In 2024 werkten er bij de Afdeling bestuursrechtspraak 45 rechters en 252 gerechtsjuristen. In de Algemene kamer werken voor elke rechter 3,5 gerechtsjuristen, in de Omgevingskamer 6,2 en in de Vreemdelingenkamer 8,2. De 13,8 rechters van de Algemene kamer deden in 2024 1806 uitspraken, de 16,6 rechters van de Omgevingskamer 2507 uitspraken en de 9,5 rechters van de Vreemdelingenkamer 6210 uitspraken. Marseille: “Rechters bij de Afdeling zijn daardoor betrokken bij heel erg veel zaken. Het risico is dan dat de rechter niet in alle zaken in staat is de adviezen van gerechtsjuristen op waarde te schatten om er een overtuigend oordeel op te baseren. Wil je voorkomen dat zich dat risico realiseert, dan lijkt de consequentie: vertraging in de afdoening van zaken.”
Te weinig rechters
In een redactioneel in het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht concludeert Marseille: er zijn bij de Afdeling te weinig rechters. Daar zijn dan ook, zo berekende hij, aanzienlijk meer gerechtsjuristen per rechter dan bij de andere bestuursrechtelijk hogerberoepsinstantie. Zo werken bij de Centrale Raad van Beroep – naar schatting – voor elke rechter 1,2 gerechtsjuristen.
Minstens zestig rechters
Het advies van Marseille: werf meer rechters en maak voorlopig pas op de plaats met het aanstellen van gerechtsjuristen. De Afdeling bestuursrechtspraak zou ten minste zestig rechters moeten tellen. Dan worden de rechters ontlast, komt de verhouding tussen rechters en gerechtsjuristen meer in evenwicht en kunnen de doorlooptijden dalen. Tegelijk erkent Marseille: de kans dat de Afdeling stappen in deze richting zet, is niet heel erg groot – al is het maar omdat het in een professionele bureaucratie als de Afdeling moeilijk is veranderingen door te voeren. Het is al langer zo dat de Afdeling relatief veel gerechtsjuristen heeft.
Visitatie
Om de boel in beweging te krijgen, stelt Marseille voor dat de Afdeling een visitatie organiseert. Buitenstaanders komen op bezoek, spreken met een groot aantal mensen in de organisatie en bundelen hun bevindingen: wat gaat er goed, wat wekt verbazing? “Welbeschouwd is het opmerkelijk dat de Afdeling dat niet al doet. Elke zichzelf respecterende organisatie (zoals de rechtspraak en universiteiten) maakt bij tijd en wijle gebruik van dat instrument. Gerechten die met de Raad voor de rechtspraak zijn verbonden, organiseren elke paar jaar een visitatie. De blik van de buitenstaander kan helpen om – hoe goed en vol inzet je als organisatie je werk ook doet – te ontdekken hoe en waar het nog beter kan. Dat gun ik de Afdeling.”
Lees hier het redactioneel commentaar van Bert Marseille in het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht.
