Alexander de Savornin Lohman

Respect voor het levenseinde, orgaandonatie en het grondrecht op een natuurlijke dood

Geen mens is in staat de dood te ontlopen. Sterven en dood gaan zijn niet het tegendeel van het leven, maar een essentieel en onontkoombaar onderdeel daarvan. Sterven is zelfs, naast de geboorte, de meest fundamentele levenservaring die een mens mee kan maken.

Mijn moeder had, toen zij overleed, een duidelijk stervensmoment. Met haar laatste ademtocht was het overduidelijk klaar. Zij gaf haar leven op. Het was een ontroerend moment voor mijn zusters en voor mij, die erbij waren. Zij had haar leven afgesloten. En voor ons werd daarmee ook iets afgesloten. Het was voelbaar dat er in mijn moeder innerlijk veel gaande was rond het moment dat zij haar strijd opgaf. Het lijkt mij ondenkbaar na dit ‘doodsmoment’ haar innerlijke emotionele belevingen ineens zouden stoppen. Ik twijfel er niet aan dat haar innerlijke beleving doorging. Misschien op een andere manier omdat er geen ‘voeding’ meer was van wat je misschien ‘levenskrachten’ zou kunnen noemen. En hoe zou het met haar bewustzijn zijn gegaan? Verdween dit zomaar, samen met haar lichaam? Of koppelde zich dit op de een of andere manier los van haar lichaam en bleef het ‘buitenlichamelijk’ voortbestaan in een vorm van ‘leven na de dood’, of een reïncarnatie?

Na een doodsmoment en nadat een arts de dood heeft geconstateerd, gebeurt er nog van alles in het wezen van een overledene. Ook processen van aanmaak en afbraak van lichaamscellen trekken zich niets aan van een ‘doodsmoment’. Nog dagen na de dood kunnen nieuwe cellen worden aangemaakt.

Als ik aan sterven toe ben hoop ik heel helder van geest te zijn en heel bewust te kunnen beleven wat zich dan allemaal in mij afspeelt.

Deze inleiding maakt duidelijk dat ‘dood’ niet ‘echt dood’ is. ‘Echt dood’ ben je pas nadat alle vitale processen in het lichaam zijn uitgewerkt. Het ‘doodsmoment’ is tegenwoordig een manipuleerbaar moment geworden. Door reanimatie wordt het doodsmoment naar een later tijdstip verschoven. Via de hersendoodcriteria wordt het moment waarop iemand dood kan worden verklaard, juist vervroegd. Die vervroeging is gecreëerd om orgaandonatie mogelijk te maken. De transplantatietechnologie creëerde een behoefte aan donororganen. Organen zijn slechts geschikt voor transplantatie als zij uitgenomen kunnen worden uit een lichaam dat nog goed functioneert. Hersendoodcriteria legitimeren de arts een verklaring van overlijden af te geven nadat bij een comapatiënt bepaalde hersenfuncties niet meer worden waargenomen. De patiënt ademt dan nog normaal en er lijkt uiterlijk niets met hem aan de hand te zijn, behalve dat hij in coma is en kunstmatig beademd en gevoed wordt. Het doodsmoment van de orgaandonor wordt vervroegd naar een tijdstip dat eerder ligt dan het doodsmoment dat mijn moeder op haar sterfbed zo duidelijk beleefde en waarmee zij voor haarzelf en voor ons, op natuurlijke manier afscheid nam van haar leven. Een stervende orgaandonor komt aan zo’n natuurlijk doodsmoment niet toe omdat kunstmatige beademing en sondevoeding hem daartoe in de onmogelijkheid stellen. Voor zover de orgaandonor zo’n ‘natuurlijk’ doodsmoment alsnog meemaakt, is dit op de operatietafel, buiten aanwezigheid van nabestaanden, als in de gespannen klinische werkomgeving – onder narcose – diens organen worden uitgenomen. Na deze operatie is de orgaandonor dit ‘doodsmoment’ gepasseerd.

Ik heb moeite met het grote gemak waarmee in de medische wetenschap, de orgaandonatielobby, de gezondheidszorg, de politiek en de media voorbij gaan aan het stervensproces en de betekenis daarvan. Vaak wordt over orgaandonatie gesproken als bijna vanzelfsprekende burgerplicht. Orgaandonatie vindt plaats terwijl de stervensprocessen die zich in de donor voltrekken in volle gang zijn. Er is geen enkele zekerheid dat medische behandelingen, waaronder orgaanuitname en de omstandigheden waarin deze plaatsvindt, geen schade toebrengen aan die processen. Er is een groot kennisvacuüm ten aanzien van de processen die zich vóór, tijdens en na het sterven in de mens voltrekken. Er is geen direct belang bij betrokkenen om hiernaar onderzoek te doen en daar geld in te investeren. Want zulk onderzoek kan de directe belangen van de transplantatie geneeskunde op korte termijn schaden. Maar de mens wordt op deze manier onrecht aangedaan. Het feit dat mensen, naast lichamelijke, ook geestelijke wezens zijn, wordt miskend.

Onderzoek naar de processen die zich rond de dood voltrekken zal op den duur de transplantatiegeneeskunde in staat stellen zich daarop af te stemmen. Dit zal leiden tot een duurzame transplantatiegeneeskunde, die respect heeft voor de donor, diens nabestaanden, en de orgaanontvanger.

De grondrechten op leven en op lichamelijke integriteit beschermen de mens ook tijdens diens stervensproces tot zijn dood. Deze grondrechten omvatten een grondrecht op ongestoord sterven, als onderdeel van het leven. Meer specifiek zou deze grondrechten voor de stervensfase willen formuleren als: een grondrecht op een natuurlijk (zo natuurlijk mogelijk) stervensproces en een natuurlijke (zo natuurlijk mogelijke) dood.
Een comapatiënt die kunstmatig wordt beademd en gevoed, zal slechts een natuurlijke dood kunnen sterven nadat de kunstmatige beademing en voeding wordt stopgezet. Dan kan ook deze comapatiënt nog op een natuurlijke wijze tot een eigen ‘doodsmoment’ komen, in aanwezigheid van zijn nabestaanden. Dat is waar orgaandonoren en hun nabestaanden in principe recht op zouden moeten hebben. Als dit voor de transplantatiegeneeskunde onmogelijk is, moet dit vooraf: reeds bij de aanmelding als donor! met de donor en diens naaste familieleden zijn doorgesproken, zodat als het moment daar is, iedereen weet waar hij aan toe is.

Mijn verhaal maakt duidelijk dat de mens ook na zijn dood nog bescherming van deze grondrechten behoeft. Zoals deze grondrechten prenataal reeds zijn ‘opgerekt’ door de bescherming van de ongeboren vrucht, verdienen zij een post-mortale oprekking voor de bescherming tijdens het stervensproces voor zover dit postmortaal plaats vindt.

Een aan dit blog verwant essay schreef ik in de jubileumbundel van de Erasmus Liga (thans geheten: Club of Rome Nederland) “Opties voor de toekomst” 1998, uitg. Kok Agora Kampen. Dit essay “Recht en respect bij medisch handelen rond het levenseinde – het grondrecht op een natuurlijke dood” is te downloaden via de link.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. Nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meld u direct aan >

Recente vacatures

Recente vacatures