Nadat al jaren over het onderwerp werd gesproken, bracht het kabinet afgelopen zomer het wetsvoorstel voor de invoering van een landelijke onafhankelijke toezichthouder advocatuur (OTA) in consultatie. De nieuwe OTA krijgt de wettelijke taak om toezicht te houden op alle in Nederland ingeschreven advocaten, waarmee een einde komt aan het huidige stelsel waarin de lokale dekens het toezicht uitoefenen. De consultatie leverde 23 openbare reacties.
Kostenbeheersing
De algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten steunt de komst van één landelijke, onafhankelijke toezichthouder, maar heeft wel een aantal kanttekeningen bij het wetsvoorstel. Zo maakt de NOvA zich zorgen over de kosten van het nieuwe stelsel (de kosten van het toezicht worden door de advocatuur zelf gedragen). De beroepsorganisatie pleit daarom bij staatssecretaris Claudia van Bruggen (Rechtsbescherming) voor kostenbeheersing door onder meer een kleiner OTA-bestuur. Drie personen, waarvan minimaal één advocaat, is volgens de NOvA genoeg – in het wetsvoorstel wordt van een vijfkoppig bestuur uitgegaan.
Verder vraagt de NOvA onder meer om wettelijke borging van geheimhouding en verschoningsrecht, en bepleit ze dat niet alleen toezicht kan worden gehouden op individuele advocaten, maar ook op kantoren. Dit omdat naleving van (wettelijke) regels steeds vaker samenhangt met kantoororganisatie, governance, ICT en compliance.
Afzonderlijke rechtspersoon
Het Dekenberaad onderschrijft eveneens de uitgangspunten van het wetsvoorstel, maar de dekens merken wel op dat het wetsvoorstel is gebaseerd op het toezicht zoals dat vijf jaar geleden bestond. Veel dekens hanteerden toen hun eigen beleid, maar inmiddels is de werkwijze geüniformeerd en is de nodige expertise opgebouwd via de Landelijke Organisatie Toezicht Advocatuur (LOTA). De staatssecretaris zou de nieuwe toezichtorganisatie daarop moeten grondvesten, stellen de dekens. Verder vindt het dekenberaad dat de OTA geen deel moet uitmaken van de NOvA, maar als afzonderlijke rechtspersoon in de Advocatenwet zou moeten worden opgenomen.
Vraagtekens bij noodzaak
Een groep van advocatenkantoren, specialisatieverenigingen en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland heeft zich in een gezamenlijke reactie kritisch uitgelaten over het wetsvoorstel. Ze wijzen erop dat de afgelopen jaren via de LOTA al flink is geïnvesteerd in professionalisering van het toezicht en vragen zich af waarom een nieuwe toezichthouder nodig is. “Het wetsvoorstel zou aan kracht winnen door voort te bouwen op de reeds bestaande lokale én nationale organisatie van toezicht, in het bijzonder de centralisering en professionalisering binnen de LOTA (voor zover de LOTA al niet de OTA zou kunnen zijn).”
Onafhankelijkheid
Hoogleraar advocatuur Jan Broekhuizen, voormalig Amsterdamse deken Barbara Rumora-Scheltema en hoogleraar rechtspleging Jonathan Soeharno maken zich zorgen over de onafhankelijkheid. Ze stellen in een gezamenlijke reactie dat de rol van buitenstaanders te groot dreigt te worden, nu de meerderheid van het OTA-bestuur volgens het voorstel uit niet-advocaten moet bestaan. Broekhuizen, Rumora-Scheltema en Soeharno vinden dat de meerderheid advocaat moet zijn, en ook dat het controlerende college van toezicht volledig uit advocaten moet bestaan.
Slecht onderbouwd
Ook van buiten de advocatuur is gereageerd op het wetsvoorstel. De Wetenschappelijke Commissie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak noemt de noodzaak voor de ingrijpende wijziging in het toezicht ‘slecht onderbouwd’. “Als het bestaande toezicht tekort schiet, moet eerst duidelijk worden waar het dan precies aan schort.” Zij vraagt de wetgever daarom concreet in te gaan op de bestaande problemen binnen de advocatuur en aan te geven hoe hoe ernstig deze problemen werkelijk zijn en in welke mate (en in welke arrondissementen) zij in de praktijk voorkomen.
