Wanbetaling en insolventie in 2026. Juridische trends en preventieve maatregelen voor bedrijven

Het aantal insolventieprocedures in Nederland stijgt in 2026 verder door, en de juridische praktijk rondom wanbetaling en faillissement wordt aanzienlijk complexer. Voor bedrijfsjuristen en advocaten betekent dat een groter belang van preventieve constructies. Contractuele bescherming, garanties, eigendomsvoorbehoud en aanvullende financiële instrumenten zoals kredietverzekering vormen samen het toetsingskader. Het juridische landschap rondom debiteurenbescherming verandert sneller dan de traditionele contractenpraktijk veronderstelt, en wie zijn modelvoorwaarden niet periodiek toetst tegen actuele wetgeving en rechtspraak, mist relevante ontwikkelingen die direct doorwerken in de afdwingbaarheid van clausules en de positie van de schuldeiser in een herstructurering.

Delen:

Juridische trends in insolventierecht 2026

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) wordt in 2026 vaker ingezet als alternatief voor faillissement, met directe gevolgen voor de positie van schuldeisers. Bij een gehomologeerd akkoord wordt een meerderheid van schuldeisers gebonden aan een herstructurering, ook tegenstemmers binnen een klasse. Voor leveranciers betekent dat openstaande facturen gedeeltelijk of vrijwel volledig kunnen worden afgeschreven, zonder dat individueel verhaal nog mogelijk is. Daarnaast wordt eigendomsvoorbehoud strenger getoetst in jurisprudentie, met name op het punt van zaaksgevolg en vermenging. Ook de positie van de pandhouder en de afwikkeling van lopende overeenkomsten staan vaker ter discussie. Voor bedrijfsjuristen is het zaak contractsclausules met regelmaat tegen actuele rechtspraak te leggen, de WHOA-positie standaard in het risicokader op te nemen en bij herziening van algemene voorwaarden te kijken naar de praktische werking bij voorgenomen herstructurering.

Preventieve contractuele instrumenten

Klassieke instrumenten blijven onverminderd relevant. Eigendomsvoorbehoud, retentierecht, persoonlijke borgstelling van bestuurders en bankgaranties bieden vooraf structuur aan de risicoverdeling tussen leverancier en afnemer. Deze constructies werken alleen wanneer ze juridisch sluitend zijn opgesteld en achteraf afdwingbaar blijken. In de praktijk struikelen bedrijven vaak op formele vereisten zoals correcte verwijzing naar algemene voorwaarden, ontbrekende handtekening of onduidelijke aanvaarding bij digitaal contracteren. Bij grensoverschrijdende leveringen speelt bovendien dat lokaal recht afwijkende eisen stelt. Een gestructureerde review van standaardvoorwaarden iedere twee jaar is een redelijk minimum, met aandacht voor recente uitspraken over hoofdelijkheid, verrekening, de positie van de borgsteller en de werking van boete- en rentebedingen.

Kredietverzekering als aanvulling op juridische bescherming

Naast contractuele instrumenten kiezen steeds meer bedrijven voor een aanvullende dekking via een kredietverzekeraar. Allianz Trade monitort dagelijks het betaalgedrag en de financiële positie van afnemers wereldwijd, op basis van actuele betalingsdata, gedeponeerde jaarcijfers, sectorindicatoren en signalen uit de eigen schadeportefeuille. Het jaarlijkse Fraude Trendrapport 2026 van Allianz Trade brengt in beeld welke fraudetypes het Nederlandse bedrijfsleven dit jaar het hardst raken, met patroonanalyse die voor de juridische praktijk een werkdocument vormt naast de eigen contractuele bescherming en die aansluit op de zwakke plekken die in de schadepraktijk worden gesignaleerd. Voor de juridische praktijk betekent dat een aanvullend instrument naast clausules en zekerheden, waarbij de combinatie van vooraf monitoring en achteraf vergoeding extra zekerheid biedt. Voor bedrijfsjuristen vormt een dergelijke verzekering een vast onderdeel van een breder risicokader dat samen met finance en commercie wordt vormgegeven en dat aansluit bij de werkelijke debiteurenexposure van de organisatie.

Internationaal contracteren en grensoverschrijdende risico’s

Bij internationale handel komen rechtskeuze, forumkeuze en taal van het contract erbij. Een eigendomsvoorbehoud dat in Nederland werkt, is in andere jurisdicties niet automatisch geldig of even sterk. De Insolventieverordening (EU) 2015/848 regelt het toepasselijke recht bij grensoverschrijdende insolventies binnen de Unie, maar laat materiële verschillen tussen lidstaten in stand. Bij export naar derde landen vervalt zelfs dat kader en geldt het lokale recht volledig. Voor bedrijfsjuristen vraagt grensoverschrijdende verkoop daarom een combinatie van lokale juridische review en aanvullende verzekeringsdekking om risico’s te beheersen die clausules buiten de eigen jurisdictie niet sluitend regelen.

Wat de praktijk vraagt in 2026

Een gestructureerde risicobeoordeling per klant, in samenwerking met finance en commercie, vormt de basis. Daaruit volgt welke contractuele instrumenten worden ingezet en of een aanvullende verzekering noodzakelijk is. Voor de juridische functie betekent het meer integratie en minder solitair contractenwerk.

Bronnen: WHOA Jaaroverzicht 2025; Allianz Trade Insolventie-rapport 2026; INSOL Europe Cross-Border Practice Guide 2025

Dit bericht valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven