Advocatuur verwerpt plan tegen wegpiraten

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Strafrechtadvocaten zien niets in het plan voor een nieuw wetsartikel tegen wegpiraten. Het Tilburgse onderzoeksinstituut INTERVICT komt met deze aanbeveling omdat roekeloze rijders volgens slachtoffers en nabestaanden te licht gestraft worden. Een nieuwe delictsomschrijving ‘gevaarzetting’ zou die lacune moeten opvullen. Maar in verkeersstrafrecht gespecialiseerde advocaten zeggen dat de huidige wetgeving ruimschoots mogelijkheden biedt om verkeersdelinquenten te straffen. Het Openbaar Ministerie (OM) pleit wel voor een nieuw artikel over gevaarzetting.

Volgens INTERVICT, het OM en het Fonds Slachtofferhulp is de strafmaat voor wegpiraten te laag. De boosdoener is volgens hen de Hoge Raad. Een automobilist die te hard rijdt of onder invloed is en vervolgens iemand doodrijdt of verwondt,  kan volgens de Hoge Raad alleen in bijzondere omstandigheden worden veroordeeld voor roekeloos rijden (artikel 175 Wegenverkeerswet). Als argument gebruikt de Hoge Raad dat de strafverzwarende omstandigheden ‘onder invloed rijden’ en ‘te hard rijden’ elders in de wet al worden genoemd. Er moet dus méér aan de hand zijn bij roekeloosheid, vindt de Hoge Raad.

Porsche-arrest

Op roekeloos rijden staan maximumstraffen van zes jaar (als het slachtoffer overlijdt) en drie jaar (als het slachtoffer zwaar gewond raakt). Eerder bemoeilijkte de Hoge Raad de weg naar een veroordeling voor doodslag in het Porsche-arrest. Wegpiraten kunnen er nu vanaf komen met respectievelijk maximaal 4,5 jaar en twee jaar en drie maanden.

Suzan van der Aa
Suzan van der Aa

‘Gevaarzetting’, waarin het opzettelijk veroorzaken van gevaar het hoofdbestanddeel is, zou makkelijker te bewijzen zijn en daarom hogere straffen kunnen opleveren, denkt onderzoeker Suzan van der Aa van INTERVICT. “Als iemand bijvoorbeeld onder invloed van alcohol rijdt, hoeven er geen slachtoffers te zijn om toch gevaarzetting aan te nemen,” legt Van der Aa uit. “De opzet en de schuld moeten zien op het veroorzaken van een gevaarlijke verkeerssituatie. Een strafverzwarende grond kan vervolgens zijn dat iemand overleden is. Maar dat is de tweede stap. Gevaarzetting is dus gericht op het gevaar en niet op de persoon, zoals in het commune strafrecht veel meer het geval is.”

Renée Merkus
Renée Merkus

Advocate Renée Merkus (Van Ardenne & Crince le Roy Advocaten) noemt het voorbarig dat de onderzoekers een wetswijziging voorstellen op basis van een onderzoek naar slachtoffers. “Het is onjuist de strafwet te modelleren naar de standpunten van slachtoffers. Het is beter om eerst te kijken hoe de samenleving als geheel aankijkt tegen strafwaardigheid van verkeersgedrag.”

Merkus zegt dat het huidige juridische arsenaal genoeg biedt om een verkeersstrafzaak af te handelen. Dat arsenaal bevat onder meer doodslag, het aan schuld te wijten zijn van een verkeersongeval met dodelijke afloop uit art. 6 Wegenverkeerswet (zowel gradatie roekeloosheid als aanmerkelijke onvoorzichtigheid). En dan is er nog de gevaarzettende gedraging van art. 5 Wegenverkeerswet, wat een overtreding is.

Straatrace

Renée Merkus benadrukt dat het bij art. 6 Wegenverkeerwet gaat om gedragingen die niet opzettelijk zijn, maar toch zo verwijtbaar dat er een straf tegenover moet staan. “Iemand ging tenslotte niet de weg op met het idee om een ander dood te rijden of te verwonden. De vraag is hoe je dat bestraft. De rechter kijkt naar verschillende factoren van verwijtbaarheid. Geen voorrang verleend? Te hard gereden? Te veel alcohol? Hier lopen we aan tegen de grenzen van het strafrecht waarbij vergelding en preventie voorop staan. Vergeet niet dat de veroorzaker er misschien ook de rest van zijn leven last van heeft.”

Thomas Felix
Thomas Felix

Ook Thomas Felix (De Roos en Pen Advocaten) ziet het introduceren van gevaarzetting niet zitten. “De straf wordt al afgestemd op de mate van strafwaardigheid van de gedraging, en dat is maar goed ook. Er is een groot verschil tussen iemand die zeer bewust anderen in gevaar brengt door een straatrace en die daarbij iemand doodrijdt, en iemand die slechts een moment onoplettend is, maar daardoor wel een fataal ongeluk veroorzaakt.”

Voor de nabestaanden is dat onderscheid misschien minder relevant, zegt Felix. “Zij worden geconfronteerd met het afschuwelijke gevolg. Maar voor de strafmaat  is het wel van belang dat de strafrechter kijkt naar de verwijtbaarheid van de gedraging. De huidige wetgeving voldoet om een passende straf op te leggen naar de mate van verwijtbaarheid.”

Herstelrecht

Alrik de Haas
Alrik de Haas

Alrik de Haas (OMVR advocaten) ziet evenmin noodzaak voor een systeemverandering. “Wel kunnen we binnen het systeem dingen verbeteren,” meent hij. “Motiveringen van vonnissen zijn in het algemeen al goed, maar als advocaten kunnen we rechters met een gericht pleidooi uitdagen nog beter te motiveren, waardoor slachtoffers ook rust kunnen vinden in een vonnis.”

De Haas wijst erop dat het hier om heel andere misdrijven gaat dan in het commune strafrecht. “Het gevoel van het slachtoffer wordt, begrijpelijk, gevoed door het ernstige gevolg.  Ik betwijfel of het een oplossing is om een nieuw delict op te nemen in het Wetboek van Strafrecht.” De Haas ziet in het rapport van INTERVICT meer dan ooit aanleiding om herstelrecht in te zetten bij verkeerszaken.  “Herstelrecht kan een brug slaan tussen ratio en gevoel.”

Inge Raterman
Inge Raterman

Voor advocaat Inge Raterman (Cleerdin & Hamer advocaten) is de huidige wetgeving voldoende. “Als advocaat ben ik er vooral voor de verdachte”, zegt ze. “Ik kan me echter wel voorstellen dat slachtoffers de straffen in sommige zaken als laag ervaren. Als jij nabestaande bent van iemand die om het leven is gekomen door een dronken automobilist die tien verkeersovertredingen heeft gemaakt, is geen straf hoog genoeg. Het is dan sowieso moeilijk om het een plekje te geven. Het lastige aan schulddelicten is echter dat de rechter een evenwicht moet vinden tussen enerzijds een heel ingrijpend gevolg voor het slachtoffer en anderzijds in veel gevallen een lichte mate van verwijtbaarheid bij de verdachte. Ik vraag me af of een wetswijziging de onvrede onder slachtoffers kan wegnemen.”

Al kan zo’n artikel misschien wel de frustratie dempen over het verschil in strafmaat tussen de artikelen 5 (overtreding) en 6 (misdrijf) van de Wegenverkeerswet. “Als iemand niet voor artikel 6 veroordeeld kan worden en wel voor artikel 5, vinden slachtoffers vaak dat die straf geen recht doet aan het leed dat is veroorzaakt.”

Gemeengevaarlijke delicten

Joep Simmelink
Joep Simmelink

Joep Simmelink, advocaat-generaal bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en hoogleraar Openbaar Ministerie aan Maastricht University, verwacht wel een heilzame werking van een strafbepaling over opzettelijke ‘gevaarzetting’. De bestraffing van ‘gewone’ verkeersongevallen is geen probleem, zegt Simmelink.  “Maar het bestraffen van wegpiraten is wel een knelpunt. Doordat de Hoge Raad een beperkte betekenis heeft gegeven aan het begrip roekeloosheid, wordt geweld gedaan aan de bedoelingen van de wetgever. Daardoor hebben we nu een probleem in de beleving van de burger en van de rechtsgenoten.  Een nieuwe strafbepaling over opzettelijke gevaarzetting biedt een oplossing.”

Simmelink zegt dat de wetgever kan aansluiten bij de formulering van de zogeheten ‘gemeengevaarlijke delicten’ uit het Wetboek van Strafrecht, die gelden voor het veroorzaken van gevaar voor bijvoorbeeld het spoorverkeer (art. 165 Wetboek van Strafrecht) of bij brand (art. 157 Wetboek van Strafrecht). Simmelink: “Dat zijn gedragingen die kwalijke gevolgen kunnen hebben voor willekeurige personen die toevallig op de verkeerde plek zijn. Wat er kan gebeuren is onvoorspelbaar: een trein kan ontsporen. Ook de gevolgen daarvan zijn onvoorspelbaar, net als bij gevaarlijk rijgedrag op de weg. Als ik maniakaal op de A1 rijd, dan veroorzaak ik gevaar voor de toevallige deelnemers aan het verkeer. Gevaarzetting is dan bij uitstek een nuttige strafbepaling.”

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top