Zet (acht) kinderboekenschrijvers en (evenveel) kinderrechters bij elkaar, en het resultaat is ernaar. Een mooi boekje (64 pagina’s), met als titel: Kind centraal in recht en taal – bedoeld om ‘over de grenzen van de rechtspraak te kijken’, schrijven de projectleiders en kinderrechters Godelieve Aarts en Veronica Smits in het voorwoord.
Uitleggen
De uitspraak die de kinderrechter doet heeft altijd een groot gevolg voor de betrokken kinderen. Uitspraken kunnen gaan over een gedwongen hulpverlening, gezag, echtscheiding, uithuisplaatsing, verhuizingen, een contactregeling met een ouder of de beoordeling van een strafbare gedraging van het kind – steeds moet het kind centraal staan. Rechters zouden de uitspraak aan het kind beter moeten uitleggen. Soms schrijven rechters een brief aan een kind (‘steeds vaker’) of nemen ze een samenvatting op in kindvriendelijke taal, maar doorgaans zijn uitspraken gericht op en bedoeld voor professionals.
Belevingswereld
Wat als kinderboekenschrijvers de uitspraak in verhaalvorm uitleggen? Kinderboekenschrijvers zijn, aldus de projectleiders, bij uitstek thuis in de belevingswereld van kinderen en hebben de gave om de taal voor hen begrijpelijk te maken. Ook grote maatschappelijke thema’s kunnen zo in de wereld van kinderen worden ingevlochten.
Verbinding
Zo kwam het idee tot stand om een verbinding te creëren tussen de rechtspraak en acht kinderboekenschrijvers om samen acht uitspraken in de vorm van een verhaal uit te leggen. Met twee doelen: een verbinding leggen met de kinderen over en voor wie de kinderrechters de uitspraken doen, en om kinderrechters te inspireren hun beslissing aan het kind uit te leggen.
Extra zetje
Dat kinderrechters hun uitspraak in de vorm van een brief aan het kind uitleggen, vinden de projectleiders een ‘mooie ontwikkeling’. Dat moet met de bundel Kind centraal in recht en taal een extra zetje krijgen. In het boek staan acht verhalen waarvan het lijkt alsof ze zijn verteld door kinderen die in aanraking kwamen met de kinderrechter: hun beleving, hun feiten, hun emoties. Achter elk verhaal staat de uitspraak, met ECLI en al.
Kinderboekenschrijvers
Het project is tot stand gekomen op initiatief van politiek-filosoof Jaap van der Spek, in samenwerking met kinderrechter Ellen van Kalveen (tevens voorzitter van de expertgroep jeugdrechters), Ashley Karsemeijer (senior beleidsadviseur innovatie) en Bob Laterveer (senior juridisch adviseur). Kinderboekenschrijvers Bibi Dumon Tak, Janneke Schotveld, Jelmer Soes, Jowi Schmitz, Lydia Rood, Milouska Meulens, Simon van der Geest en Zindzi Zevenbergen werkten voor de verhalen ieder samen met een kinderrechter.
Het verhaal van Fiora
Zo werd Janneke Schotveld gekoppeld aan kinderrechter Tessa Dopheide (rechtbank Midden-Nederland), over een ontbinding van een geregistreerd partnerschap, waarbij een ouderschapsplan ontbrak. De vraag was bij wie de twee kinderen kunnen gaan wonen. Het ontroerende verhaal Trekpop is geschreven vanuit het perspectief van dochter Fiora. Het is geschreven voor ‘alle kinderen die zich ook een trekpop voelen omdat hun ouders zich volwassenachtig gedragen’. Mr. sprak met Tessa Dopheide.
In hoeverre herkende u het verhaal van ‘Fiora’?
“Wat ik erg herkende is dat kinderen vaak heel goed de vinger op de zere plek weten te leggen. Ze willen het liefst dat hun ouders weer bij elkaar komen maar snappen vaak ook wel dat dit niet meer gebeurt. Maar dat ouders niet een beetje normaal tegen elkaar kunnen doen en stoppen met boos zijn, dat begrijpen ze echt niet. In hun ogen is dat toch niet zo moeilijk, ‘gewoon een beetje normaal doen’. En terecht, want we leren kinderen juist dat je ruzies moet uitpraten en dat je daarna normaal doet.”

In het stuk staan de tien waarheden voor kinderen van gescheiden ouders. Welke ‘waarheid’ spreekt u het meest aan en zou u wel eens willen zeggen tegen kinderen die voor u staan?
“‘Het komt NIET door jou, knoop dat héél goed in je oren.’ Kinderen denken vaak diep van binnen dat het hun schuld is dat het zo is misgegaan tussen hun ouders. Ik probeer altijd duidelijk te maken aan de kinderen die ik zie dat dit écht niet zo is, en dat zij het dus ook niet hoeven op te lossen. Je staande houden tussen ruziënde gescheiden ouders is al moeilijk genoeg. Als je je dan ook nog schuldig voelt, of denkt dat jij de sleutel bent in de oplossing, dan is de last op die kleine schouders wel heel groot.”
Denkt u dat kinderrechters die de verhalen in dit boek lezen, ‘kindvriendelijkere’ uitspraken gaan schrijven? Zou dat nodig zijn?
“Dat hoop ik wel. Het blijft belangrijk dat we ons goed realiseren dat we beslissingen nemen die diep ingrijpen in de levens van kinderen. En dat we de kinderen dus echt centraal stellen. Niet alleen bij de inhoud van de beslissing, maar ook bij de manier waarop we de beslissing uitleggen.”
Als u terugkijkt op uw beschikking in de zaak-Fiora, vindt u dat die kindvriendelijk genoeg is geformuleerd? Of wat heeft u geleerd van haar persoonlijke verhaal?
“Door het verhaal van Fiora ben ik me nog weer extra bewust van het perspectief van het kind. Voor ouders is de rechtbank al een onbekende wereld, maar voor kinderen helemaal. Het is aan ons om hen aan de hand mee te nemen in die wereld, en hen goed uit te leggen wat we doen, hoe we dat doen en waarom we dat doen, oftewel: wat ze van ons kunnen verwachten. ‘Rechters moeten dingen recht maken’. Die zin echode na het lezen van het verhaal nog lang in mijn hoofd.”
