Marije Schneider

Curaçao vs. Sint Maarten

Over een paar dagen is het dan zo ver: 10-10-10, de ontmanteling van de Nederlandse Antillen. Ik heb het altijd een wat kinderachtige datum gevonden, maar inmiddels ben ik daar overheen en het bekt toch wel lekker. 10-10-10 dus. Van drie landen in het Koninkrijk (Nederland, de Antillen en Aruba), naar vier (Nederland, Curaçao, Sint Maarten en Aruba). Het klinkt simpel, maar het heeft heel wat voeten in de aarde.

Nieuwe Staatsregelingen opstellen bijvoorbeeld. Het Statuut, waarin de verhouding tussen de drie Landen van het Koninkrijk wordt geregeld, schrijft voor dat de staatsinrichting van de (Antilliaanse) landen is neergelegd in een Staatsregeling (in Nederland in de Grondwet). Omdat de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen verdwijnt, betekent dat voor de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten dat zij een eigen Staatsregeling krijgen.

Deze ontwerp-Staatsregelingen zijn inmiddels vastgesteld door de Eilandsraden van Curaçao en Sint Maarten. Het Statuut bepaalt dat deze Staatsregelingen met een meerderheid van 2/3e moesten worden aangenomen. Als er een gewone meerderheid werd behaald, diende de Eilandsraad te worden ontbonden en nieuwe verkiezingen te worden uitgeschreven. De nieuw gekozen Eilandsraad kon de ontwerp-Staatsregeling dan met gewone meerderheid van stemmen aannemen. Dat laatste scenario heeft zich op zowel Curaçao als Sint Maarten voorgedaan.

Aan de snelheid waarmee zowel Curaçao als Sint Maarten na deze verkiezingen een coalitie vormden, kan Nederland een puntje zuigen. In Curaçao hadden de partijen MAN, Pueblo Soberano en MFK drie dagen nodig om een akkoord te bereiken, op Sint Maarten deden partijen UP en DP er maar twee dagen over. Saillant detail is dat op beide eilanden de winnaar van de verkiezingen (PAR respectievelijk National Alliance) buiten spel werd gezet. De wisseling van de wacht leidde er echter niet toe dat de ontwerp-Staatsregelingen niet werden aangenomen – door de nieuwe Eilandsraden werd in meerderheid ook voor de ontwerpen gestemd.

De twee nieuwe Staatsregelingen zijn beiden losjes gebaseerd op de Arubaanse Staatsregeling – tenslotte van recentere datum dan de Antilliaanse Staatsregeling of de Nederlandse Grondwet. Dat heeft geleid tot voor Curaçao en Sint Maarten in grote lijnen dezelfde Staatsregeling, maar er zijn toch wel een paar aardige verschillen aan te wijzen. Ik zal er een paar behandelen.

Uitsluiting kiesrecht

Een hot issue is de uitsluiting van Ministers en Statenleden van het kiesrecht als zij veroordeeld zijn wegens een misdrijf. Curaçao durft er nog niet aan, maar Sint Maarten heeft in de Staatsregeling opgenomen dat als een Minister of Statenlid onherroepelijk is veroordeeld tot vrijheidsstraf van tenminste een jaar wegens een misdrijf, waarbij ook ontzetting uit het kiesrecht als bijkomende straf kan worden opgelegd, hij of zij van rechtswege is ontslagen als Minister of van rechtswege het lidmaatschap van de Staten verliest. Tijdens de duur van de zittende Staten zijn zij niet meer benoembaar of verkiesbaar.

Curaçao heeft alleen durven opnemen dat de Staten een dergelijke regeling (voor Statenleden, niet voor Ministers) kunnen invoeren bij landsverordening. De felle discussies die over het onderwerp zijn gevoerd hebben Curaçao kennelijk doen besluiten om de beslissing voor zich uit te schuiven en alleen de mogelijkheid te creëren om er regelgeving over op te stellen. Niet erg daadkrachtig. Als rechtvaardiging voor dit uitstelgedrag wijst Curaçao erop dat het passieve kiesrecht een groot goed betreft en dat ervoor gewaakt moet worden dat er al te grote inbreuken op dit grondrecht kunnen worden gemaakt. Jaja.

Toetsing aan de Staatsregeling

Nieuw is de mogelijkheid van constitutionele toetsing, dat wil zeggen, toetsing van wetten in formele zin (de landsverordeningen) aan de staatsregeling. In Nederland is toetsing aan de Grondwet niet mogelijk. Beide Staatsregelingen hebben de mogelijkheid opgenomen, maar Sint Maarten gaan daarin het verst: aan alle bepalingen van de Staatsregeling kan worden getoetst. Curaçao beperkt de toetsing tot de klassieke grondrechten. Is dit nu echt een groot verschil? Niet echt. De memorie van toelichting bij de Sint Maartense Staatsregeling geeft al aan dat de rechter zal moeten bepalen of de artikelen in de Staatsregeling wel concreet genoeg zijn om aan te kunnen toetsen – verwacht wordt dat er met name getoetst zal worden aan de klassieke grondrechten.

Constitutioneel Hof

Sint Maarten voert een Constitutioneel Hof in. De Ombudsman (overigens ook nieuw ingesteld op Sint Maarten) is bevoegd aan het Hof te verzoeken om bekrachtigde, maar nog niet in werking getreden landsverordeningen te toetsen aan de Staatsregeling. Vermeldenswaardig is, dat de Antillen al een Constitutioneel Hof kennen, dat is ingesteld door de Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en Aruba. Het Constitutioneel Hof moest geschillen beslechten over de interpretatie van de Samenwerkingsregeling, maar een president of leden van het Constitutionele Hof zijn nooit benoemd. Ik ben benieuwd of het Sint Maartense Constitutionele Hof hetzelfde leven beschoren is.

Al met al gaat de Staatsregeling van Sint Maarten net een stapje verder – eens zien wat er in de praktijk van terecht komt.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Webmeester

Webmeester

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand