Hoe kom ik van mijn partner af?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Beeld bij partnerconflict
Beeld: Pixabay

Er wordt geschreeuwd, met deuren gesmeten, misschien ook wel gehuild. Want ja, het is geen kleinigheid als een partner na 25 jaar door het advocatenkantoor naar de uitgang wordt gedirigeerd, zeker als diegene jarenlang zijn ziel en zaligheid gaf voor de zaak. Maar als iemand jaar op jaar te weinig geld binnenbrengt, dan is een vertrek onvermijdelijk.

Zo iemand wordt door de overige partners gezien als ‘een emmer achter de boot’, van wie ze liefst in goed overleg afscheid nemen. En als dat niet kan, dan maar met het mes op tafel. Soms worden er dan gespecialiseerde advocaten van buiten ingevlogen. De huidige minister van Justitie, Ferdinand Grapperhaus, was zo’n specialist. Rutger Ploum (Ploum advocaten en notarissen) en Walter Hendriksen (Van Doorne) zijn dat nog steeds.

Geld en inzet

“De ruzies tussen partners gaan altijd over geld en inzet,” zegt Ploum. “Wat iemand doet voor kantoor, wat zijn toegevoegde waarde is, of hij even hard werkt als de anderen. Als je aan iemands portemonnee komt, worden mensen venijnig, hoe goed en lang ze ook hebben samengewerkt.”

Walter Hendriksen noemt als hete hangijzers de hoogte van de afvloeiingsregeling, de handhaving van het relatiebeding (je mag geen cliënten meenemen) en/of het concurrentiebeding (je mag binnen een bepaalde regio of tijdsbestek je vak niet uitoefenen). Het probleem is volgens hem dat slecht functionerende compagnons gaan wennen aan hun eigen jarenlange wangedrag. “En hoe langer dat heeft geduurd, hoe moeilijker het is om elders emplooi te vinden,” betoogt Hendriksen. “Dus die compagnon gaat harder knokken.”

Dossier opgebouwd

Rutger Ploum
Rutger Ploum (Ploum advocaten en notarissen)

Rutger Ploum is naast managing partner ook specialist arbeidsrecht en treedt in advocatenconflicten ofwel op voor het advocatenkantoor of voor de partner. “Het initiatief voor het vertrek ligt meestal bij het kantoor,” zegt hij. “Je kijkt natuurlijk eerst of er voldoende dossier is opgebouwd. Daarvoor moet je weten wat tevoren is afgesproken over de verwachtingen. Dat is vooral bij kleine kantoren niet altijd helder, waardoor er een matig dossier is opgebouwd.”

Bij professioneler aangestuurde kantoren zijn de bandbreedtes vastgelegd: een minimale omzet van bijvoorbeeld vijf ton, een miljoen of anderhalf miljoen. Ploum: “Als het goed is, heb je jaarlijks een gesprek met het bestuur, zeker als je je doelstellingen niet haalt. Dat wordt allemaal vastgelegd. Als externe advocaat kijk ik dan altijd of er voldoende gesprekken zijn gevoerd, of er een verbeterplan is gemaakt, en of dat ook is uitgevoerd.”

M & A-praktijk

Het is volgens Ploum wel zaak om te kijken om welke praktijk het gaat. “Van een M & A-praktijk mag je meer omzet verwachten dan van een huurrechtpraktijk. De vraag is of je binnen je kantoor het volledige spectrum van rechtsgebieden wilt aanbieden. En of je bereid bent de prijs daarvoor te betalen.”

Walter Hendriksen
Walter Hendriksen (Van Doorne)

Walter Hendriksen (Van Doorne) is gespecialiseerd in beroepsaansprakelijkheid: fouten van advocaten, notarissen, accountants, directeuren en commissarissen. Anders dan Rutger Ploum treedt Hendriksen bijna alleen op voor de maatschappen of vennootschappen, en dat klinkt ook door in zijn kijk op de kwestie. “De partner disfunctioneert, sociaal of financieel of beide,” zegt hij. Onder sociaal disfunctioneren verstaat Hendriksen wangedrag zoals pesten of vervelend doen tegen medewerkers.

Bij een conflict tussen de maatschap en de praktijkvennootschap zijn er drie oplossingen, zegt Ploum: “Of je gaat weg, of je blijft onder dezelfde voorwaarden, of je wordt minder betaald.”

Probleemvennoot

Hoe je omgaat met een ‘probleemvennoot’ hangt heel erg af van het financieringsmodel van het kantoor. Ploum legt uit dat er voor startende partners twee mogelijkheden zijn. De zogeheten lockstep komt het vaakst voor: de nieuwe vennoot hoeft alleen de aandelensom te betalen. Hij begint met 35 of 40 punten en klimt ieder jaar met 10 punten naar 100. Daarmee betaalt de inklimmende partner een vorm van goodwill aan de zittende partners.

Een andere optie is om de nieuweling direct 100-puntenpartner te maken, maar die moet dan wel een bedrag lenen om de zittende partners te betalen. Ploum: “Je kunt snel scheve gezichten krijgen als de nieuwe partner wel het volledige winstaandeel opstrijkt, maar nog niet een evenredig bedrag binnenbrengt. Stel: er zijn vier partners met ieder 100 punten. Drie van hen draaien ieder 1 miljoen per jaar, en nummer 4 nog maar een half miljoen. Is het dan reëel om ze allemaal een winstaandeel van 3 ton te geven? Er zijn dan meerdere afspraken mogelijk. Partner 4 krijgt voortaan 2 ton en de anderen dus meer, of ze komen er niet uit. En dan moet meneer 4 vaak weg.”

Synoniem met kwaliteit

Hoe iemand vertrekt, hangt ook af van het soort kantoor. “Sommige kantoren hebben een zodanige reputatie dat de kantoornaam synoniem is met kwaliteit en dus voldoende is voor acquisitie,” zegt Hendriksen. “Partners hoeven daar minder ondernemerskwaliteiten te laten zien. Als deze mensen er vervolgens uit gegooid worden, moeten ze in hun nieuwe baan ondernemerskwaliteiten gaan etaleren die ze eerder niet hoefden te hebben. Daar zit soms spanning op de lijn. Want de afvloeiing gaat makkelijker als iemand een nieuwe werkkring heeft gevonden, en dat is weer makkelijker als iemand in zijn oude baan ook al ondernemend was.”

Hendriksen vindt dat advocatenkantoren bij de start meer duidelijkheid moeten geven. “Waarom spreek je bij de aansluitingsovereenkomst niet gewoon af wat de maximale vergoeding bij afvloeiing is? Dat zie je nog te weinig.”

Ook de leeftijd van de partner speelt een rol, zegt Hendriksen. “De meeste kantoren zetten de grens op 58, 60 of 62 jaar, om vers bloed kansen te geven. Heb je die grens niet, dan zie je soms dat oudere compagnons financieel minder bijdragen aan het resultaat, maar toch hun winstaandeel willen houden. Als er geen leeftijdsgrens is, is het moeilijk om een oudere partner eruit te gooien. Een oplossing is dan om af te spreken dat je niet meer uit de maatschap haalt dan dat je er instopt.”

Drank en echtscheiding

Soms kunnen partners de ontwikkelingen binnen een kantoor niet bijhouden, zegt Hendriksen. “Mensen veranderen: als je als dertiger in de maatschap komt, heb je nog een heel leven voor je. Privéomstandigheden kunnen veranderen, drank, echtscheiding noem maar op. Waarom zou dat ten laste van het kantoor komen?”

Als een partner onder vuur komt te liggen, spelen emoties hoog op, zegt Hendriksen. “Om zo iemand heen gaat meestal een kringetje staan. Hoe groter zo’n cordon sanitair is, hoe terughoudender het bestuur is om in te grijpen. Als dat kringetje afbrokkelt, wordt zo’n compagnon er alsnog uitgegooid. Dat zijn vervelende processen die te lang duren.“

Concurrentiebedingen

In alle gevallen wordt de strijd gevoerd op het snijvlak van arbeidsrecht en vennootschapsrecht: de vennootschaps- of aandeelhoudersovereenkomst, de relatiebedingen, concurrentiebedingen, opzegtermijnen, winstuitkeringen, bevoorschotting. “Het vakgebied lijkt op arbeidsrecht, maar ook weer niet,” zegt Hendriksen. “Je bent ondernemer, dus heb je ondernemersrisico’s te dragen. Een kantonsrechtersformule of iets dergelijks is dus niet van toepassing.”

Soms is de zaak overzichtelijk, vindt Ploum: “Als in de aandeelhoudersovereenkomst staat dat je kan worden opgezegd, dan gebeurt dat, en dan gaat de strijd alleen nog om het geld. Sommige kantoren zitten er snoeihard in: die geven geen euro mee, en als de vertrekkende vennoot het er niet mee eens gaat ie maar procederen”. Er zijn ook kantoren die een vergoeding aanbieden, die onderwerp van onderhandeling kan zijn.

Krimpende kantoren

De grootste problemen zitten bij de krimpende kantoren. Ploum kent het voorbeeld van een middelgroot kantoor waar één succesvol team de kwaliteit van andere compagnons niet goed genoeg vond om klanten bij hen onder te brengen. “En zodra een kantoor minder verdient, neemt de stress toe. Partners gaan zich afvragen of ze niet beter naar een succesvol kantoor kunnen gaan waar ook de kameraadschappelijkheid goed is.”

Hendriksen en Ploum zien dat zaken zelden voor de rechter komen, omdat beide partijen liever niet de kans lopen dat de zaak in de publiciteit komt, met alle schade van dien. Hendriksen: “Zaken worden bijna altijd geschikt. Medebepalend is ook hoe de advocaat van de wederpartij zich opstelt. Als die er met gestrekt been in gaat, kan ik een conflict moeilijk voorkomen. Het is daarom prettig dat een beperkt aantal advocaten dit werk doet. Je kent elkaar.”

Dit is een verkorte versie. Het volledige artikel verschijnt in de volgende editie van Mr. Magazine

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl