Een terugblik op juridisch 2015

Delen:

‘Kijken in de ziel’, een pandrecht op vloeibaar aluminium en aparte opvang voor LGBT vluchtelingen

Het jaar 2015 was op juridisch gebied veelbewogen, met de nasleep van de Teeven-deal, het uit- en opnieuw aankleden van zeven regionale rechtbanken, de rapporten van de Commissies-Wolfsen, – Barkhuysen en -Oosting, het NS-onderzoek door De Brauw, het afluisteren van advocaten, de asielstroom en het rapport over de MH17. Maar er waren nog veel meer ijkpunten. Mr. vroeg rechter Elianne van Rens, advocaten Sidney Smeets, Brechje van der Velden en Alrik de Haas, hoogleraar Jan Biemans en directeur Adrie van de Streek van Lawyers 4 Lawyers naar hun juridische hoogte- en dieptepunten.

Elianne van Rens, strafrechter bij rechtbank Den Haag

Elianne van RensHet hoogtepunt was voor mij de serie ‘Kijken in de ziel van rechters’. Het etiket ‘juridisch’ past misschien niet helemaal, maar het was een heel bijzondere ervaring om samen met een aantal collega’s aan deze serie mee te mogen werken. De serie gaf een goed beeld van eenheid èn verscheidenheid in wat ieder van ons als rechter bezighoudt, waar we van wakker liggen en hoe we tot onze beslissingen komen. Een kijkje in de privékeuken van de (straf)rechter dat extern en intern aanleiding gaf tot goede – soms felle – discussies en reflectie op ons werk.

Er waren meerdere dieptepunten, maar de uitspraak van het Russische Constitutionele Hof van deze zomer en daarop volgend de wet die Poetin recent heeft ondertekend, wint het voor mij met straatlengte. Door die wet kan het Russische Constitutionele Hof ook formeel de uitspraken van het Europese Hof voor de rechten van de mens naast zich neer kan leggen. Het is bijzonder zorgelijk dat in de Russische Federatie de mensenrechtensituatie in hoog tempo verslechtert en dat de fundamentele rechten en vrijheden steeds verder onder druk komen te staan terwijl de Russische burgers zich daar steeds minder juridisch tegen kunnen verweren.

Sidney Smeets, strafrechtadvocaat bij Spong Advocaten

Sidney SmeetsMijn hoogtepunt van 2015 is het rapport van de Vereniging van Nederlandse Gemeente waarin geadviseerd wordt de hennepteelt te reguleren. Burgemeesters hebben dagelijks te maken met de gevolgen van ons hypocriete gedoogbeleid, zoals illegale kwekerijen, maar de landelijke politiek weigert zijn verantwoordelijkheid te nemen. D66 heeft een wetsvoorstel ingediend dat het mogelijk moet maken de teelt van cannabis te reguleren zodat die veilig en verantwoord kan plaatsvinden. Het rapport van de VNG zit op dezelfde lijn en wordt ook nog eens breed door burgemeesters van allerlei politieke kleuren gedragen. Laten we hopen dat het nu een kwestie van tijd is voordat we het gedoogbeleid eindelijk de 21e eeuw in leiden.

Het allerdiepste punt werd in 2015 voor mij bereikt toen onze cliënt Johan van Laarhoven in Thailand tot 103 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld enkel en alleen omdat hij zijn met Nederlandse coffeeshops verdiende geld in Thailand investeerde. Zijn vrouw werd ook veroordeeld en beiden zitten nog steeds onder vreselijke omstandigheden in een Thaise cel, zonder dat de Nederlandse regering zich om hen bekommert. En dat terwijl de Thaise rechtbank juist overwoog dat de vervolging op verzoek van het Nederlandse openbaar ministerie is aangevangen en dat Thailand zich niets aan ons gedoogbeleid gelegen laat liggen. Je zou denken dat het dan niet erger kan, maar tot overmaat van ramp noemde hoofdofficier Van der Voort het vonnis ‘volstrekt begrijpelijk’.

Jan Biemans, hoogleraar notarieel recht Universiteit Utrecht

Jan BiemansEen hoogtepunt als het om rechtspraak gaat: het arrest waarin de Hoge Raad buiten het cassatiemiddel om ten dele terugkomt op NMB/Vis q.q. en een eenvoudige en praktische rechtsregel presenteert voor betalingen gedaan vlak voor een faillietverklaring. Ook het goederenrechtelijke Zalco-arrest over een pandrecht op vermengd vloeibaar aluminium is vermeldenswaardig. Een must read voor iedere civiele jurist is het artikel van de vice-president van de Hoge Raad, Floris Bakels, over de totstandkoming en uitleg van uitspraken van de Hoge Raad.

Het juridische dieptepunt van 2015 vind ik de aankondiging van de Minister van Veiligheid en Justitie dat hij de grenzen van het verschoningsrecht van advocaten en notarissen wil inperken (helder definiëren). Het baart me zorgen over de toekomst van onze rechtsstaat.’

Brechje van der Velden, advocaat bij Allen & Overy, en tevens voorzitter van The Law Firm School

Brechje van der VeldenBrechje begint met een nuancering: “Dat ik advocaat ben betekent niet dat ik alleen met een juridische bril naar het leven kijk.”

Hoogtepunten? Tja, daar is de gemiddelde advocaat natuurlijk veel te genuanceerd voor. Als ik naar mijn eigen domein kijk, de opleiding van advocaten, ben ik heel blij met de grondige evaluatie van de beroepsopleiding. Het is verheugend om te zien dat de Orde zich zo inspant continue te verbeteren en vernieuwen.

Dieptepunt vind ik dat soms vergeten wordt hoe belangrijk het is het recht te beschermen. Een treurig voorbeeld daarvan vond ik de aparte opvang voor LGBT vluchtelingen. Goedbedoeld initiatief natuurlijk, maar dan misken je echt hoe belangrijk het is om grondrechten te vuur en te zwaard te verdedigen.

Adrie van de Streek, directeur Lawyers for Lawyers

Adrie van de StreekHet hoogtepunt was voor mij de vrijspraak van de Turkse advocaat Ramazan Demir. Op 9 april 2015 besloot een Turkse rechtbank om hem vrij te spreken. L4L was in Istanboel om de zitting bij te wonen, en is verheugd met de uitkomst daarvan. Demir stond terecht voor het ‘beledigen of het krenken van de waardigheid van een overheidsinstantie in de uitoefening van zijn functie’. Op grond van artikel 125 van het Turkse Wetboek van Strafrecht staat hierop maximaal twee jaar gevangenisstraf. De aanklacht was gebaseerd op een pleidooi dat hij hield op een zitting in het proces tegen 44 journalisten die verdacht worden van banden met de KCK. Demir trok de competentie van de Officier van Justitie om dit te kunnen beoordelen in twijfel en vroeg de rechtbank om een onafhankelijke deskundige te horen. Dit leidde tot een klacht van de Officier van Justitie.

Het dieptepunt was de veroordeling van de Azerbeidzjaanse advocaat Intigam Aliyev. Op 22 april 2015 heeft de Baku Grave Crimes Court hem veroordeeld tot zevenenhalf jaar gevangenisstraf op de valse beschuldigingen van ‘belastingontduiking’, ‘misbruik van gezag’ en ‘illegaal ondernemerschap’. Aliyev ontkent alle aanklachten en zegt dat ze politiek gemotiveerd zijn. Hij werd in augustus 2014 gearresteerd en in voorlopige hechtenis geplaatst. Zijn arrestatie en veroordeling lijken gerelateerd te zijn aan zijn werk. Als advocaat heeft hij meer dan 200 zaken ingediend bij het Europees Hof van de Rechten van de mens (EHRM) tegen Azerbeidzjan.

Alrik de Haas, strafrechtadvocaat bij OMVR Advocaten

Alrik de HaasEen hoogtepunt: rechters en raadsheren komen ondanks het kernarrest van de Hoge Raad geregeld nog tot bewijsuitsluiting en daardoor vrijspraak. Een zeer principieel arrest wees het Gerechtshof Amsterdam op de valreep nog in 2015. In deze zaak was sprake van een zogenoemde ‘dynamische verkeerscontrole’. Bij de doorzoeking van de auto van de verdachte is bijna een kilo wiet aangetroffen. De verdachte is vervolgd voor het bezit daarvan. Het hof vindt dat de dynamische verkeerscontrole neerkomt op misbruik van recht, want controlebevoegdheden uit de Wegenverkeerswet worden gebruikt voor een heel ander doel dan waarvoor deze zijn gegeven. Het is de politie namelijk te doen om opsporingsactiviteiten zonder dat er enige verdenking van een strafbaar feit is. Daarmee maakt de politie zich schuldig aan schending van een fundamenteel rechtsbeginsel. Omdat de dynamische verkeerscontrole structureel wordt ingezet, meent het hof dat alleen bewijsuitsluiting ertoe kan leiden dat politie zich houdt aan de regels. Het hof vindt de verkeerscontrole kortom onrechtmatig. Daarom moet de vondst van de wiet van het bewijs worden uitgesloten en vrijspraak volgen. Een moedig arrest van het Hof.

Een dieptepunt is vanuit het verdedigingsperspectief het arrest van de Hoge Raad van 6 oktober 2015. De verdachte in deze zaak ontving van de officier van justitie een zogeheten ‘kennisgeving sepot’: geen verdere vervolging dus. Het hof oordeelde dat verdachte in dit geval niet het gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat zij niet verder zou worden vervolgd. De Hoge Raad heeft dit oordeel – in lijn met eerdere jurisprudentie – in stand gelaten. Let wel, vanwege specifieke omstandigheden.

Het vertrouwen dat niet verder zal worden vervolgd was niet gerechtvaardigd, ondanks de heldere brief aan de verdachte die er als mens zonder juridische kennis van uitgaat dat de afzender van de brief heeft nagedacht over de inhoud.

De hele kwestie was ontstaan vanwege een administratieve misslag aan de kant van het Openbaar Ministerie, dat dus niet met niet-ontvankelijkheid wordt gesanctioneerd. Je moet als verdachte dus rekening houden met administratieve fouten bij het Openbaar Ministerie als je een ‘gunstig’ officieel stuk ontvangt. Er wordt zelfs overwogen dat het op de weg van verdachte had gelegen bij het Openbaar Ministerie navraag te doen of de inhoud van de brief wel klopt…

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven