Bandsma’s werk bevindt zich op het snijvlak van de energietransitie, omgevingsrecht en ruimtelijke ordening. De projecten waarbij hij betrokken is, zorgen dat woonwijken gebouwd kunnen worden, bedrijven aangesloten blijven en het elektriciteitsnet toekomstbestendig blijft. Tegelijkertijd raken diezelfde projecten vrijwel altijd aan andere belangen: flora en fauna, geluid, landschap, stikstof, archeologie of weerstand vanuit de omgeving.
“Bij Enexis voegen we capaciteit toe aan het net met nieuwe stations én het renoveren en uitbreiden van bestaande stations”, vertelt Bandsma. “Die stammen vaak uit de jaren 50, 60 en 70, en zijn dus sterk verouderd. Op dat soort projecten staat intern soms veel druk. En dat voelen gemeenten ook. Want zij kunnen soms een woonwijk of ander project pas ontwikkelen na uitbreiding van een bepaald station. Maar daarvoor moet eerst alles op juridisch vlak goed in elkaar steken.”
Balanceren tussen belangen
Volgens Bandsma zit de grootste uitdaging vaak in het spanningsveld tussen maatschappelijke noodzaak en lokale afwegingen. Gemeenten erkennen dat uitbreiding van het elektriciteitsnet nodig is, maar er spelen vaak verschillende belangen. Dat maakt projecten uitdagend.
“Ecologen, archeologen of stedenbouwkundigen kijken vanzelfsprekend vanuit hun eigen expertise naar een project en niet per se naar het grotere belang van de energietransitie. Dat is ook niet hun taak. Door met iedereen in gesprek te gaan, probeer ik voor verbinding te zorgen en alle neuzen dezelfde kan op te krijgen. Het is altijd mooi als dat dan uiteindelijk lukt.”
Hij noemt een project waarbij maanden werd gesproken over enkele bomen die moesten verdwijnen voor een netuitbreiding. “Dat vraagt veel geduld en afstemming. Er spelen simpelweg veel verschillende belangen, maar je merkt gelukkig dat iedereen graag vooruit wil.”
Het werk in de praktijk
Hoe complex bepaalde trajecten kunnen zijn, laat een project in Winsum-Ranum in de provincie Groningen goed zien. Op het eerste gezicht leek het een relatief eenvoudige uitbreiding van een bestaand station in het buitengebied. In de praktijk stapelden de uitdagingen zich snel op.
Voor de uitbreiding moesten bomen worden gekapt. In één boom bleek een buizerdnest te zitten. Een sloot moest worden gedempt voor extra ruimte op het terrein, wat weer vragen opriep over watercompensatie. Daarnaast gold op een deel van het terrein een archeologische bestemming. Met name de landschappelijke impact leidde tot discussie.
“Rond een transformator staat een betonnen wand van ongeveer 7,5 meter hoog. Welstand en provincie vonden dat te zichtbaar in het landschap en gaven een negatief advies”, zegt Bandsma. Het project stond bovendien onder zware druk, omdat het om een zeer verouderde installatie ging. “De aannemer stond eigenlijk al in de startblokken, terwijl de vergunning nog niet rond was. Tijdens de procedure is, met veel overleg met gemeente en provincie, het landschapsplan helemaal over de kop gegaan. Precies voor de bouw zou starten, waren we klaar.”
Juristen schuiven steeds eerder aan
De veranderende complexiteit heeft ook de rol van juristen binnen Enexis veranderd. “Enexis was traditioneel een echte engineeringsorganisatie, gericht op het beheer van het net”, zegt Bandsma. “Maar sinds uitbreiding van het net steeds harder nodig is, zijn ruimtelijke en juridische aspecten zo bepalend geworden dat wij als juristen vanaf de kick-off betrokken zijn. Ons werk beperkt zich allang niet meer tot vergunningen alleen.”
“Juridisch kan vaak meer dan je denkt”, zegt Bandsma. “Maar de vraag is: hoeveel tijd kost het? Soms is een technische aanpassing sneller dan een complexe juridische procedure.”
Die praktijk vraagt volgens hem om een ander type jurist dan veel mensen misschien verwachten. “Je moet pragmatisch zijn en niet te theoretisch denken. Natuurlijk voer je juridische discussies, maar je zit ook met landschapsarchitecten aan tafel om te bespreken hoe het station wordt ingepast in het platteland. Of je probeert een welstandscommissie te overtuigen waarom een pre-fab middenspanningsgebouw past binnen het gemeentelijke welstandsbeleid.”
Daarnaast is communicatie essentieel. “Betrokken partijen vragen voortdurend: waarom kan dit niet anders? Dan moet je technische keuzes goed kunnen vertalen naar begrijpelijke argumenten.”
Omgevingswet in de overgangsfase
De invoering van de Omgevingswet maakt het werk volgens Bandsma voorlopig niet eenvoudiger. “De wet werd aangekondigd met mooie beloftes: simpelere procedures, meer ruimte, meer flexibiliteit. Maar we bevinden ons duidelijk nog in een overgangsfase. Sommige gemeenten zijn zoekende, omdat ze nog onvoldoende weten hoe bepaalde onderdelen van de Omgevingswet precies werken. Daar sparren ze dan met ons over.”
Vooral voor kleinere gemeenten is het een opgave om de nieuwe regelgeving organisatorisch en technisch goed toe te passen. Ook wordt energie-infrastructuur juridisch vaak nog als ‘gewone aanvraag’ behandeld. “Een uitbreiding van een hoogspanningsstation wordt vaak niet met extra prioriteit opgepakt door gemeenten. Hij belandt op dezelfde stapel als elke reguliere bedrijfsuitbreiding of woningbouw.”
Volgens Bandsma zou daar meer prioriteit aan mogen worden gegeven. “Gemeenten kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Het zou al helpen als onze transportverdeelstations vergunningvrij worden gemaakt of als onze projecten via een ‘fast track’ sneller door procedures kunnen.”
Zichtbare impact
Juist de combinatie van juridische complexiteit, maatschappelijke relevantie en zichtbare resultaten maakt het werk voor Bandsma interessant. “Het mooiste moment is als een vergunning is verleend en een project daadwerkelijk gebouwd wordt. En dat ik het met eigen ogen kan zien. Dan rijd ik langs zo’n station en denk ik: ja, daar heb ik aan bijgedragen.”
Voor juristen die inhoudelijke complexiteit willen combineren met zichtbare maatschappelijke impact, ligt de energiesector misschien niet direct voor de hand. “Maar juist door netcongestie, de energietransitie en de Omgevingswet wordt het juridisch werk bij netbeheerders steeds relevanter, veelzijdiger en invloedrijker”, benadrukt Bandsma. “Onze juridische keuzes hebben dagelijks direct invloed op wat er buiten gebouwd wordt.”
