Ze wijst daarvoor in een interview met NRC op verschillende oorzaken. Om te beginnen zijn advocaten die cliënten in complexe familierechtelijke zaken (over bijvoorbeeld huiselijk geweld en intieme terreur) bijstaan, regelmatig doelwit van intimidatie en geweld door de wederpartij. De woede van ex-partners richt zich bij echtscheidingen en conflicten over gezag en omgang met de kinderen nogal eens op de advocaat van de voormalige partner.
Vuurwerkbom
Zo werd begin mei door de rechtbank Den Haag een man veroordeeld voor verschillende aanslagen, waaronder het laten ontploffen van een vuurwerkbom bij het kantoor van de advocaat van zijn ex-partner.
Ter Avest, die al achttien jaar slachtoffers van huiselijk geweld en intieme terreur bijstaat, heeft zelf ook een aantal keer met intimidatie te maken gehad. Ze vertelt dat er bijvoorbeeld weleens mensen haar kantoor zijn binnengedrongen, en ook is een keer geprobeerd haar van de weg af te rijden toen ze op weg was naar een theatervoorstelling.
‘Onnodig grievend taalgebruik’
Maar de dreiging van geweld is niet de enige reden dat het aantal advocaten dat complexe familierechtzaken doet onder druk staat volgens Ter Avest. Een andere oorzaak ligt bij de advocatuur zelf: bij de toezichthoudende dekens en tuchtrechters.
Verreweg de meeste ingediende tucht klachten gaan over familierechtadvocaten (Mr. Online schreef afgelopen najaar al eens over advocaten die baalden van de vele klachten van wederpartijen). “Net zoals bedreigingen hangen tuchtklachten vaak samen met de wens om ons als advocaat uit te schakelen”, aldus Ter Avest tegen NRC.
Probleem is volgens haar dat de lokale dekens en de tuchtrechters het werk van de familierechtadvocaten die complexe zaken doen onvoldoende begrijpen. Die moeten om de belangen van hun cliënten goed te kunnen behartigen in de rechtszaal ernstige vormen van psychisch en fysiek geweld kunnen benoemen. Alleen lopen zij vervolgens het risico dat kwalificaties als ‘intieme terreur’ tot een tuchtprocedure leiden wegens vermeend ‘onnodig grievend taalgebruik’, want dat is in strijd met de gedragsregels voor advocaten; zij horen in familierechtszaken de-escalerend op te treden.
Meetlat
De-escalerend optreden is logisch bij ‘normale’ echtscheidingen en omgangs- en gezagzaken, maar is bij cliënten die vaak jarenlang slachtoffer zijn van manipulatieve exen en huiselijk geweld, een gepasseerd station. Daarom zou de meetlat voor advocaten die zich met complexe zaken bezighouden anders moeten zijn, stelt Ter Avest.
Ze wilde dat bespreken met de deken van de Orde Midden-Nederland (die in een ‘dekenvisie’ over een klacht had geschreven dat Ter Avest zich in de rechtszaal anders had kunnen uitdrukken), maar die ging niet op haar uitnodiging in.
Moeras
Ter Avest kreeg dit weekend wel bijval van Fred Hammerstein, oud-raadsheer in de Hoge Raad. Hij vindt dat haar noodkreet richting de advocatuur “hoogst serieus” moet worden opgevat. “Het gevolg van de grote spanningen die dit werk oplevert, is dat advocaten zich liever niet in dit moeras begeven. Dat is zeer zorgelijk omdat dit rechtsgebied naar mijn opvatting veruit het belangrijkste werkterrein voor advocaten (en rechters) is”, schrijft hij in een blog. Hammerstein pleit dan ook voor maatregelen die het vak van familierechtadvocaat aantrekkelijker maken, voor betere bescherming tegen bedreigingen, intimidatie en terreur en voor verbetering van de tuchtrechtspraak op dit vlak.
