Botsende meningen over handelswijze president Verheij in zaak Peter Kop

Delen:

De beslissing van de president van het gerechtshof Amsterdam Leendert Verheij om Peter Kop (rechtshistoricus en oud-lid van de Hoge Raad) niet te benoemen tot raadsheer-plaatsvervanger is zwaar overtrokken. Dat stelt de Leidse rechtsfilosoof dr. Hendrik Kaptein. Aanleiding voor de beslissing is de op Atheneum.nl gepubliceerde weblog van Kop waarin hij het boek ‘Het eetcomplot’ van voormalig rechter-plaatsvervanger Tom Schalken bespreekt.

In de blog van Kop verdedigt hij Schalken: “Schalken laat zich gelukkig niet inperken” en “Schalken is met recht bitter en zegt – niet ongeestig en terecht – dat hij wil eten waar en met hij wil en publieren waar en over wat hij wil.” Volgens Kop voelt Schalken zich snoeihard aangepakt door een aantal collega’s en de pers en “daartegen mag een mens, en ook een rechter, zich verweren”. In een artikel van het NRC zegt Kop dat hij als straf voor deze uitspraken niet is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger bij het hof. Verheij zou namelijk vinden dat Kop met zijn weblog onaanvaardbare kritiek op de rechtspraak uit.

Kaptein vindt de reactie van Verheij zeer overdreven. “Rechters mogen geen dingen zeggen of doen die hinderlijk zijn voor hun functioneren of de rechterlijke macht schaden, maar Kop heeft op geen enkele manier regels geschonden die aan zijn benoeming in de weg zouden staan.” Kaptein benadrukt dat een rechter onafhankelijk is en dat het niet de bedoeling is dat hij in een hiërarchisch geheel gaat functioneren. “Die indruk wordt door Verheij wel gewekt. Zijn optreden riekt toch een beetje naar ‘ik ben hier de baas’. Dat kan absoluut niet. Verheij beweert dat kritiek onder rechters in het openbaar een bijl is aan de wortel van het systeem. Maar Verheij zet met zijn reactie een andere bijl aan dezelfde wortel. Ik snap totaal niet wat Verheij bewogen heeft tot deze kamikaze-actie.”

De kunst van het ‘laten’

Leny de Groot-Van Leeuwen, hoogleraar rechtspleging aan de Radboud Universiteit, is minder stellig. Zij twijfelt of de weblog het aanzien van de rechtspraak daadwerkelijk schaadt, maar zegt wel dat het mogelijk beter was geweest om de bespreking van Schalkens boek aan iemand over te laten die wat meer op afstand staat. “Dat geldt zeker als je in die recensie ook aandacht wil schenken aan wat de rechters in de zaak Wilders hebben geoordeeld, ook al doet Kop dat maar heel summier. Als iedereen zijn bitterheid over het optreden van zijn of haar collega’s naar buiten brengt, dan wordt het allemaal wel erg ingewikkeld.” Volgens De Groot – Van Leeuwen is het de kunst van het ‘meer laten dan doen’.

Eddy Bauw, hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam, toont eveneens enig begrip voor het handelen van Verheij. “Het is natuurlijk heel gemakkelijk om Verheij te bekritiseren met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Dat slaat al snel elke discussie dood. Rechters hebben in het recente verleden politici vaak verweten dat zij hun uitspraken bekritiseerden en dat zij zich bemoeiden met lopende zaken. Het staat dan uiteraard niet sterk als rechters elkaars werk en uitspraken in de media gaan bekritiseren. Het vertrouwen in de Rechtspraak zal er in ieder geval niet door toenemen, lijkt mij zo. Ik heb dan ook begrip voor Verheij als hij rechters hierop wijst. Hij is als president verantwoordelijk voor het aanzien van zijn gerecht, maar ook voor het aanzien en het behoud van vertrouwen in de Rechtspraak als geheel.”

Volgens Bauw brengt het ambt van rechter nu eenmaal met zich mee dat soms enige terughoudendheid gepast is. Een rechter moet meer dan anderen op zijn woorden passen, aldus Bauw. “Of zoals oud hoogleraar en A-G bij de Hoge Raad Jan Leijten ooit schreef: “Wie de pretentie heeft over andere leden van de samenleving te oordelen, moet niet denken dat hij ten volle en op dezelfde voet daaraan kan deelnemen.”

Niet muilkorven

In het eerder genoemde NRC-artikel zegt Kop: “Ik laat me op mijn 64ste niet muilkorven. Ik ben een beschaafd mens. Ik heb me als rechter altijd keurig gedragen.” De Groot- Van Leeuwen vindt deze uitspraak opvallend. “Het is ongetwijfeld waar dat hij zich altijd goed heeft gedragen en hij schreef prachtige publicaties en een mooi proefschrift, maar dat heeft natuurlijk hier niets mee maken. Je kunt jaren goed je werk doen, maar toch ergens niet geschikt voor zijn door wat dan ook.” De hoogleraar begrijpt nog minder waarom Kop over zijn niet-benoeming op deze manier naar buiten treedt. “Ook dit gaat weer een geheel eigen leven leiden.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven