Advocatenopleiding deugt niet

Delen:

Bas KortmannDe beroepsopleiding voor advocaten biedt te weinig kwaliteit om zelfstandig functionerende advocaten te kunnen afleveren. Ook de rechtenstudie schiet tekort. Het universitaire rechtendiploma met zogenoemd civiel effect biedt onvoldoende garantie dat afgestudeerden een voldoende brede en stevige basiskennis van het Nederlandse recht hebben. Aldus de Nijmeegse rector magnificus Bas Kortmann (Radboud Universiteit Nijmegen) in een toelichting op zijn dinsdagmiddag gepresenteerde rapport ‘Met recht advocaat‘.

Kortmann werkte de afgelopen veertien maanden met een breed samengestelde commissie (hierna: de Commissie) aan dit rapport in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten. Aanleiding voor de instelling van de Commissie waren hardnekkige geluiden over de tekortschietende kwaliteit van de eigen beroepsopleiding van de Orde. Een signaal werd enkele jaren geleden al gegeven door de grootste advocatenkantoren die – uit onvrede met de volgens hen te lage kwaliteit van de bestaande opleiding – hun eigen aanvullende opleiding, The Law Firm School, oprichtten.

De wereld is volgens Kortmann in tweeërlei opzicht veranderd. De instroom van juristen in de advocatuur is een heel gedifferentieerde groep geworden. Studenten hebben een veel minder eenvormig pakket in hun opleiding gehad dan 25 jaar geleden. Daarnaast zijn de kantoren zich veel meer gaan specialiseren en commerciëler geworden. “De beroepsopleiding is 25 jaar geleden gestart. Het is niet gek dat je na zo’n lange tijd de zaak eens tegen het licht houdt”.

Jan Loorbach, algemeen deken van de Orde, vindt dat terecht in het rapport erop wordt gewezen dat een aantal aanpassingen nodig is. “Het is misschien een kwestie van achterstallig onderhoud of van een veranderde omgeving. Maar dat betekent niet dat de opleiding nooit wat geweest is. Dat er wat gaat veranderen, zie ik meer als een logische evolutie.”

‘Lost generation’

De conclusies van Kortmann cs impliceren in feite dat een flink aantal advocaten dat de afgelopen jaren de gebrekkige advocatenopleiding van de Orde heeft gevolgd, zou moeten worden bijgeschoold. Een conclusie die Kortmann niet ontkent, maar waar hij niet verder op in wil gaan. Volgens Kortmann is het niet zo dat advocaten die de afgelopen tien jaar de huidige opleiding hebben gevolgd niet in staat zijn om de advocatenpraktijk op passende wijze uit te oefenen. Kortmann: “Zij kunnen bijvoorbeeld door hun patroon en kantoor goed zijn geschoold. Dat is een heel ander soort opleiden, maar ik denk dat dat ook een prima manier is.” De voorzitter geeft aan dat advocaten zich net als artsen voortdurend moeten bijscholen, maar dat als zij een opleiding hebben gevolgd die niet al te best was, zij ‘meer en harder’ moeten worden bijgeschoold.

Loorbach vertelt bij het jaarcongres van de Jonge Balie afgelopen donderdag te hebben geroepen dat de opleiding binnen een paar jaar zoveel beter is, dat de jonge advocaten zichzelf als een ‘lost generation’ moeten beschouwen. “Dat bedoelde ik humoristisch maar met een ernstige ondertoon. Ik heb aangegeven dat een deel van de zwakte van de huidige opleiding ligt in het feit dat die zo weinig gedisciplineerd is. Dus ik heb ze opgeroepen om alles wat op dit moment als opleiding wordt aangeboden met grote mate van zelfdiscipline te gaan volgen.”

Opleidingspunten cadeau

Uit het rapport blijkt dat de Beroeps Opleiding (BO) onvoldoende is afgestemd op de huidige inrichting van de advocatuur en niet goed aansluit op het universitair examen. Kortmann benadrukt dat daarnaast de grote vrijblijvendheid tijdens de Voorgezette Stagiaire Opleiding (VSO) niet bijdraagt aan het doel van de opleiding. “De jonge advocaten kunnen op dit moment veel van hun opleidingspunten halen enkel door aanwezig te zijn. Er wordt niet getoetst of men op een behoorlijke manier aan de opleiding heeft deelgenomen en of men de gedoceerde stof zich eigen heeft gemaakt.”

Bovendien lijken de stagiaires hun opleidingspunten als het ware ‘cadeau’ te krijgen door aan plaatselijke (opleidings)activiteiten deel te nemen. De Commissie adviseert dat deze deelname verplicht moet worden gesteld, maar zonder dat daarmee punten kunnen worden behaald. De voorzitter vindt het wel belangrijk dat advocaten aan maatschappelijke netwerken deelnemen en meedoen aan die plaatselijke activiteiten, maar moet het niet zo zijn dat voor alles wat nuttig is punten kunnen worden behaald. “Er is nu onvoldoende zicht op of die punten al dan niet terecht worden verkregen.”

Diploma geen garantie

Verder beveelt de Commissie aan dat bij de (her)accreditatie van de universitaire rechtenopleidingen door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie ook wordt nagegaan of die opleidingen wel voldoen aan de eisen met betrekking tot het civiel effect. De universiteiten zijn zich namelijk net als advocatenkantoren gaan specialiseren. Kortmann vindt dat te gemakkelijk wordt gezegd dat alle universitaire opleidingen civiel effect hebben. “Mijn indruk is dat een deel van de faculteiten de verklaring van civiel effect verleent op een te smalle basis. Het gevaar is niet denkbeeldig dat gespecialiseerde masters ertoe leiden dat studenten een onvoldoende grondige kennis van en inzicht in van de hoofdgebieden van het Nederlandse recht hebben. De Orde moet erop kunnen vertrouwen dat universiteiten een diploma met civiel effect verstrekken aan een student die ook daadwerkelijk over die kennis en inzicht beschikt. Het diploma met een civiel effect verklaring biedt daarvoor op dit moment onvoldoende garantie.” Met deze uitspraak lijkt Kortmann het standpunt van de voormalig NOvA-deken, Willem Bekkers, te delen. Bekkers noemde begin dit jaar de rechtenopleiding ‘een van de simpelste studies’ en ‘flinterdun’. Dit leidde tot grote verontwaardiging onder de decanen van de rechtenfaculteiten.

“De manier waarop de faculteiten het onderwijsprogramma hebben samengesteld, is niet ontzettend slecht, maar door de BaMa-structuur is de opleiding sterk gediversifieerd geraakt waardoor de studenten beperkter onderwijs krijgen dan in het verleden. Stagiaires komen met uiteenlopende pakketten aan de start. Die ontwikkeling maakt het noodzakelijk dat de advocatenopleiding daarop wordt afgestemd en dat is lastig”, aldus Loorbach.

Het probleem is dat niet extern gegarandeerd is dat het diploma garandeert dat afgestudeerden die basiskennis beheersen. Dat zegt Edgar du Perron, decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam en tevens lid van de Commissie. “Bij de externe kwaliteitsbeoordeling van juridische opleidingen wordt aan dit aspect geen aandacht besteed. Wij kunnen als decanen vinden dat ons diploma die garantie wel biedt, maar er moet ook een externe controle zijn die die garantie hardmaakt. Daarom vindt de Commissie dat bij de heraccreditatieprocedure van de opleidingen hiernaar gekeken moet worden.”
Du Perron vervolgt: “De traditionele advocaten maken zich zorgen over of al die aandacht voor specialisatie zoals Europees en Internationaal recht, niet ten koste gaat van het Nederlandse privaatrecht. Maar als daar meer aandacht voor zou komen dan gaat dat noodzakelijkerwijs ten koste van verbreding in andere zin. Een opleiding zoals vroeger, waarin studenten een soort basisscholing in privaatrecht kregen, voldoet niet meer aan de diverse behoeften van de maatschappij zoals aan gespecialiseerde juristen. De universiteiten bieden brede opleidingen daarvoor. De traditionele advocatuur, maar ook de rechterlijke macht heeft daar (nog) moeite mee.”

Volgens de decaan bestaat wel het gevaar dat de minder goede student, die privaatrecht doet in zijn bachelor en dan bijvoorbeeld een master internationaal strafrecht volgt, niet meer zodanig die basiskennis beheerst dat hij de advocatuur als generalist goed kan uitoefenen. Maar hij wijst erop dat daar tegenover staat dat een goede student die een specialisatie doet, veel beter in staat is aan de maatschappelijke behoeften te beantwoorden dan de studenten van vroeger. “Misschien dat we een selectie moeten maken wie toegang krijgt tot de gespecialiseerde masters. Een civielrechtelijke master speciaal voor civiel effect is geen oplossing, want dat zou betekenen dat je studenten die zich heel goed kunnen specialiseren de togaberoepen ontzegt.”

Stagiaire Opleiding

De Commissie stelt de zogeheten Stagiaire Opleiding voor in plaats van de huidige BO en VSO. Een driejarige opleiding met een samenhangend onderwijsprogramma dat verplicht moet worden gevolgd en getoetst. Drie examenkansen wordt voldoende bevonden. “Als je meer kansen geeft, dan spoort dat mensen niet aan om serieus deel te nemen aan het onderwijs. De stagiaires zullen dus substantieel meer tijd moeten besteden aan hun opleiding”, vertelt Kortmann. Naast de algemene vakken moeten de stagiaires kiezen voor een minor en major gericht op een bepaald vakgebied. Met die specialistische keuzerichtingen hoopt de Commissie aan te sluiten op de specialisaties binnen de advocatuur.
Het spreekt Loorbach aan dat een moderne keuze is gemaakt in de aansluiting die de opleiding kan hebben op de richting van de praktijk. “Dat is natuurlijk lastig,want aan de ene kant willen we dat de opleiding algemeen is, maar aan de andere kant moet je ook erkennen dat de advocatuur heel specialistisch is geworden. Dat vraagt om een nieuw evenwichtig opleidingsprogramma. Het blijft naar mijn idee wel belangrijk dat stagiaires verkenning doen in de algemene praktijk, maar de praktijkomgeving levert daarin beperkingen op.”

Ook zal veel meer aandacht worden besteed aan beroepsattitude en beroepsethiek. Kortmann: “De kritiek op de rechterlijke macht is de laatste tijd fors toegenomen. Het proces Wilders heeft ertoe geleid dat het functioneren van de rechterlijke macht midden in de belangstelling staat. Dat functioneren maar ook het beeld van de rechterlijke macht moet in orde zijn. Het is immers een van de pijlers van onze rechtsstaat. Datzelfde geldt voor de advocatuur. Als de advocatuur wordt gezien als een incapabele beroepsgroep die het met de ethiek niet zo nauw neemt en uit is op winstbejag en niet om te zorgen dat rechtvaardige uitkomsten worden bereikt, dan dreigt daarmee een andere pijler aan de rechtsstaat te ontvallen. Het is daarom heel belangrijk dat jonge advocaten nadenken over hoe het recht functioneert in onze samenleving en welke rol zij daarin spelen. Dat moet ze voortdurend worden voorgehouden.”

Hogere kosten

De invoering van deze nieuwe opleiding zal volgens het rapport wel tot hogere kosten leiden. Dat wijt Kortmann vooral aan de toename van het aantal dagdelen en het grotere aantal examens. “Ik verwacht een toename van tien tot twintig procent als het gaat om de directe cursuskosten. Maar de stagiaires zullen ook meer tijd moeten investeren. Dat betekent gederfde praktijkuren en dat zijn kosten voor de kantoren. Die worden echter terugverdiend in de vorm van beter opgeleide en dus beter inzetbare advocaat-stagiaires.”

Loorbach noemt die stijging geen bagatel. “Maar kantoren moeten beseffen dat het een goede investering is. Als de kwaliteit van de opleiding en de marktwaarde van een stagiaire daardoor beter wordt omdat hij sneller zelfstandig kan functioneren dan betaalt zich dat allemaal terug. Het is dan een dure opleiding die toch een koopje is.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Ministerie van Justitie en Veiligheid zoekt een

Scroll naar boven