Het onderzoek waarop de KNB zich baseert, is uitgevoerd door Bureau Beke in opdracht van het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (RIEC AA). Doel was het verkrijgen van inzicht in de risico’s van uitoefening van de poortwachtersrol van notarissen in het vennootschapsrecht. Een belangrijk onderdeel daarvan was het in kaart brengen van zaken waarin notarissen een faciliterende rol hebben gespeeld bij criminele activiteiten in het vennootschapsrecht. Uit het onderzoek blijkt dat voorbeelden van zogenaamd malafide notarissen die de publiciteit halen, zelden daadwerkelijk leiden tot strafrechtelijke vervolging van die notarissen.
Gering
“Het onderzoek leverde alleen twee RIEC-casussen en een gering aantal tuchtzaken op, op een totaal van meer dan 1 miljoen bv-oprichtingen en aandelenoverdrachten”, zo schrijft de KNB op basis van de resultaten van het onderzoek. De conclusie die de beroepsorganisatie daaraan verbindt: “Er zijn veel verhalen, maar weinig verbalen.”
Desondanks constateren de onderzoekers van Bureau Beke dat opsporingsinstanties zich nogal eens bedienen van het verspreiden van vermoedens rondom malafide notarissen, zonder dat daar uiteindelijk dus concrete verdenkingen uit voortkomen. Zij adviseren opsporingsinstanties dan ook om “beter gebruik te maken van data of anders te stoppen met het verspreiden van losse vermoedens.” De KNB onderschrijft dat, en wijst er in het verlengde daarvan op dat het tuchtrecht, en niet het strafrecht, de meest effectieve manier is om malafide notarissen aan te pakken.
Tuchtrecht
De KNB zou dan ook graag zien dat opsporingsinstanties het tuchtrecht wat meer zijn beloop zouden laten ten koste van strafrechtelijke interventies. “Opsporingsinstanties en overheden moeten terughoudender zijn met het neerzetten van notarissen als facilitators van criminaliteit.” Onder notarissen is daar ook veel steun voor te vinden, schrijft de KNB, “omdat goedwillende notarissen hinder ondervinden van de negatieve uitstraling van een kleine groep collega’s.”
Daarmee houdt de kritiek van de KNB op de houding van opsporingsautoriteiten nog niet op, want volgens de beroepsorganisatie wijzen zij veel te gemakkelijk naar de geheimhouding waar vermeend malafide notarissen zich achter zouden verschuilen. “Vergeten wordt dat de onafhankelijke toezichthouder, Bureau Financieel Toezicht, wél effectief onderzoek kan doen. Die kan gericht dossiers inzien, klachten indienen en notarissen die bewust de fout ingaan via de tuchtrechter op non‑actief laten zetten. Strafrechtelijke vervolging kan daarna altijd nog.”
