Een langslepend geschil over een geschillenregeling

Delen:

In de eerste week van januari werd bekend dat de delegaties van de Caribische landen van het Koninkrijk het op de vooravond van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) 2016 eens waren geworden over de geschillenregeling voor het Koninkrijk. Met trots werd een voorstel aangeboden aan de Nederlandse delegatie. Er werd gesproken van een historisch moment; niet eerder zou het zijn voorgekomen dat de parlementen van de Caribische landen van het Koninkrijk gezamenlijk een initiatiefvoorstel van rijkswet indienden. Staatsrechtelijk kan dat ook helemaal niet, maar de gedachte van een gezamenlijk initiatief geeft hoop en moed. Er wordt namelijk al ruim zestig jaar gesproken, geschreven en gediscussieerd over een geschillenregeling.

Een onmogelijke opgave?

Sinds de laatste grote wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk per 10 oktober 2010 staat de rijkswetgever voor een lastige opdracht. Artikel 12a van het Statuut bepaalt dat er bij rijkswet “voorzieningen moeten worden getroffen voor de behandeling van bij rijkswet aangewezen geschillen tussen het Koninkrijk en de landen”. Op het eerste gezicht lijkt de opdracht aan de rijkswetgever vrij duidelijk: (i) stel een ontwerpregeling op waarin is vastgelegd wat de landen in de aanloop naar 10-10-10 en daarna ten aanzien van dit onderwerp hebben afge(of be-)sproken en (ii) initieer de rijkswetprocedure om de regeling vast te stellen en in werking te laten treden.

Was het maar zo simpel. In feite dient in de rijkswet een hoop te worden geregeld. Zou je het vergelijken met een spontaan potje straatvoetbal, dan komt het neer op de vragen wie de scheidsrechter is, welke spelregels er gelden (wel of geen buitenspel, met of zonder vliegende keep) en wat er gebeurt wanneer een speler na een rode kaart weigert het veld te verlaten. En naast de vele vragen, is  het inrichten van een geschillenregeling voor een trans-Atlantisch staatsverband vanuit juridisch, historisch en cultureel oogpunt vele malen complexer dan een voetbalwedstrijd tussen buurtgenoten.

Gebrek aan input en het ontbreken van consensus

Intussen is de noodzaak voor een geschillenregeling steeds groter geworden. Na de aanwijzingen aan de Gouverneurs van Sint Maarten en Aruba in 2013 en 2014 is met krachttermen als een “Haags overwicht” en een “democratisch deficit” de discussie langzamerhand oververhit geraakt. Ambtelijk Den Haag (met name het Ministerie van BZK) schijnt al geruime tijd bezig te zijn met het ontwerpen van een regeling. Het is nog niet tot een definitief voorstel gekomen, eerst vanwege een gebrek aan input uit de Caribische landen en later de gebleken onmogelijkheid om – ondanks IPKO’s en Koninkrijksconferenties – tot politieke overeenstemming te komen over de inhoud van de regeling. Minister Plasterk heeft de Caribische landen in 2015 een voorstel gedaan tot een tijdelijke geschillenregeling, die qua procedure en inhoud sterk lijkt op het Kroonberoep in artikel 26 van de Rijkswet financieel toezicht en waarin de Rijksministerraad het laatste woord houdt. Dit voorstel werd in de Caribische landen – zoals verwacht – niet met luid applaus ontvangen.

Gaat het er nu eindelijk toch van komen?

Het voorstel van minister Plasterk en het gezamenlijk ontwerp van de Caribische parlementariërs zijn in ieder geval stapjes in de richting van een definitieve geschillenbeslechtingprocedure op koninkrijksniveau. Nog altijd zit daar een oceaan tussen, maar de wil om die te overbruggen lijkt sterker dan ooit. Het wordt hoog tijd om de opdracht in het Statuut te vervullen, een potje straatvoetbal wordt anders een slepende burenruzie waar zelfs mr. Frank Visser geen raad mee weet. Misschien ligt de oplossing voor geschillen tussen de landen en het Koninkrijk in de hoek van arbitrage naar het model van ‘De rijdende rechter. Maar dat is stof voor een andere gelegenheid. Dit is voor nu mijn uitspraak en daar moet u het mee doen.

Aubrich BakhuisAubrich Bakhuis is een innovatieve jurist met passie voor zowel de commerciële als de wetenschappelijke kant van het recht. Hij is promovendus in (Caribisch) staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Vooruitlopend op de naderende verdediging van zijn proefschrift remigreerde Aubrich al naar Curaçao om zijn carrière in de advocatuur te vervolgen bij VanEps Kunneman VanDoorne.

 

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven