Goedemiddag Literatuurvrienden!

Wie in de advocatuur zit, kan er over meepraten: ergens geen goed gevoel over hebben. Of ‘m dat nu zit in productie 13, die je liever productie 12 had willen nummeren, een cliënt die niet het achterste van de tong laat zien, de feiten van een zaak die net niet dát hebben wat je nodig hebt of een zitting die gewoonweg niet lekker loopt. Goede advocaten denken en handelen niet alleen met hun verstand, maar ook met hun intuïtie. Voorgevoelens, positief of negatief, zijn daarmee onlosmakelijk verbonden. In Madison Smartt Bell’s korte verhaal ‘Witness‘- opgenomen in de bundel ‘Barking Man‘ (1990) – draait alles om voorvoelen, een dramatisch gegeven. Maar het ene voorgevoel is het ander niet. Je hebt erg en het kan altijd erger.

Advocaat Wilson is bezig met het herzien van een testament – ‘The task in his hand was complicated, though almost entirely frivolous: the testament of a woman some forty years old who would probably live at least forty more, revising her bequests more or less semiannually. Still, it was an amusement she could afford if it pleased her, harmless enough, and he had use for the fee‘ – als het tot hem doordringt wat zijn secretaresse – mevrouw Veech – zojuist tegen hem zei: ‘Mrs. Wilson, did you know they were letting Pax Morgan go?‘ Schijnbaar de rust zelve, neemt Wilson een net op zijn kantoor bezorgd bericht van ‘Central State‘ aan waarin dat wordt bevestigd. Het is echter een ongedateerde bericht zonder begeleidende brief, en dat werpt vragen op. Het zet Wilson aan het denken, is Pax Morgan nu wel of niet vrijgelaten?

Well, damn their eyes‘ – zegt de peinzende Wilson, zich daarvoor meteen verontschuldigend bij mrs. Wilson – gaat achter zijn bureau zitten en ‘klimt’ in de telefoon om uit te zoeken hoe het zit met Pax Wilson. Zo achterhaalt hij al snel dat ene Dr. Meagrum verantwoordelijk is voor deze ‘case‘, maar die is niet bereikbaar. Na ampele overweging dan maar het telefoontje waar hij mee heeft gewacht totdat hij er niet meer om heen kan. Het nummer kent hij uit zijn hoofd: ‘(…) it had been his own, the Nashville law firm where he’d formerly worked.‘ En in die tijd zou waarschijnlijk Sharon Morgan de telefoon opgenomen hebben: ‘but they used her more as a researcher now, and had hired a different receptionist. She was good at the work, and with the two children there was no doubt the better pay made a difference. Still studying for her own lawn degree, part time; Pax had never liked that much. Wilson asked for her and waited till she came on her line, her voice brisk, as he remembered it. It had been some months since they had spoken and the first few exchanges passed in pleasantries, inquiries about each other’s children and the like. Then a pause. “Well, you never called just to pass the time,”Sharon said. “Not if I know you.”‘

Wilson komt snel terzake: ‘I’m afraid (…) they’re letting him out, if they haven’t already.’ En mij hebben ze niets laten weten, zegt Sharon, ‘There ought to be a law…‘ Maar zo’n wet schijnt er niet te zijn, houdt Wilson Sharon voor. Wat te doen? Wilson zegt dat hij niemand te pakken krijgt, maar dat hij het blijft proberen en vraagt intussen wat Sharon in het weekend gaat doen: ‘I’m taking the children out to the lake.‘ Geen goed plan volgens Wilson, waarom neem je ze niet mee naar je broer? Daar wil Sharon niets van weten. Ze is niet te vermurwen, ook niet door het argument van Wilson dat het logeeradres bij het meer ‘to hell and gone from anywhere is‘. Heb je geen juridische oplossing voor het probleem: ‘Why don’t you get a peace bond on him? (…) If he is really out, I mean. Something. Because it ought to be his problem. Not mine.’ Zo gezegd, zo gedaan: “I could do that,” Wilson said. “Try to, anyway. You know what good it’ll do, too. You know it better than I do.” Maar Wilson heeft er een hard hoofd in: ‘Pax Morgan had been under a restraining order that night back before the divorce decree when he’d appeared at the house in Nashville he and Sharon had shared and smashed out all the ground-floor windows with the butt end of his deer rifle; he’d made it all the way around the house before the police arrived.’

Snel neemt hij afscheid van Sharon (“Well, devil take the hindmost (…) I’ll let you know what I can find out. And you take care.“) om aan de slag te gaan. ‘Shifting the cigarette to his left hand, he picked up the pencil and began jotting a list at the foot of the pad with the blunted tip. Often he did his thinking with the pencil point; he’d discovered that sometimes a solution would appear in the interstices of what he wrote. There were only two items on the list.

            – Judge Oldfield          injunction P.M,            
            – Dr. Meagrum           Central State

He added a third.

            – call back S.M.

The pencil doodled away from the last initial. The list was obvious and complete, and after he acted on it nothing would be solved.

Het herzien van het testament verwordt daarna tot een abstracte klus waaraan Wilson ongeconcentreerd verder werkt. Vergeefs probeert hij tussentijds Dr. Meagrum te pakken te krijgen. Wilson zoekt dan snel judge Oldfield op, niet in het gerechtsgebouw, maar in ‘Dotson’s Restaurant‘, waar judge Oldfield luncht: ‘It was warm out, an Indian summer heat wave, though it was late October and the leaves had already turned. A new asphalt path on the southbound street felt tacky on his shoes as he crossed. A couple of blocks west of the square he was already verging on the edge of time; beyond the long low roof of Dotson’s Restaurant there were woods, turned fired-clay red patched with sere yellow, with a few deep greed cedars standing anomalously among the other trees.’

Wat kan ik voor je doen, mijn zoon?, vraagt judge Oldfield als hij Wilson op zich af ziet komen. Aan de naam Sharon Morgan heeft judge Oldfield al genoeg: ‘Married that crazy fellow, didn’t she?‘ Geconfronteerd met het bericht dat Pax Morgan is of wordt vrijgelaten, vraagt Oldfield of dat Wilson dwars zit: ‘Oh no (.) Not hardly. It wasn’t me he said he’d kill, was it? I doubt he’d remember much about me. I never knew him any too well. Even while the divorce was going on it was just her he was mad at‘, antwoordt Wilson met gepaste ironie. Het gaat dus om Sharon. ‘She asked me to get an injunction on him. That’s why I came hunting you.‘ Een ‘tricky’ aangelegenheid volgens judge Oldfield als je niet weet of iemand al dan niet is vrijgelaten. Maar judge Oldfield wil Wilson en zijn cliënte wel helpen als het er op aankomt: ‘I could sign you a paper. You draw it up. It happens he is out, you let me know and we’ll sign it and serve it right away. It won’t be much of a help to her, though.’ Want, papier is maar papier, daar doe je uiteindelijk niets mee als het al te laat is. ‘She was a pretty thing, as I recall. (.) And knew her own mind, or seemed to‘, merkt judge Oldfield nog op. ‘You mean she’s stubborn’, luidt Wilson’s antwoord. Nee, hij heeft geen zin in zeewolf. Geen honger. ‘A young man like you? (.) Must be this heat.

Als Wilson terugkeert op kantoor heeft zijn vrouw hem gebeld en dr. Meagrum. Het zal niet waar zijn. Wilson instrueert mrs. Veech om uit te zoeken of Pax Morgan nog steeds in Brentwood woont, mocht het nodig zijn de ‘injunction’ daar te laten bezorgen. Pax Morgan is geen onbekende van Wilson. Hij heeft samen met hem op high school gezeten. Hij herinnert zich dat hij in het verleden een vervelend akkefietje heeft gehad met Pax Morgan tijdens een kerstfeest. Pax Morgan heeft te veel eierpunch op en vindt het helemaal niets dat Wilson tegen jagen is: ‘You’ve never been blooded. (.) That’s your trouble, you’ve never been blooded‘, houdt hij Wilson dronken voor. In het handgemeen dat volgt maakt Wilson handig gebruik van een militaire truc om Pax te vloeren (‘He took hold of Pax’s thumb and squeezed the joints of it together, so that the sudden sharp pain made Pax flinch and let go‘).

De gewelddadige gekte van Pax loopt als een rode draad door het huwelijk van Pax en Sharon en Wilson pakt met tegenzin de echtscheiding op: ‘Wilson had never cared for divorse work much,but Sharon was both a colleague and a sort of distant friend, and also it was the first thin stage of his independent practice. But once it was over he swore off friend’s divorces althogether, no matter how bad he might need the work. It had been an easy case in the sense that the outcome was not in real doubt, but it was angry and ugly on Pax’s side, and there’d been some bitter squabbling over property. Sharon had held out for the house on the lake – impractically, as Wilson thought – surrendering the Nashville residence to Pax, who’d later sold it.’

Eindelijk krijgt Wilson vervolgens dr. Meagrum aan de lijn (snel beëindigt hij het gesprek met zijn vrouw: ‘I’ve got to take this call. I’ll be home on time, I think.‘), die geen boodschap heeft aan Wilson’s poging om meer informatie te verkrijgen. Meagrum is al ‘in medias res‘ en verschuilt zich achter ‘docter-patient confidentiality‘. Weet u wel dat deze mijnheer naar het huis kwam van Sharon met een ‘thirty-ought-six rifle’ probeert Wilson tevergeefs, terwijl de politie haar later in een gebarricadeerde slaapkamer aantreft met haar kinderen van zes en zeven? ‘Your outpatient has threatened to kill them too.‘ Het is duidelijk dat met dr. Meagrum niets te beginnen valt: ‘We have no record that this patient is violent. We see no reason to alter the treatment program at this time.‘ Met zijn haren recht overeind krijgt Wilson weer controle over zijn stem. ‘Very well, I do sincerely hope you’ll see no reason to regret the outcome you’ve taken‘, werpt hij dr. Meagrum ijskoud toe (zoals het hoort).

Dan maar het verzoek voor die ‘injunction’ ingediend, dat hij – na nog kort beraad met judge Morgan – in tien minuten bij elkaar krabbelt. Terwijl mrs. Veech zich met het verzoek naar het gerechtsgebouw heen en terug spoed, doet Wilson niets, totdat ze terugkeert, hetgeen hem aanzet om te doen alsof hij aan het werk is: ‘But he’d had it with the will for the day, though it wasn’t quite finished. He scraped his agenda toward him across the desk and ran his pencil point down item by item. There were two boundary disputes and a zoning complaint. A piece of frivolous litigation to do with somebody’s unleashed dog. There was a murder case where the defendant would plead, draw two-to-ten and count himself lucky. A foregone conclusion, Wilson thought in his present skeptical mood, though matters had not yet reached that stage. At the foot of the list was a patent case that would make him and his client rich if he could win it. This one was the most remote, no court date even set for it yet, but at the same time the most intriguing, as much for its intricacy as its promise. He swiveled and dug in the cabinet for the file.

Aan het eind van de middag –‘For another half hour he studied the patent case, though he was losing interest at an exponential rate‘ –  belt hij met het huis van Sharon Morgan bij het meer. Geen gehoor. Wilson raakt niet in paniek: ‘Patience had always been his strength; he left it to his opponents to make mistakes in anger.‘ Hij overdenkt de dag,‘every move that day had been an error‘, stapt in de auto en rijdt voorzichtig, ‘a hair under the speed limit‘ naar het huis aan het meer. Het is er stil als hij aankomt. Wilson treft aan waar hij constant bevreesd voor was. Hij is te laat. Met een papier om de telefoon belt hij de sheriff. In afwachting van diens komst wacht hij buiten het huis en overziet hij het meer: ‘The lake’s surface had a painful metallic glitter, with the sunset colours spreading across it like corrosion.‘ Wilson heeft gediend in Korea, heeft veel gezien, maar heeft daarna niet veel nagedacht over wat hij exact heeft gezien. ‘In some quietly ticking corner of his mind a speculation was going forward as to how the bodies had come to be positioned as they were, and now it came to him that after they were all inside the house the boy must have missed his shoes and gone back to the car. He opened his eyes with a jerk and looked up. A solitary, premature firefly detached itself from the treetops on one side of the yard and floated dreamily across and into the treetops on the other.’

Teruggekeerd op kantoor volgt allereerst het zinloze telefoontje van de hulpsheriff dat hij de ‘injuction’ heeft bezorgd bij Pax en dat de politie hem heeft opgepakt. ‘We got him, if it’s any comfort. The gun still warm and blood on his shoes.‘ ‘He’ll plead insanity‘, is alles wat Wilson nog kan zeggen. In het donker van zijn kantoor krijgt hij een telefoontje van zijn dochtertje Lisa, die hem vraagt waar haar ‘daddy’ blijft. Ik kom eraan. Nee, je hoeft je moeder niet aan de telefoon te roepen. Vermoeid, maar lucide maakt Wilson aanstalten om zijn kantoor te verlaten: ‘ He had left no legitimate measure untried but still he could picture himself crossing the lip above the lake house with a gun in his own hand, seeing the Volkswagen door still closed, the glass door of the house pulled to and Pax Morgan outlined against the glimmer of the lake like a paper silhouette. The pencil slipped from his fingers and hit the desk with a clacking report that broke the fantasy. Pax was alive and the others were dead. His freedom was better protected than their safety – that would be one way of putting it. Simple. It was time to go home. Wilson turned off the desk lamp, stood up and pulled his coat down from the hat rack. Safer and better to have no freedom maybe, but no, you wouldn’t say that.’

No, you wouldn’t, but what would you say?

Gino van Roeyen


Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Ook interessant:

Scroll naar boven