als een Algemene Rekenkamer voor de rechtspraak. Misschien een mooi onderwerp voor de volgende uitreiking?

De prijs ging overigens naar Mathieu Princen voor zijn geruchtmakende boek over de tekortschietende opsporingsorganisatie ‘De gekooide recherche’. Het juryrapport: ‘De verantwoordelijken kunnen er veel van leren. Het is onthullend, het houdt politie en justitie (OM) een spiegel voor, het geeft inzicht in de werkwijze van politie en OM, het maakt inzichtelijk waarom bepaalde zaken het einde niet halen (verwonderpunt voor veel mensen). Princen legt de vinger op de kwetsbare plekken in de opsporingsketen.’

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven