De advocaat in kwestie, Annette Mak, werd in april 2014 aangehouden vanwege haar werkzaamheden voor aanbieders van online kansspelen. Ze werd onder meer verdacht van deelname aan een criminele organisatie, witwassen, valsheid in geschrift en overtreding van de Wet op de kansspelen. Bij haar woning en kantoor vonden doorzoekingen plaats en zij zat korte tijd in voorlopige hechtenis.
Vrijspraak
Een langdurig proces tegen Mak volgde, waarbij ook twee medeverdachten door het OM werden vervolgd. Mak werd in 2018 door de rechtbank Oost-Brabant in alle opzichten vrijgesproken. Het OM ging in beroep, maar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch kwam in maart 2024 eveneens tot een volledige vrijspraak. Het hof oordeelde onder meer dat haar juridische advieswerkzaamheden voor aanbieders van online kansspelen geen strafrechtelijk verwijtbare bijdrage aan hun bedrijfsvoering vormden.
Daarop spande Mak een zaak aan om misgelopen inkomsten en gemaakte kosten vergoed te krijgen. De advocaat beriep zich daarbij op de zogenoemde Begaclaim-jurisprudentie: de Staat kan onder meer aansprakelijk zijn wanneer uit een uitspraak of het strafdossier achteraf blijkt dat de voormalige verdachte onschuldig was. Volgens de rechtbank Den Haag is daarvan hier sprake, valt te lezen in het vonnis. Uit het arrest van het hof uit 2024 blijkt volgens de rechtbank dat de verdenkingen tegen de advocaat achteraf ongefundeerd waren.
Schade
De Staat moet daarom de portemonnee trekken. Om te beginnen moet de Staat 15.000 euro betalen voor immateriële schade door de vervolging. Daarnaast krijgt de advocaat ruim 572.000 euro vergoed voor kosten die zij in verband met de strafzaak heeft gemaakt en bijna 21.500 euro voor de kosten van een bankgarantie. Alleen die bedragen komen gezamenlijk al boven de 6 ton uit.
Maar daar blijft het niet bij. De rechtbank stelt ook vast dat de Staat aansprakelijk is voor de inkomensschade die door de vervolging is ontstaan. Hoe hoog die schade is, moet in een afzonderlijke schadestaatprocedure worden bepaald. Over verschillende toegewezen bedragen moet bovendien wettelijke rente worden betaald. Uit de uitspraak blijkt dat de redelijke termijn in de strafzaak eveneens fors was overschreden; daarvoor had de Staat eerder al 4.500 euro betaald.
‘Consigliere’
Ook in het verleden gepubliceerde berichtgeving van het OM komt de Staat duur te staan. Na de aanhouding publiceerde het OM een persbericht over de advocaat. Later werd haar rol ook beschreven in een rapport over de aanpak van georganiseerde criminaliteit en in het OM-magazine Opportuun. Daarin werd Mak onder meer aangeduid als ‘consigliere’, een term voor een adviseur van de maffia.
Dat gaat volgens de rechtbank te ver. Het gebruik van zo’n “tendentieuze kwalificatie” past niet bij de magistratelijke rol van het OM, oordeelt de rechter. Bovendien werden in de artikelen uitlatingen over de advocaat gedaan zonder steeds duidelijk te maken dat het om verdenkingen ging. Dat staat volgens de rechtbank op gespannen voet met de onschuldpresumptie.
646.000 euro
Het oorspronkelijke persbericht was volgens de rechtbank op het moment van verschijnen op zichzelf niet onzorgvuldig. Omdat later de onschuld van de advocaat is gebleken, is de rechtvaardiging voor die publicatie achteraf wel komen te vervallen. Voor het persbericht krijgt zij 7.500 euro schadevergoeding.
De twee andere OM-publicaties waren volgens de rechtbank ook los daarvan onrechtmatig. Voor beide wordt 15.000 euro toegekend. Daarmee komt de schadevergoeding voor de publicaties op 37.500 euro en het totaal aan nu vastgestelde schadevergoedingen op ruim 646.000 euro. De rechtbank veroordeelt de Staat daarnaast tot ruim 14.600 euro aan proceskosten. Bovenop dat alles kan er dus nóg een aanzienlijke kostenpost bijkomen: de inkomensschade die de advocaat door de vervolging heeft geleden. Dat de Staat daarvoor aansprakelijk is, staat met dit vonnis vast. De omvang van die schade moet in een afzonderlijke schadestaatprocedure worden bepaald.
