Henriëtte Nakad mag geen jeugdzorgzaken meer doen

Advocate Henriëtte Nakad mag voor onbepaalde tijd geen jeugdzorg-gerelateerde zaken behandelen of aannemen, of bij zulke zaken betrokken zijn. Ook moet ze haar lopende dossiers op dit gebied binnen een week overdragen aan andere advocaten, ook al besluit ze in hoger beroep te gaan.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
foto: Depositphotos

Dat heeft de Amsterdamse Raad van Discipline maandag 12 april beslist. Hiermee is een verzoek ingewilligd van de Amsterdamse deken Evert Jan Henrichs. Henrichs stelde afgelopen jaar een onderzoek in naar Nakad, na klachten van Jeugdbescherming West.

Tunnelvisie

De deken diende bij de tuchtrechter een verzoek in op grond van artikel 60b Advocatenwet om Nakad een gedeeltelijk beroepsverbod op te leggen. Zij zou geen jeugdrechtzaken meer mogen doen. Volgens de deken heeft de advocate last van “tunnelvisie” en “een zekere mate van complotdenken”, die haar hinderen in haar oordeelsvorming.

De advocate diende daarop tevergeefs een wrakingsverzoek in.

Uitgebreide beslissing

De advocate voert al geruime tijd een verbeten strijd tegen de jeugdzorg en de overheid en uitte de afgelopen maanden regelmatig felle kritiek op de Nederlandse jeugdzorg, politiek en Rechtspraak, zowel in de rechtszaal als op social media. Volgens haar maakt het jeugdzorgstelsel zich onder meer schuldig aan “ontvoering en gijzeling, foltering en andere wreedheden, en misschien wel misdaden tegen de menselijkheid”. Enkele voorbeelden van haar uitlatingen zijn ook te lezen zijn in de opvallend uitgebreide beslissing van de raad. Daarin is zelfs een transcriptie opgenomen van een gesprek tussen de deken en Nakad.

Niets mis met activistische rol

In zijn beslissing van 12 april stelt de Raad van Discipline voorop dat er op zichzelf niets mis mee is als een advocaat in een activistische rol misstanden aan de kaak stelt. Daarbij laat de raad nadrukkelijk weten dat een advocaat uitspraken mag doen die “de jeugdzorg of de rechterlijke macht onwelgevallig zijn.” Ook stelt de raad net als de deken bekend te zijn met klachten en zorgen over de manier waarop jeugdzorginstellingen functioneren. Maar in dit geval stelt de advocate zich zo op dat zij “niet in staat ia haar praktijk als advocaat in jeugdzorg-gerelateerde zaken behoorlijk te kunnen uitoefenen”, aldus de raad.

Tunnelvisie

Volgens de raad ontbreekt het bij de advocate aan onvoldoende, professionele distantie. “Verweerster heeft de mening van haar cliënten en andere belanghebbenden over jeugdzorg volledig tot de hare heeft gemaakt”. Ook interpreteert zij feiten, beslissingen en gebeurtenissen “enkel in het licht, ‘door de bril’, van haar vaststaande oordeel over jeugdzorg (als een instantie die uit commerciële overwegingen is gericht op het zo lang mogelijk voortzetten van pleegzorg) en de rechterlijke macht en handelt zij daar ook naar”.

Patstelling

Volgens de raad is hierdoor sprake van tunnelvisie die een onafhankelijke oordeelsvorming en opstelling belemmert en die botst met de kernwaarde onafhankelijkheid.

Kenmerkend voor de manier waarop de raadsvrouw zaken benadert is dat zij veel praat in algemene betogen en grote bewoordingen gebruikt, zoals “institutioneel jeugdzorggeweld, bedreiging en intimidatie, bedrog, ontvoering, gijzeling en foltering”, zo stelt de raad. Daarbij laat zij na deze ernstige beschuldigingen met concrete feiten en gegevens te onderbouwen. “Zo creëert zij een patstelling.”

Geen professionele, open houding

In zijn beslissing weegt de tuchtrechter mee dat de advocate tijdens de zitting heeft gezegd geen lid te zijn van een specialisatievereniging en geen specialisatieopleiding of cursus jeugdrecht te hebben gevolgd en dat zij in jeugdzorgzaken ook niet aan intervisie doet met andere advocaten. Ook dit getuigt volgens de raad niet van een professionele, open houding.

Twijfels

De raad wijst het primaire verzoek van de deken dan ook toe. Hoewel de tuchtrechter zich afvraagt of Nakad in andere rechtsgebieden wel in staat is tot een behoorlijke praktijkuitoefening, ziet hij voor een schorsing onvoldoende aanknopingspunten.

Zowel Nakad als de deken kan binnen dertig dagen na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top