Wet versterking regie volkshuisvesting
Het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ ligt ter behandeling voor bij de Eerste Kamer. Een voortvarende behandeling ligt in de rede, want de beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026.
De wet brengt een belangrijke wijziging mee ten aanzien van het eerdere Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst, dat bepaalt met welke groepen huurders verhuurders tijdelijke huurcontracten mogen sluiten. De categorie die ziet op personen die uitstromen uit maatschappelijke opvang of in een sociale noodsituatie verkeren met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte (artikel 1c) wordt vervangen door nieuwe urgentiecategorieën uit artikel 12 lid 3 Huisvestingswet. Gemeenten moeten deze opnemen in hun huisvestingsverordeningen.
Gemeenten mogen daarnaast in hun huisvestingsverordening extra urgentiegevallen aanwijzen, maar die vallen buiten de regeling voor tijdelijke huurovereenkomsten. Zie in dit kader de handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Wet modernisering servicekosten
In onze bijdragen van 25 november 2024 en 3 juni 2025 besteedden wij aandacht aan de Wet modernisering servicekosten. Inmiddels zijn de hieruit vloeiende wijzigingen van het Besluit servicekosten en de geheel nieuwe Regeling servicekosten gepubliceerd. Tijd voor een update.
Limitatief, maar toch ruimte voor invulling
Het Besluit introduceert een limitatieve lijst van acht categorieën servicekosten: warmte/koude, elektriciteit/gas/water, roerende zaken, kleine herstellingen, toezicht/beveiliging/vuil, signaallevering, verzekering/fondsvorming en administratiekosten.
Hoewel dit gesloten systeem de open norm uit het huidige recht vervangt, bieden sommige categorieën nog wel invulruimte (bijvoorbeeld: ‘roerende zaken’, ‘signaallevering’ en ‘fondsvorming’).
Rekenmethodiek
Uitgangspunt van de wet is dat alleen daadwerkelijk gemaakte kosten als servicekosten mogen worden doorberekend, en dat de vergoeding redelijk moet zijn. De Regeling servicekosten werkt dit uit: per categorie is bepaald hoe wordt afgerekend en welke maximumbedragen gelden.
Wijzigingen na consultatie
De conceptregeling bevatte een maximum vergoeding van € 2,- per zonnepaneel per maand. Luisterend naar de ontvangen kritiek is dit geschrapt. Ook vervallen: de verplichting om onderliggende facturen bij de afrekening te voegen en diverse specifieke berekeningsregels. Bij ‘warmte en koude’ en ‘elektriciteit, gas en water’ is – in lijn met het Acantus-arrest – bepaald dat kapitaals- en onderhoudslasten van een onroerende installatie niet via servicekosten mogen worden verrekend; die kosten moeten uit de huur komen. Het Besluit is eveneens aangepast: kosten van de verhuurder om de huurder aanspraak te kunnen laten maken op een financiële regeling, mogen worden doorbelast. Hetzelfde geldt voor roerende zaken die zich op of aan het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.
In de nota van toelichting bij het Besluit en de toelichting bij de Regeling worden deze wijzigingen nader uiteengezet.
Inwerkingtreding
De wet treedt in werking op 1 januari 2027. De wet geldt alleen voor nieuwe huurovereenkomsten.
Tip voor de praktijk
Bestaande huurovereenkomsten kunnen, enkel met instemming van de huurder, onder het nieuwe regime worden gebracht. Twee servicekostenregimes binnen één complex zijn dus een reëel scenario en vormen een administratieve uitdaging. Verhuurders doen er goed aan tijdig het effect van de nieuwe regels op bestaande huurovereenkomsten te inventariseren en hun administratie daarop in te richten (en/of te trachten met zittende huurders af te spreken dat de nieuwe regeling ook voor hen gaat gelden, indien wenselijk).
