‘Uitspraak De Brauw/NS biedt houvast’

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
The Rock Gebouw De Brauw Amsterdam Foto Jan Dietvorst
Het kantoor van De Brauw in Amsterdam. Foto Jan Dietvorst

De uitspraak van de Amsterdamse Raad van Discipline in de zaak De Brauw/NS biedt goede handvatten voor onderzoek door advocatenkantoren. Dat concludeert advocaat Jan Leliveld (Van Doorne) in het artikel ‘Een begin van normering van interne onderzoeken door advocaten’.

Aanbesteding

Leliveld gaat in op de uitspraak van de Raad van Discipline na een dekenklacht van de Amsterdamse deken Pieter van Regteren Altena tegen advocaat Jaap de Keijzer van De Brauw Blackstone Westbroek. Onder leiding van De Keijzer deed De Brauw in opdracht van de NS onderzoek naar vals spel bij de aanbesteding van een vervoersopdracht in Limburg.

Hoor en wederhoor

Van Regteren Altena concludeerde dat De Keijzer het onderzoek niet zorgvuldig heeft uitgevoerd en onvoldoende hoor en wederhoor heeft toegepast. Hij liet NS-topman Timo Huges te veel invloed uitoefenen en ging onder druk van de NS akkoord met vroegtijdige publicatie van het rapport. Ook gaf hij medewerkers van NS-dochter Qbuzz te weinig tijd om te reageren op onderzoeksverslagen.

Berisping

De Raad van Discipline is het met Van Regteren Altena eens dat De Keijzer onvoldoende hoor en wederhoor heeft toegepast. Ook het voortijdig publiceren van het rapport kon niet op de goedkeuring van de Raad rekenen. In dat rapport stond onder meer dat de NS-directie niet op de hoogte was van het gesjoemel, terwijl daar later twijfels over rezen. De Raad van Discipline noemde het handelen van De Keijzer tuchtrechtelijk verwijtbaar en legde een berisping op.

Tijdsdruk

In zijn bespreking van de uitspraak concludeert Leliveld dat de Raad van Discipline drie belangrijke uitgangspunten hanteert bij interne fraudeonderzoeken die worden gepubliceerd. “Het beginsel van hoor en wederhoor moet het uitgangspunt zijn…Tijdsdruk en slechte bereikbaarheid zijn geen rechtvaardiging. De onderzoeker doet al het redelijke om te voorkomen dat het openbaar gemaakte onderzoeksrapport aanleiding kan geven tot misverstanden. En het rapport moet alle relevante feiten bevatten, ook als het om het feiten gaat die de cliënt wel kent, maar het grote publiek niet.” Leliveld hoopt dat de uitspraak voor interne onderzoeken door advocaten ‘kaders kan bieden voor de invulling van de open norm dat een advocaat een zaak zorgvuldig moet behandelen’.

Drie petten

De Raad noemt het niet verwijtbaar dat De Brauw in deze zaak drie petten op had. Het kantoor vertegenwoordigde de NS ook bij een ACM-onderzoek en in een aantal ontslagzaken. De handelwijze zou in zo’n geval wel verwijtbaar kunnen zijn als de advocaten in het kader van de ACM- en ontslagzaken vertrouwelijke informatie hadden gekregen van de NS, maar dat is hier niet gebleken.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top